Bij het boekenbal

De Boekenweek is bedoeld om de mensen aan te zetten tot het kopen van een boek. Dat is het verschil met Moederdag en Vaderdag, waarop de kinderen volgens het zevende gebod met een bos bloemen aankomen. De Boekenweek werkt omzetverhogend; deze twee dagen zijn ook zo bedoeld, maar vermomd als eerbetoon. Het eigenaardige is dat het met de Boekenweek dezelfde kant op gaat. Dat is te danken aan degene die bedacht heeft, deze week te openen met het Boekenbal. Dit feest voor de commercie is uitgegroeid tot een eerbetoon aan een beroepsgroep, bovendien een nationaal spektakel, een kermis der ijdelheden, een drama vol besmuikte vendetta's, een ontmaskering der hiërarchiën, een gebeurtenis waaraan het volk langzamerhand meer zijn hart kan ophalen dan aan Prinsjesdag – de enige avond waarop we nog byzantijnse toestanden kunnen ervaren. In Hollywood heb je de filmsterren en hun premières en in gala's; in Amsterdam het Boekenbal. Dat mogen we, in deze tijd waarin het einde van het gedrukte woord, en zelfs van het Nederlands wordt aangekondigd, goed beseffen. Is het een `hype'? Heerste er geen hype in Byzantium? Is er een vorst die zonder kan? Zijn er onderdanen die er, hoe dan ook, geen plezier aan beleven?

Vandaag, 16 maart, is de balpuntpen die ik op 9 juni 1999 in gebruik heb genomen, leeg. Dat vertel ik niet om medelijden op te wekken. Een balpunt komt het dichtst bij collectief eigendom. Op ieder kantoor staan ze met dozen vol, en als je de jouwe na een dag kwijt bent, pak je een nieuwe zonder dat je hoeft te declareren. Toevallig ben ik iemand die de datum van initiëring weet omdat ik er een papiertje op plak, met mijn naam en datum. Wil je lekker met de hand schrijven, dan gaat er niets boven een goed ingeschreven balpunt (eigenlijk een kogellager waarvan het kogeltje de inktlijn trekt) en een ouderwets kladblok. Met de pen duurt het even voor het zo ver is – hij moet naar je hand gaan staan – en dan heb je er ongeveer negen maanden plezier van. Straks ga ik voor ƒ1,60 een nieuwe kopen, een Bic clic, de volkswagen van het schrijfgereedschap. Ik verheug me.

Waarom dit verteld? In de Boekenweek, veronderstel ik, nemen veel kinderen zich voor, schrijver te worden. Het schrijverschap bestaat niet alleen uit het maken van mooie zinnen, en die zodanig achter elkaar zetten dat er na verloop van tijd een boek ontstaat. Schrijven is tegelijkertijd plezier en toverkunst, met de pen als staf. Bovendien een vak vol ontberingen, genoegens en hocus-pocus. Vooral het laatste zou in de volgende Boekenweek eens nader verklaard moeten worden.

Een paar voorbeelden: Simenon kon niet beginnen voor hij tien vers geslepen potloden van een bepaalde lengte en reuk op zijn bureau in het gelid had gelegd. Was het werk af dan ging hij `naar de meisjes'. Reve heeft wel eens uitgelegd – in de tijd dat hij nog Simon heette – dat hij bij stagnatie een plasje in de dakgoot deed. Ik ken iemand die op gezette tijden volgens bepaalde diagonalen door zijn kamer moet lopen. Harry Mulisch bekijkt een geschreven pagina van een afstand, zonder het geschrevene te lezen, louter om te controleren of het beeld wel deugt. Weer iemand anders kan niet op gang komen voor hij op straat een paar voorbijgangers de weg heeft gevraagd.

Zo heeft iedereen heeft wel iets. Niet alleen moet de schrijver zich het vakmanschap eigen maken (de woorden wegen, sommige woorden afzweren, leren haten zelfs, zelfwantrouwen aankweken, voorbeelden vinden en weer laten vallen, de muziek van de zin leren componeren). Ook de hocus-pocus moet tot ontwikkeling komen. Geen schrijven zonder begeleidend toveren.

En dan is er op dit gebied één tovermiddel dat de tovenaar bedriegt. Dat is alcohol. `Wie drinkt, zal niet schrijven,' heeft Remco Campert gezegd. Dat is de overeenkomst met autorijden. De pen – en nog meer het toetsenbord van de computer – werkt dan als het stuur van een auto en het gaspedaal. Zelfs bij weinig alcohol! Daar loert, slaat toe, de ergste vijand van schrijver en chauffeur: de zelfoverschatting die al vlug verandert in machtswellust en grootheidswaan. Het resultaat is de volgende ochtend zichtbaar. Op zijn best heeft de chauffeur een deuk in zijn auto gereden. De schrijver wordt aangegrijnsd door zijn zinnen vol opschepperij, zelfoverschatting en de tierlantijnen van zijn bijvoeglijke naamwoorden. Laten we hopen dat hij het zelf bijtijds ziet, of een onbarmhartige redacteur heeft.

Volgend jaar een boekje van het CPNB met de keukengeheimen en gevaren van het literair Byzantium.

PS: Twee weken gelden stond op deze plaats een stukje waarin ik mij verzette tegen de overmaat aan `gesproken woord' die op Radio 4 de muziek overspoelt. Daarop heeft mij een golf van brieven bereikt, geschreven door lezers die het met me eens zijn. Intussen heeft mevrouw Karina van der Meer nadere actie ondernomen. Het succes daarvan hangt af van uw bijval. Zij vraagt uw een kaart met de tekst `Meer muziek, minder gepraat. Zie regels Hofland NRC 3-3-00' te zenden naar: Zendercoördinator Radio 4, Postbus 26444, 1202 JJ, Hilversum of, per e-mail, naar: radio4@mcodesign.com, rosemarie.meindertsma@nos.nl of via de website www.omroep.nl/radio4