BMW verkoopt noodlijdend Rover

Het Duitse autoconcern BMW verkoopt zijn noodlijdende Britse dochter Rover. Zes jaar na de overname is Rover een bodemloos vat gebleken. Het Rover-avontuur heeft BMW 13 miljard mark gekost. Dit heeft het bestuur van Bayerische Motoren Werke (BMW) gisteren in München meegedeeld.

De nieuwe eigenaar van Rover, de Britse investeringsgroep Alchemy, heeft vanochtend gezegd ,,een groot deel'' van de 9.000 werknemers bij de grootste vestiging, Longbridge, te ontslaan. Bij Rover werken in totaal 30.000 man.

Land Rover, een winstgevende tak van de Rover-groep, wordt voor 6,7 miljard gulden aan het Amerikaanse bedrijf Ford verkocht, werd vanochtend bekend. BMW zei alleen het Britse merk Mini te willen houden, al lopen daarover nog onderhandelingen met Alchemy. Jon Moulton, chef van de groep, wil het merk Rover omdopen in MG.

Beursanalisten noemden het afstoten van Rover ,,een bevrijding'' en beloonden BMW met een koersstijging van meer dan vier procent. Britse vakbonden en politici hebben bitter gereageerd. De verkoop is ,,een mes in de rug'', zei vakbondsleider Woodley, die met een staking dreigde. Minister Byers (Industrie) zei dat BMW zijn ,,belofte had gebroken'' om Rover voor de lange termijn te steunen. Ook zei hij zich ,,in de steek gelaten'' te voelen, omdat BMW de Britse regering niet op de hoogte had gesteld van de verkoopplannen. Byers heeft BMW vorig jaar een half miljard gulden gegeven om Rover te helpen overleven.

Peter Agar, onderdirecteur van het Britse ondernemersverbond CBI noemde de verkoop gisteren desgevraagd ,,geen nationale crisis''. Agar: ,,Fabrieken sluiten en fabrieken gaan open. Als puntje bij paaltje komt, gaat het erom of ze kunnen concurreren.''

BMW betaalt nu nog eens 6,2 miljard mark aan `herstructureringskosten' om Rover vrij van schulden en andere risico's aan Alchemy van de hand doen. De Britse dochter is voor de Beierse onderneming sinds de overname in 1994 een zorgenkind geweest. Rover is een verouderd bedrijf, het hield een imagoprobleem en het kon slecht concurreren door de stijgende koers van het Britse pond. Verkoopcijfers en marktaandeel zakten steeds verder. De verliezen van het bedrijf – vorig jaar 2,5 miljard pond (acht miljard gulden) – en de beloofde verdere investeringen door BMW waren volgens de groep niet langer te dragen. BMW dook daardoor zelf in 1999 met vijf miljard mark in de rode cijfers en zou kwetsbaar worden voor een overname. De kwestie-Rover leidde al tot het vertrek van topman Pischetsrieder en diens tweede man. BMW ontslaat nu nog eens drie bestuursleden: Wolfgang Ziebart (ontwikkeling), Henrich Heitmann (verkoop) en Carl-Peter Forster (productie). De familie Quandt, met 46 procent grootaandeelhouder van BMW, zei de verkoop ,,voor de verdere ontwikkeling en herinrichting van BMW juist'' te vinden. Bij BMW werken 116.000 mensen.

PORTRETTEN: pagina 15