`Bij Homerus staat geen vers te veel'

Weinigen zullen zich in hun leven zo intensief hebben beziggehouden met de klassieken, het thema van de boekenweek, als Imme Dros, vertaalster van de Odysseia en schrijfster van kinder- en jeugdboeken, waarin Griekse mythen op een prettig eigentijdse manier worden verteld. Onlangs verscheen van haar Liefde en wat ervoor doorgaat, een bewerking van enkele grote liefdesverhalen uit de Griekse mythologie en legde zij de laatste hand aan Zieltje, een libretto over Psyche en Eros, speciaal geschreven voor jeugdopera Xynix.

Met Homerus is Dros al vijftien jaar bezig, nog afgezien van school- en studietijd. ``De Odyssee sprak me meteen aan', vertelt ze, ``Ik ben een Texelse, een eilandbewoonster. Als kind woonde ik aan zee. De Odyssee ging over mensen die met de zee bezig waren, met visserij, met landbouw en veeteelt. Dat waren mensen die ik om me heen had. Al mijn voorouders hadden iets met de zee te maken. Het waren vissers of mensen op de grote vaart. Twee generaties geleden zijn we aan land gespoeld en begonnen met bakkerijen en boerderijen. Ik voelde me in de geschiedenis van de Odyssee dus geen vreemde. Het waren mensen die ik kende.'

Naast een gevoel van herkenning was er de taal: ``De directheid en de beknoptheid van de taal vond ik fabelachtig – wat een paar woorden van Tacitus of Homerus niet allemaal konden suggereren! Homerus vond ik geweldig om zijn poëtische kracht en zijn rijkdom aan beelden en klanken. We weten natuurlijk niet hoe het Grieks, in de achtste eeuw voor Christus, heeft geklonken. Erasmus heeft er een klanksysteem voor bedacht – dat hoorde ik voor het eerst van een Griekse gids – maar eigenlijk maakt het niet uit, welk systeem je ervoor bedenkt. Als je dat systeem maar consequent doorvoert, zie je hoe de klanken terugkomen, hoe ze elkaar opvolgen.'

In 1988 begon Dros aan haar vertaling van de Odysseia, die op 19 september 1991 zou verschijnen – ``die prachtige datum zeg ik er altijd bij', lacht ze. In een boekhandel in Nice was haar oog gevallen op een Franse vertaling van de Odyssee, van de hand van Victor Bérard. ``Het was een vertaling in ritmisch proza, waarbij Bérard de namen van degenen die aan het woord waren in hoofdletters had gezet. Je zag opeens dat het bijna een toneelstuk is. Op dat moment kreeg ik weer belangstelling voor de Odyssee. Ik lees graag drama. Het is kort en je kunt je veel dingen voorstellen. De helft van de Odyssee bestaat uit dialoog, maar dat merk je niet, want er staan nergens aanhalingstekens.'

``Ik houd van theater. Mijn ouders en grootouders waren fervente amateur-toneelspelers. Als klein kind zat ik al, in een hoekje van de zaal, te kijken hoe dorpelingen opeens hun normale leven van zich af wierpen en zich daar in een tragedie of een blijspel bewogen. Fascinerend vond ik dat. De zangers en de dichters die, in de achtste eeuw voor Christus, Homerus voordroegen, leerden alles uit hun hoofd. Ze hadden een vast tekststramien, maar daarbinnen konden ze zich vrij bewegen. Ze zongen, maakten muziek, hadden een bepaalde mimiek. Het was theater. Agamemnon zullen ze een andere stem hebben gegeven dan een slavin. Geïnspireerd op Bérard heb ik in mijn vertaling van de Odysseia steeds de dramatis personae en de scènes aangegeven. De Odyssee is niet alleen een episch gedicht en ook niet de eerste roman die ooit werd geschreven. Het is in de eerste plaats drama. Het woord `drama' komt van het Griekse doen, handelen, dat zegt genoeg.'

De drie jaar waarin Dros de Odyssee vertaalde, waren een worsteling. ``Bij Homerus moet je vechten om erachter te komen wat er echt staat. Als je een goed ontwikkeld taalgevoel hebt, moet je oppassen dat je geen dingen verzint die er absoluut niet staan. Die verschrikkelijke Griekse deelwoorden kun je niet steeds met bijzinnen vertalen, dat werkt heel vervelend en afremmend. Hoe maak je een verhaal boeiend? Hoe zorg je dat de vaart erin blijft? Ik heb alles actief gemaakt – dat was een groot gevecht, want mocht ik dat wel doen? Een andere slag heb ik geleverd bij een kort fragment in het Elfde Boek, waar Agamemnon aan Odysseus vertelt hoe hij stierf. Ik begreep niet wat er gebeurde. Ik heb er studies op nageslagen en aan alle classici die ik kende gevraagd hoe zij het fragment zouden vertalen. Homerus is iemand die alles laat zien. Je ziet hoe het koren in grote bollen, voor de wind uit, over het land rolt, je ziet hoe een leeuw komt aansluipen, hoe mensen lachen, huilen, opgelucht zijn. Ik ben net zolang doorgegaan tot ik het zag, tot ik begreep wat er gebeurde.'

Van alle helden uit de galerij van de Odysseia spreekt Odysseus Dros uiteindelijk toch het meeste aan. ``In de Ilias worden Menelaos en Odysseus door de ogen van een Trojaan beschreven. Van Menelaos wordt gezegd dat hij helder, duidelijk en bondig sprak. Odysseus maakt minder indruk. Hij nam de sprekersstok in zijn hand en keek naar de grond alsof hij niet goed bij zijn verstand was, maar toen hij het woord nam, was het hele gezelschap als betoverd. Hij sprak als een zanger, als een dichter. Dat kun je ook zien in het fragment uit de Odyssee waar hij, als schipbreukeling, Nausikaä aanspreekt, de dochter van koning Alkinoös van Scheria, die zich net heeft ingewreven met olie, zich heeft opgemaakt en zich mooi heeft uitgedost met de kleren van haar moeder. Daar komt Odysseus, als een idioot, uit de struiken, vol met dode bladeren, onder de modder en met een takje voor zijn geslacht. Hij moet haar ertoe brengen hem kleren te geven en naar de stad te brengen. Het is voor hem een kwestie van leven of dood. Eerst komt hij met vleierij. Dan vergelijkt hij haar met een palmboom bij het altaar van Apollo, op Delos. Hij is ontroerd en die ontroering maakt hem welsprekend. Dat vind ik prachtig. Ik kan me daarbij voorstellen dat hij op dat moment opeens beseft hoe oud hij is. Toen hij wegging, twintig jaar daarvoor, stond zijn vrouw op de kade en was zij waarschijnlijk even oud als dat meisje. Dat sprak mij erg aan. Het zit allemaal in de taal – zo kort, zo bondig, zo ongelooflijk knap. Bij Homerus staat er niets te veel. Als je drie versregels weghaalt, mis je iets.'

Wat mist de jeugd, wanneer zij niet voor het gymnasium kiest? ``Zoals ik het gymnasium heb meegemaakt, doe je er een intense interesse voor taal op. Wat staat er, hoe staat het er en daar het evenwicht tussen. Dat is de basis van literatuur. Dat missen ze dan. Het gymnasium is niet zozeer een nuttige, als wel een filosofische en literaire opleiding. De klassieke wereld is iets voor je leven. Als dat wegvalt, houd je een veel materialistischer wereld over. Kant heeft gezegd dat als hij de klassieken niet had moeten vertalen, hij zich dan niet zo in de geest van de mens had kunnen verdiepen. De Odyssee bestaat uit prachtige, meeslepende verhalen, die tot de verbeelding spreken. Je kunt echt genieten van dat boek. Ik ben nu al een hele tijd bezig met de mythologie en dan zie je hoe die helden door familiebanden met elkaar verbonden zijn. Er ontstaat een wereld waarbij je het gevoel hebt dat je die familie kent. Ik verdiep me erin omdat ik het niet laten kan.'

Homerus: Odysseia. Vertaling Imme Dros. Querido, 436 blz. ƒ29,50