De sjah vertrok, Khomeiny kwam, Farkhondeh merkte niets

Iran liberaliseert. Maar de vele armen merken er weinig van, of het nu revolutie is of democratie. Zij moeten werken om te overleven. Een dag uit het leven van een werkster.

De Islamitische Revolutie van 1979 was een tijd van grote beroering in Iran. Extatische vreugde voor de honderdduizenden aanhangers van imam Khomeiny. Diepe angst bij hun talrijke tegenstanders. Hoe was die tijd voor jou, Farkhondeh? ,,Gewoon, de sjah vertrok, Khomeiny kwam.'' Was dat alles, Farkhondeh? ,,Ik werkte, dus ik merkte er niets van. De Revolutie maakte geen verschil.''

Farkhondeh (50, gescheiden, twee zoons van 25 en ,,ongeveer 30'' jaar oud, een dochter van 27) is een van de `Onterfden op Aarde', de arme Iraanse massa waarvoor Khomeiny indertijd zei op te komen. Farkhondeh en haar miljoenen lotgenoten konden toen nauwelijks rondkomen, maar Khomeiny heeft niet veel uitgemaakt. Ze moeten nog steeds hard werken om krap te overleven. En ze hebben geluk als ze werk hebben, want de werkloosheid wordt boven de twintig procent geschat. Niet voor niets staan op de kruispunten van Teheran tegenwoordig zoveel jonge mannen bosjes narcissen te verkopen, en in de Bazaar losse sigaretten, of een paar glazen, een overhemd.

Tweeëneenhalf uur is Farkhondeh onderweg van haar werk in het welvarende noorden van Teheran, naar haar huis in de wijk Azeri in het arme zuiden van de Iraanse hoofdstad, vlakbij het internationale vliegveld. Eerst neemt ze de bus naar Plein 7. Daar stapt ze over op de bus naar het Enghelabplein. Dan de minibus naar Azeri, en nog een kwartiertje lopen, door de kleine goudbazaar, langs de bakker.

Zes dagen per week, tweeëneenhalf uur heen, tweeëneenhalf uur terug. Zes dagen per week om half zes op, half zeven weg. Om acht uur schoon te maken voor 400.000 rial (50 dollar tegen de toeristenkoers) per maand. Het is net genoeg om de huur te betalen. Haar inwonende oudste zoon Reza, die met een vrachtwagentje de stad afrijdt op zoek naar vracht (,,de ene dag is er werk, de andere dag niet''), verdient het eten en het geld voor de ziektekostenverzekering die Farkhondeh als ze 55 jaar is een pensioen van 400.000 rial per maand zal opleveren. ,,Als we niet bezwendeld worden tenminste'', zegt Farkhondeh gelaten. Toch is ze in vergelijking met veel Iraniërs nog niet eens zo slecht af. Van de familie waarvoor ze werkt, krijgt ze kleren toegestopt, en een warme lunch.

Het is gezellig in de rammelende stadsbus die Farkhondeh van haar werk naar huis brengt, achterin bij de vrouwen. Ze vragen Farkhondeh naar de buitenlandse die vandaag met haar meereist. Een meisje zit in een Engels leerboek te studeren. ,,Ik haat dit ding'', zegt ze plotseling, en wijst op haar hoofddoek. ,,Ik leer Engels omdat ik naar Amerika wil, naar de vrijheid.''

Waarover praten jullie in de bus, Farkhondeh? ,,Over van alles en nog wat, de prijzen van het eten.'' Niet over de verkiezingen? ,,Nee, niet over de verkiezingen. Ik heb niet gestemd.'' Waarom niet? Ze haalt haar schouders op.

In de minibus zit voor ons een jonge architect. Zijn vrouw, naast hem, heeft een baan bij de overheid. Hij is werkloos, en wat hem betreft heeft de Islamitische Revolutie gefaald. Gelijkheid was het uitgangspunt, zegt hij, en wat is ervan terechtgekomen?

Farkhondehs straat is netjes, zoals Teheran er over het algemeen opgeruimd uitziet. Ook in de arme wijken wordt het vuilnis opgehaald. Haar huis is in een souterrain: één ruime kamer, een keukentje en een douche. Er ligt tapijt en er staan een paar kasten; 's avonds rollen Farkhondeh en Reza de matrassen uit die in een hoek staan te wachten.

Ongeveer twintig jaar geleden scheidde Farkhondeh. Haar ex-man nam de kinderen. ,,Ik miste ze vreselijk.'' Maar zo gaat het nu eenmaal in een islamitische maatschappij. Haar oudste zoon kwam terug toen hij dertien jaar oud was. Zijn vader was hertrouwd, en de nieuwe vrouw was streng. Zijn jongere broer volgde een jaar later. Hun zuster Khadigeh bleef bij haar vader tot zij tien jaar geleden trouwde. Hij verbood haar haar moeder op te zoeken.

Haar ex-man gaf haar niet alleen geen hulp, maar probeerde zelfs te verhinderen dat ze werkte. Hij bedreigde haar. Tegenwoordig verwacht hij dat zijn zoons hem financieel helpen, maar dat doen ze niet. ,,Ik heb een hoop moeilijkheden in mijn leven gehad'', zucht Farkhondeh.

Hoe was het leven tijdens de oorlog tegen Irak (1980-'88)? ,,Ik werkte van vroeg tot laat. Af en toe moesten we dekking zoeken als er luchtalarm was.'' Beide zoons vochten twee jaar aan het front, bij Sanandaj. ,,Ik was heel bang'', fluistert ze.

De zoons kwamen ongeschonden terug uit de oorlog, en er was tenminste weer wat te koop. Maar het leven is sindsdien erg duur geworden, door de inflatie. ,,Het wordt steeds moeilijker om te overleven'', zegt Farkhondeh. ,,Een kilo rundvlees van slechte kwaliteit kost al gauw 20.000 rial; goed vlees 34.000 rial. Gelukkig is er niet veel vlees nodig in ons eten.'' En ze hebben dan wel hun ziekenhuisverzekering, maar die geldt alleen voor staatsziekenhuizen. Die zijn niet goed en dus moeten ze naar particuliere artsen. Kort geleden werden Farkhondehs ogen onderzocht voor 20.000 rial.

Farkhondeh en haar kinderen zijn gelovig, zoals de overgrote meerderheid van de Iraniërs. Maar ze gaan niet naar de moskee. ,,Sommige mensen gaan naar de moskee, anderen niet. Wij bidden thuis. Maar we hebben niets tegen mullahs.''

Ze hebben wel wat tegen de Baseej, de vrijwilligers die zo nodig met geweld toezien op het islamitisch gehalte van de samenleving. De Iraanse middenklasse háát de Baseej. Maar de welgestelden in Noord-Teheran kunnen zich achter hun muren terugtrekken, en onder invloed van het liberalere regime stellen de Baseej zich daar nu ook minder agressief op. In het noorden wonen de hervormers immers zelf ook. Maar in het zuiden zitten de Baseej veel dichter op de mensen, en van een liberaler regime is hier ook nog niet veel te merken. ,,Ze bespioneren iedereen, en ze letten op of het wel netjes toegaat op huwelijksfeesten, en of er geen westerse muziek wordt gedraaid.'' En als je werk zoekt, kun je maar beter naar de moskee gaan, want de Baseej controleren ook veel werkgelegenheid.

,,Neem me mee naar Holland'' , zegt Reza plotseling. ,,Ik heb gehoord dat het er goed is. Ik neem mijn moeder ook mee.''