Uit de schaduw van Chiang Kai-shek

Zaterdag kiest Taiwan een nieuwe president. Iedere stap voorwaarts die de Taiwanese democratie zet, is een stap weg van China. En met iedere stap weg van China, komt Taiwan verder los van zijn eigen verleden.

De man die Taiwan met ijzeren hand heeft geregeerd staat verregend in de gele modder. Alsof hij er eerstdaags in wegzakt, om voor eeuwig in de vergetelheid te raken. Maar de grond is pas gespit, en Chiang Kai-shek, in brons gegoten, is nog geen drie weken geleden op zijn nieuwe sokkel gehesen. Vele Chiangs moeten volgen. Wie een standbeeld van de man kwijt wil, kan hier terecht. Het park dat in de weelderige bergen van Noord-Taiwan wordt aangelegd, is een rustplaats van het afgedankte verleden.

In heel Taiwan zijn er pakweg 43.000 beelden van Chiang die met het keren van het politieke tij steeds minder gewenst zijn. Als het aan het districtsbestuur van Tahsi ligt, mogen alle beelden komen. Tahsi is de plek waar de voormalige president van de Republiek China een buitenhuis had en waar hij sinds zijn overlijden in 1975 ligt begraven. Maar het aantal bezoekers dat de zwart-marmeren tombe in het buitenhuis komt bekijken, is de afgelopen jaren flink afgenomen en de beeldentuin moet het gemis aan inkomsten compenseren. ,,Taiwan komt los van het verleden'' zegt Wu Chiang-chung van het districtsbestuur. ,,Chiangs erfenis is gereduceerd tot bewaard gebleven afgietsels. Die houden wij hier in stand.''

Toch is het politieke lot van Taiwan voor een belangrijke deel bepaald door de beslissing van president Chiang om naar het eiland te vluchten toen hij na een verwoestende burgeroorlog op het Chinese vasteland moest wijken voor de communisten. Zijn komst naar Taiwan in 1949, met een aanhang van 1,5 miljoen Chiang-getrouwen in zijn kielzog, hebben een onuitwisbaar stempel gezet op het politiek klimaat van vandaag de dag. Zonder Chiang en zijn Kwomintang-regering zou geen sprake zijn van `spanningen in de Straat van Taiwan' of van de `historische aanspraken' die de Volksrepubliek China op Taiwan maakt. En van `de etnische kwestie', de eindeloze strijd tussen de `vasteland-Chinezen' in Taiwan (waishengren) en etnische Taiwanezen (benshengren), die ieder politiek debat op het eiland beheerst, zou niemand hebben gehoord.

,,Chiang Kai-shek heeft Taiwan beschermd en Taiwan heeft Chiang Kai-shek beschermd'', zegt Bo Yang. Bo (80) is een van Taiwans bekendste schrijvers en een vermaard criticus van het regime van Chiang. ,,Zonder Chiang was Taiwan ten prooi gevallen aan het meedogenloze communistische gezag. En zonder Taiwan waren Chiang en zijn achterban in de absolute vergetelheid geraakt.'' Het is een paradox waarmee alle Taiwanezen moeten leven, of zij nu op het eiland zijn geboren of niet. ,,Maar dat neemt niet weg dat Chiang zich heeft gedragen als de eerste de beste despoot.'' Bo kan het weten. Hij zat negen jaar vast op een gevangeniseiland even buiten de kust van Taiwan. Zijn overtreding: de vertaling van een Amerikaanse Popeye-strip waarin hij cynische toespelingen op Chiang had verwerkt.

De acute oorlogsdreiging en de plannen van de Kwomintang om binnen afzienbare tijd terug te keren naar het moederland creëerden een permanente sfeer van crisis op het eiland. Chiang riep de staat van beleg uit en duldde geen enkele tegenspraak. Dissidenten werden resoluut opgesloten, en samen met Bo verdwenen in de periode die in Taiwan bekend staat als de `Witte Terreur' zeker 10.000 mensen achter slot en grendel. Voor veel oudere Taiwanezen is dit een traumatische periode uit hun leven. Maar zelfs de jonge generatie is bekend met de tijd toen het bestaan van een etnisch-Taiwanese cultuur volledig moest worden genegeerd. De staat van beleg werd pas in 1987 opgeheven, en het is sinds die tijd dat het Taiwanese bevolkingsdeel – samen met de etnische Hakka Chinezen en de inheemse Taiwanezen bijna 90 procent van de bevolking – voor zich zelfzelf opkomt.

Majoor Pan Tong-liang (36) legt uit dat het repressieve bestel uit die tijd een noodzakelijk kwaad is geweest, waar de jonge democratie uiteindelijk van heeft geprofiteerd. Pan is voorlichtingsfunctionaris van de legereenheid die waakt over het graf van Chiang. ,,Vijftig jaar geleden waren de mensen ongeschoold, ze konden niet omgaan met democratische beginselen. Bovendien bestond voortdurend de kans dat China Taiwan zou binnenvallen. Het enige wat de regering in die tijd heeft gedaan, is de nationale eenheid bewaren. Die was nodig om Taiwan sterk te maken.''

Maar volgens historicus Xue Huayuan van de Chengchi Universiteit in Taipei is dat onzin. ,,Onder de Japanners (die Taiwan vanaf 1895 als een kolonie hadden bestuurd) bestond al een bepaalde vorm van kiesrecht. En in 1945 was bijna tachtig procent van de Taiwanezen geschoold, veel meer dan in China.'' Xue gelooft dat de huidige politieke strijd zijn wortels heeft in de dagen na het einde van de Tweede Wereldoorlog. ,,De Japanners waren verslagen en Taiwan schaarde zich bij het moederland zoals Peking dat vandaag de dag zo graag wil. Maar de militairen van de Kwomintang gedroegen zich niet als eerbiedwaardige bevrijders. Het was een stelletje ongeregeld.'' Ze waren corrupt, geprivilegieerd en keken neer op hun landgenoten uit Taiwan. ,,Taiwanezen waren dat niet gewend. De Japanse bureaucratie was weliswaar niet de hunne, maar zij functioneerde wel. In de Japanse tijd bestond orde in Taiwan.'' In februari 1947 kwamen tussen de 10.000 en 30.000 etnische Taiwanezen om toen ze in opstand kwamen tegen hun `bevrijders' van de Kwomintang.

Schrijver Bo zegt dat de etnische scheiding zoals die door de Kwomintang in stand is gehouden, niet bestaat. ,,Er is geen etnische scheiding, er is alleen sprake van een taalonderscheid. Het Taiwanees is een dialect, maar we zijn allemaal Chinees.'' Volgens Bo wordt de etnische kwestie misbruikt door de politiek. ,,Zodra er stemmen kunnen worden gewonnen, maken politici een punt van iemands etnische achtergrond; is hij Taiwanees of komt hij van het vasteland. Maar de dagelijkse realiteit is dat niemand zich er druk om maakt.''

Dat geldt zeker in Tahsi. Zelfs in de schaduw van het oude regime zijn Chiang, de erfenis van de Kwomintang of de verhouding tussen China en het eiland geen onderwerp van discussie. ,,De meeste mensen hier werken in de agrarische industrie'', zegt bestuursfunctionaris Wu. ,,Ze zijn vooral geïnteresseerd in hun handel.'' Hun steun aan bepaalde politici is gebaseerd op ,,persoonlijke aantrekkingskracht.'' De historische achtergrond van de partijen die de kandidaten vertegenwoordigen is geen discussiepunt. ,,We hebben hier het grootste deel van ons leven doorgebracht. Taiwanezen zijn vergevingsgezind.''