Zwemmen in de woestijn

In een uitloper van de Kalahari-woestijn ligt het sprookjesachtige vakantieparadijs Sun City, compleet met palmbomen en een paleis. In het Royal Bath met Romeinse arcaden waant de bezoeker zich als Caesar in de thermen.

Op de 20 minuten vlucht van South African Airlink tussen Johannesburg en Sun City zit de voormalige politicus Mathews Phosa, nu een gevierd zakenman. Phosa glundert: hij gaat met vrouw, dochter en jonge kleinkinderen op een weekenduitstapje naar Sun City. Het kleine zwarte grut gluurt door de raampjes van de Jetstream-41 om te zien of het hun beloofde reuzenzwembad al in zicht is. Gejuich! Daar ligt het, midden in de droogte: paleis, water, strand en ander kindervermaak binnen handbereik.

De vakantiestad Sun City, met als hart de zogeheten Lost City is een sprookjesachtig paradijs, dat voorheen een exclusief blank domein was. Het historische verhaal van de locatie is volkomen verzonnen. Volgens de legende lag hier, in de huidige Zuid-Afrikaanse Noord-West provincie duizenden jaren geleden een grote nederzetting die werd verwoest door een aardbeving, waarna de natuur het geheel verwoekerde. In 1991 werden de resten `ontdekt', opgegraven en gerestaureerd. Het paleis van de voormalige koningen bouwde men om tot een luxueus hotel: The Palace of the Lost City. Het is een mooie story, ook al is er geen snars van waar.

Sun City is een doe-het-zelf pretpark, met een merkwaardige combinatie van buitensport en gokhallen, gebouwd in een uitloper van de Kalahari-woestijn, met zon het hele jaar door. Vanuit the `Palace' kan men te voet de meeste attracties makkelijk bereiken – voor luilakken zijn er gratis shuttles. Het `paleis' is een verfijnde ontmoeting tussen echt en kitsch. Via de toegangspoort wandelen de gasten door acht meter hoge eiken deuren, voorzien van Afrikaans houtsnijwerk, de entree met ingelegde marmeren vloeren binnen. De palmbomen in de hal zijn van plastic, de bamboepilaren bestaan uit steen. Meer dingen zijn nagemaakt, maar wel heel mooi nagemaakt. Zo ligt aan de rand van het hotel het Royal Bath, een van de vele zwemgelegenheden in de `stad'. Te midden van de `restanten' van een Romeinse arcade, pilaren en bogen vergroeid met tropische planten, voelt men zich, poedelend in het lauwwarme water, als Caesar in de thermen.

Niets in het paleis lijkt gewoon. De koffie in het Crystal Court wordt geserveerd met kandijsuiker, gesponnen om een vurenhouten stokje en voorzien van een elegant knopje. De lift naar de kamers is van goud en ivoor (niet echt natuurlijk), belletjes rinkelen in de torens op het dak, stenen olifanten kijken de gasten overal aan. En voor je het weet sta je oog in oog met tennisster Steffi Graf (wel echt), want `The City' is een plaats van stand, waar de internationale jet set zich graag laat zien. Haar meest beroemde regelmatige bezoeker (drie of vier keer per jaar) is the one and only Michael Jackson. Het klinkt duurder dan het is, `The Palace' kan uit een dunne portemonnee niet worden bekostigd, maar er zijn ook veel goedkopere, voor iedereen betaalbare hotels in Sun City, onder de Zuid-Afrikanen zeer populair.

De zonnestad kent een merkwaardige combinatie van entertainment, die twee totaal verschillende soorten publiek trekt. Voor de actievelingen is er veel buitensport: twee golfbanen, wandelroutes en heel veel zwemgelegenheden. Het meest spectaculaire wateronderdeel van Sun City heet de Vallei van de Golven: een enorm openlucht golfslagbad, gelegen tussen palmbomen en eindigend op een wit strand. Het haalt het niet bij de echte zee, maar die ligt ook ver weg van hier, toch gauw een 700 kilometer. Wie wil en durft kan via een glijbaan van 17 meter hoog, uitgehakt in de rotsen de vallei binnenplonzen.

Het andere vermaak is de gokafdeling à la Las Vegas. In grote hallen met een Afrikaans decor kan men aan de eenarmige bandiet trekken, op knoppen drukken, de Dream Machine bedienen en dat soort dingen. Je moet ervan houden, maar dikke moekes tot en met oma's doen dat kennelijk, want zij vormen een groot deel van het publiek dat fanatiek de machines bedient.

Door het gokwezen is Sun City in feite groot geworden. De ware geschiedenis voert terug tot eind jaren zeventig, op het hoogtepunt van de apartheid, toen de blanke minderheidsregering het handvol thuislanden – in naam onafhankelijke, maar door de buitenwereld nooit erkende staten – poogde rustig te houden met protserige megaprojecten en tegelijk leuke dingen wilde doen voor de eigen blanke bevolking. Sol Kerzner, een gehaaid zakenman met louche trekjes, kreeg het privilege om gokfaciliteiten te bouwen in het thuisland Bophuthatswana: Sun City was geboren. In het puriteinse Zuid-Afrika bleef het gokken verboden.

Kerzner breidde gaandeweg zijn repertoire uit met andere stoute bezigheden zoals revues van halfnaakte dames, schrans- en drinkpartijen, en met rijkeluissporten zoals golf en tennis. Onder de naam `Kingdom of Pleasure' deed Sun City in die dagen vermetele pogingen buitenlandse artiesten en bezoekers te lokken om zo enige acceptatie buiten de grenzen van Zuid-Afrika te krijgen. Verder dan wereldvreemde figuren als de Britse in de Here-zanger Cliff Richard en Europese neo-nazi's schopte men het niet.

In de glossy folders en de peptalk van de pr-mensen in zonnestad komt men over dit pikante `foute' verleden van Sun City weinig meer tegen. Maar laten we wel wezen, dat is ook niet meer nodig, want het vermaaksoord is nu gedepolitiseerd en gewild onder alle kleuren mensen van Zuid-Afrika en daarbuiten. De `stad' is uitgegroeid tot een pretpark, gericht op ouders met kinderen, zonder een Disneyland te zijn geworden.

Buiten de `stadsmuren' ligt het Pilanesberg Nationale Park, een tegelijk met Sun City aangelegde wildtuin, destijds eveneens onder grote controverse. De zwarte boeren namelijk die op de plek woonden werden er gewoon afgeschopt. Dat mag de pret niet meer drukken, Pilanesberg is ontwikkeld tot een handzaam safaripark, waar de kans op het zien van wild aanzienlijk groter is dan in de grote parken zoals Kruger. In Pilanesberg bevinden zich, op een gebied zo groot als de Noordoostpolder, olifanten, leeuwen, neushoorns, giraffes, buffels, zebra's, alle inheemse dieren van de regio, die hier ooit naar toe zijn gebracht onder de naam Operatie Genesis. Tijdens ons bezoek, op een late middag, zien we vrijwel alle grote wild, tot en met een zeldzaam luipaard aan toe, dat behaaglijk met haar welp in de ondergaande zon ligt te rollebollen. Een jonge olifantenstier blokkeert geruime tijd het pad, boos en gevaarlijk.

Bij terugkeer in de Zonnestad nog een keer een bad nemen om te ontwennen. De rustieke Grand Pool dit keer. De bodem vertelt er in blauw-groen mozaïek het verhaal van de twee zonnen Los en Nus die streden om de hemelse heerschappij. Los won en reduceerde Nus tot maan. De mythe van de Sun City, zonnestad, plek van de illusie en het vermaak, ontvouwt zich zo onder de baantjestrekkende zwemmer.