`Waterquotes' kroonprins

Hoe Willem-Alexander over water denkt is af te leiden uit zijn veelvuldige publieke uitspraken, die overigens onder de ministeriële verantwoordelijkheid vallen. Een kleine bloemlezing van zijn meest opvallende `wateruitspraken'.

Twee jaar geleden kondigde ik op televisie aan dat ik mij met waterbeheer wilde gaan bezighouden. Dat heb ik geweten. [...] Talloze ondernemers, van zwembadleveranciers tot loodgietersbedrijven en fabrikanten van allerlei aan water gerelateerde producten, probeerden mij er in fraaie bewoordingen van te overtuigen dat ook die activiteiten gezien konden worden als goede voorbeelden van waterbeheer. (Zaandam, 11-10-1999)

We hebben een optimale manier ontwikkeld om water naar de zee te dragen. De vraag lijkt gerechtvaardigd of dit op dezelfde voet nog eeuwen door kan gaan. Is er in ons land zoveel zoet water dat we het ons kunnen veroorloven het zomaar weg te pompen of weg te laten stromen? (Amsterdam 19-6-1998)

Meer ruimte geven aan rivieren is belangrijk, willen we herhaling van de ons overkomen rampen voorkomen. [...] Dat betekent dat bebouwing wellicht moet worden afgebroken, en landbouwgrond weer uiterwaard wordt of beschikbaar komt als retentiegebied. We moeten water in het stroomgebied van een rivier niet zo snel mogelijk afvoeren, maar langer vasthouden. (Peking, 13-4-1999)

Rivieren zijn net levende schepselen. Ze zijn dynamisch en hebben ruimte nodig. Als je een rivier probeert te kooien door dijken te dicht bij de hoofdstroom aan te leggen en door buitensporige normalisatie en kanalisatie, zal deze proberen als een wild beest uit te breken; ze zal de druk op dijken, dammen en kades verhogen; ze zal de zwakke plekken opzoeken en daar doorheen breken.

(Nijmegen, 29-9-1998)