De laatste rit naar huis

Het is een bijdehante en knappe soort

Die ondernemers dansend op het

slappe koord

Verliezers of idolen

De dood of gladiolen

De afloop is steeds vaker kantje

boord.

De limerick is van J. Hovers, voormalig leider van industriële iconen als Stork (van snijmachines tot vliegtuigonderhoud) en Océ (kopieermachines). Bij Océ stond hij vorig jaar na iets meer dan een jaar werken van de ene op de andere dag op straat. Hij schrijft, als hobby, limericks. Deze over ondernemers op het slappe koord stond een maand geleden bij een interview met Hovers in weekblad Intermediair.

Zomaar op straat staan. Vorige week was dat het lot van bestuursvoorzitter C. van Kempen van uitgever Wolters Kluwer, die vijf maanden op zijn post heeft gezeten. Dinsdag vertrok minister B. Peper van Binnenlandse Zaken om zich effectiever te verdedigen tegen beschuldigingen van gesjoemel. Woensdag was directievoorzitter J. de Kreij van vastgoedfonds Rodamco Continental Europe opeens weg. Hij had een verschil van mening met de commissarissen.

Van Kempen hield formeel de eer aan zichzelf, maar het Engelstalige persbericht (de company language) sprak boekdelen. Ruzie binnen de raad van bestuur. In overleg met hem waren de commissarissen tot de conclusie gekomen ,,dat de belangen van Wolters Kluwer gediend zijn met zijn aftreden''. Bij Wolters Kluwer draaide het conflict, hoe kan het anders tegenwoordig bij een uitgever, om het investeringstempo voor Internet-uitgeven. Het ingrijpen van de commissarissen lijkt daadkracht, maar verraadt diepgaande verschillen van mening. Medio november presenteerde Van Kempen bij zijn debuut tegenover de financiële analisten nog stralende toekomstverwachtingen, ook over Wolters Kluwer op Internet. Nu is hij exit. Zo'n 7 miljard gulden waarde van de uitgever op de effectenbeurs (vergelijkbaar met de totale waarde van de aandelen van de vijf grootste bouwbedrijven) is verdampt.

Een conflict in de top is doorgaans slechts een afspiegeling, soms een uitvergroting, van tegenstrijdige opvattingen en wensen op lagere echelons. De rijen sluiten door een tegenstander in het bestuur te lozen betekent niet automatisch dat de eenheid wordt hersteld, zeker niet bij een decentraal georganiseerde en wijd vertakte multinational als Wolters Kluwer.

Hebben de commissarissen, die de bestuurders benoemen, de vinger in deze revolutionaire tijden wel voldoende aan de pols? De Internet-vloedgolf eist verhoogde dijkbewaking voor bedrijfstakken als uitgeverijen. Een deel van de toekomst staat op het spel. De rol van commissarissen is des te belangrijker, omdat kapitaalverschaffers bij Wolters Kluwer tot voor kort monddood waren.

Wolters Kluwer en Océ hebben meer gemeen dan een gevallen topman. Océ onderschatte de digitale revolutie op kantoor.

Even een terzijde over personen. Ex-Océ-topman J. Pennings is commissaris bij zowel Océ als Wolters Kluwer. En ook bij Grolsch, waar hij een overname van de Belgische pretendent Interbrew op afstand houdt en bij Alpinvest, waar de commissarissen een overeengekomen fusie ontbonden en liever in zee gingen met een partij die een hoger bod op tafel legde.

Internet, maar dat niet alleen, zorgde eerder bij de Brits-Nederlandse uitgever Reed Elsevier voor bestuurlijk tumult. Twee Nederlandse commissarissen smeten vorig jaar met de deuren, een nieuwe Britse directievoorzitter zette later direct een Nederlandse collega aan de kant en maakte van Londen het echte hoofdkantoor.

Op zijn geheel eigen manier deelt ook Baan in de repercussies van Internet. De directievoorzitter en de financieel directeur vertrokken om zich bij een Internet-bedrijf aan te sluiten. Twee buitenlandse commissarissen gaven onlangs ook hun toezichtsbaan op omdat hun dagelijkse werk geen ruimte bood voor de extra tijd die een bedrijf in limbo nu eenmaal kost. Een van hen stapte over naar een Internetbedrijf dat naar de Amerikaanse beurs wil. Slachtoffer van Internet of niet, op één dag je bureau moeten opruimen, de persoonlijke bezittingen en memorabilia in een vuilniszak of verhuisdoos stoppen en de laatste rit huiswaarts maken in de auto met chauffeur, het gaat mensen niet in hun koude kleren zitten.

Een gouden handdruk is hooguit een financiële pleister. En een gouden slot op de mond. Wat zegt Hovers tegen Intermediair over de (nooit opgehelderde) reden van zijn vertrek? ,,Ik heb met Océ afgesproken dat we daar geen commentaar op geven.''

Zo blijven (potentiële) kapitaalverschaffers en de werknemers met cruciale vragen zitten, toen bij Océ, nu bij Wolters Kluwer en Rodamco. Welke beleidsopties lagen voor? Waarom is juist deze keuze gemaakt? Het is koersgevoelige informatie. Zwijgen daarover creëert onzekerheid die samen met het ongewisse effect van de Internet-revolutie verlammend blijft werken.