Tussen lobby en boer'nkroeg

Een korte samenvatting van wat vooraf ging. Zo'n 1.500 à 2.000 eeuwen geleden dreven aanzwellende gletsjers vanuit Scandinavië keien, rotsblokken en andere losgewrikte aardkorst zuidwaarts voor zich uit. Helemaal tot in Nederland. Toen het ging dooien, en de gletsjers weer naar het noorden opkrasten, lieten ze hier hun geologische rommel slingeren. En dat puin ligt er nog steeds. De Utrechtse Heuvelrug bijvoorbeeld, Salland, de Veluwe, het Montferland. Alleen met moeite was uit deze arme bosgronden door de mensen een bestaan bijeen te schrapen. In deze streken was het daarom nooit druk, maar altijd mooi. Tot heel – althans, op geologische tijdschaal – kort geleden.

Bevolkingsgroei, woningwetbouw en motorisering van de massa deden deze rust en natuurschoon sterk in waarde stijgen. De afgelopen eeuw dreef daarom aanzwellend toerisme vanuit de Randstad hotels, snackbars, campings en andere vrijetijdshave oostwaarts voor zich uit. Wanneer de toeristen bij invallende winter weer naar het westen opkrassen, laten ze slechts hun recreatieve keileem slingeren. Dan daalt over deze gewesten een verademende stilte neer.

Neem het sympathieke plaatsje Zeddam in het Achterhoekse Montferland. Gelet op het aantal – nu verlaten – logementen aan de dorpsstraat moeten per Zeddamse ingezetene zeker vijf hotelbedden bestaan. Het wandeltoerisme legt Zeddam 's zomers vast geen windeieren.

Nu staan hotels erom bekend dat hun lobby's niet buitengewoon uitnodigend zijn.Logés hebben snel genoeg van pluchen fauteuils, overbeleefde obers en alwéér die lui van de belendende kamer. Liever richten ze de blik op de plaatselijke horeca. Alleen moet die ook weer niet té lokaal zijn: in de Achterhoek levert dat snel een met bier doordrenkt pak op en gekneusde trommelvliezen. En ziedaar het bestaansrecht van het Zeddam's Wijnhuis, een gelegenheid die het ideale midden houdt tussen een luxe lobby en een boer'nkroeg.

Een aantal wijnvaten markeert de ingang. Achter een deur aan de rechterkant van een lange gang is de oude gelagkamer – wie de Carpenters en Procol Harum niet meetelt, waant zich in de achttiende eeuw. Daarachter is een gedeelte met gemakkelijke stoelen en een toog. In het verlengde van deze twee ruimtes is een dieper gelegen eetgedeelte, waar op deze zaterdagavond, een familiegezelschap aan een lange tafel zit te roezemoezen. Overal tegen de muren staan roze gekwaste stenen stapelrekken waarin flessen wijn liggen. Het Wijnhuis heeft met zijn nieuwe stenen vloer, koelwitte muren wel wat weg van een Duitse Weinstube in een wintersportplaats. En dat is, rekening houdend met de nabijheid van Duitsland, natuurlijk niet zo gek. Verschillende schrijvens aan de muur reppen van wijnproefgelegenheden, cursussen en arrangementen.

Bij de bestelde glazen wijn – onthoudt de La Brie rosé – brengt de gerant een ongebruikelijke amuse, krentenbrood met roomboter. De menukaart maakt het ons moeilijk, want de keuze is veel gedurfder dan wat een gemiddelde Weinstube of Britse Winebar serveert. Allereerst staat er een dagspecialiteit op het bord die drie – vier, inclusief amuse – gerechten met evenveel wijnsuggesties combineert. Dit zijn gemarineerde kabeljauw met een Vernaccia, gebraden runderlende met een Cahors en een kaasassortiment met een Banyuls. Maar dat ziet er, zeker na al dat lekkere krentenbrood, nogal copieus uit – en bovendien bevalt die rosé best.

Van de kaart pikken we, eenmaal naar achter verhuisd, een Provençaalse salade met gekonfijte tomaat en mozzarella, die, aldus de kaart, op ,,smaak is gebracht met het sap van onrijpe druiven.'' Als variatie op klassieke vitello tonnato is er dun gesneden kalfsmuis met makreelmayonaise. De porties zijn hier onvervalst Duits: overvloedig. De salade is even fris als smakelijk en die makreelmayo moet nodig ook thuis een keer worden gemaakt.

De hoofdgerechten. De gekozen ,,op de huid gebakken snoekbaarsfilet met groentensambal'' blijkt in een plas gitzwarte saus te liggen. Gelukkig is het geen dropwater, maar saus van de inkt van sepia, katvis. Dat kan beter van tevoren even worden gezegd. Aan deze kant van de tafel verschijnt ,,gekarameliseerde medaillon van zwijnshaas met een zoetzure saus op basis van bokbier en vanilleazijn.'' Gewaagd, hoor. Maar goed. Met twee man waren we 130 gulden kwijt. Buiten hangt de doodstille lucht van het nachtelijk bos. Wij moeten de auto nog in, maar zo'n hotelbed lokt toch wel.

Het Zeddam's Wijnhuis

Bovendorpsstraat 7

Zeddam

Geopend: elke dag

14-22u

Inl 031-4650580