Stripfiguren met gidsfunctie

Hoe zag de wereld er 2000 jaar geleden uit? Bij de tentoonstelling Asterix en Europa fungeert de strip als springplank naar het verleden.

WOESTELINGEN waren het, de Galliërs. Schreeuwlelijkerds. Maar ook: durfallen. Onverschrokken en ongecoördineerd gingen zij de vijand te lijf. Ongekleed stormden zij op de Romeinen af, om te laten zien dat ze geen verwondingen vreesden. Liever droegen ze de schedels met zich mee van de tegenstanders die ze eerder hadden overwonnen. Ze wilden imponeren.

,,Het waren niet zulke leuke jongens, die Galliërs'', concludeert Ruurd Halbertsma, conservator Griekse en Romeinse kunst van het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden. Anders dan de Asterix-albums suggereren. Net zo min als de Romeinse legioenen uitsluitend waren opgebouwd uit karakterloze, laffe opportunisten. Integendeel, de Romeinen zegevierden meestal. De Galliërs uit de ruwe werkelijkheid van twee millennia geleden misten een belangrijk voordeel dat de scheppers van Asterix hun later postuum verschaften: ze hadden geen toverdrank.

De menhirs die Obelix in de stripverhalen zo onvermoeibaar rondsjouwt, dateren eigenlijk van een oudere periode. De bard in het dorpje van Asterix is de risee die voortdurend letterlijk de mond wordt gesnoerd.In de Gallische werkelijkheid was hij een man van aanzien; de enige die het dorpshoofd mocht tegenspreken, ja hem zelfs als een nar mocht bespotten.

Het is niet moeilijk de door de stripmakers geschapen illusies te verbrijzelen. Maar veel zin heeft het niet. ,,Je kunt de helm die je in de strip ziet vergelijken met de helmen die in de Romeinse tijd werden gedragen'', zegt Halbertsma. ,,Maar dan tuimel je in een valkuil. Dan krijg je een saaie tentoonstelling.'' Er is geen reden voor een demasqué van het beeld dat tekstschrijver Goscinny en tekenaar Uderzo hun lezers en kijkers hebben voorgeschoteld. Zij hebben nooit de pretentie gehad een kopie van de werkelijkheid te maken. Halbertsma: ,,Ze hebben gebruikt wat ze konden gebruiken. En ze zijn als ware archeologen te werk gegaan. Ze blijken werkelijk alles te hebben gelezen wat er over de Galliërs is geschreven.''

Vanuit die rijke inspiratiebron schiepen Goscinny en Uderzo hun eigen wereld, de wereld van Asterix en Obelix. ,,Die lijkt eigenlijk het meest op ónze wereld'', vindt Halbertsma. ,,Met een eeuwige strijd tegen de machthebbers en de strijd tussen mannen en vrouwen.'' En een wereld die van alle tijden is: die van vriendschap en jaloezie.

De conservator heeft bij het maken van de tentoonstelling Asterix en Europa de strip gebruikt als `springplank', om de bezoeker kennis te laten nemen van de wereld van zo'n 2000 jaar geleden. Zo bezien is de tentoonstelling een toetsing van twee waarheden: de realiteit van de Romeinse tijd en de fantasie van Goscinny en Uderzo. Tekeningen, tekstfragmenten en driedimensionale reconstructies geven inzicht in de overeenkomsten en de verschillen.

De expositie is interessant voor wie meer wil weten van de Romeinse tijd. Het spreekt bijna voor zichzelf dat geen geschiedenisboek zeden en gewoonten uit deze periode zo aanschouwelijk kan maken als een tentoonstelling waarin beroemde stripfiguren een gidsfunctie hebben. Maar de liefhebber van Asterix en Obelix met minder historische belangstelling komt ook aan zijn trekken. Door de rol die de striphelden op de expositie spelen, maar vooral door het slotstuk ervan: een serie tekeningen die Uderzo speciaal voor `Asterix en Europa' heeft vervaardigd. Ze zijn aanzienlijk groter en veel feller gekleurd dan in de stripboeken mogelijk is.

Inleiding

Halbertsma heeft de tentoonstelling thematisch ingedeeld. De inleiding is ,,een feest van herkenning'': De wereld van Asterix. De kleine held en zijn royaal geschapen boezemvriend Obelix zijn op everzwijnenjacht - in het museum staat een opgezette zwijnenfamilie. Een Romeinse patrouille verstopt zich angstig achter een boom, enzovoorts. Een wandeling door een stripverhaal. Daarna volgen nog zeven hoofdstukken, die elk worden ingeleid door een van de figuren uit de strips.

Harde werkelijkheid

Na de aan de fantasierijke breinen van Goscinny en Uderzo ontleende inleiding volgt de ontnuchtering: Het griezelkabinet. De dubieuze en mysterieuze Xynix (uit De Ziener) confronteert de bezoeker met de harde werkelijkheid. In een gereconstrueerde Gallische tempel hangen de doorboorde schedels van de slachtoffers van de Galliërs; lang niet de ruwe bolsters met blanke pitten, die zij eerder leken te zijn, althans, niet voor wat betreft die pitten. Ook is een volledig uitgeruste Romeinse legionair te zien.

Technieken

Voor een wetenschappelijk verantwoord onderdeel zorgt de wijze druïde Panoramix. In Lezen en graven leert de bezoeker over methoden en technieken van de archeoloog, hoe hij zich kennis over de oudheid eigen kan maken. En dus ook hoe beperkt zijn weergave van de werkelijkheid moet zijn. Anders dan Goscinny en Uderzo kan hij de verbeelding niet aan de macht brengen. Een vergelijking tussen getekende afbeeldingen uit de strip en gegevens uit historische en archeologische bronnen maakt dat duidelijk.

Ambachten

Asterix zelf geeft vervolgens een rondgang door hoofdstuk IV: Het dorp. Door het tonen van ambachten (visboer, smid) en aandacht voor de kunsten (al bungelt de bard voor alle zekerheid aan een boom) wordt een beeld geschetst van de gebruiken en gewoonten van de Kelten. Met één druk op de knop zijn muzikale geluidsfragmenten te horen, waaronder enkele buitengewoon valse tonen, waarin de geoefende Asterix-liefhebber het artistieke talent van Assurancetourix herkent. Ook wordt aandacht besteed aan het fenomeen van de `schildverheffing'. Laat het dorpshoofd Abraracourcix zich in de strips vrijwel onophoudelijk per schild rondsjouwen, in werkelijkheid overkwam dit de leider slechts eenmaal, bij zijn uitverkiezing.

Gevechtstechnieken

Ten aanval!!!! Zo luidt de titel van het volgende onderdeel, waarin Abraracourcix inzicht verschaft in de gevechtstechnieken van zowel de Romeinen als de Galliërs. Aan het wapengekletter en geschreeuw is te horen hoe woest en ogenschijnlijk chaotisch de Galliërs daarbij te werk gingen, tegenover de in infanterie en cavalerie georganiseerde vijand.

Soldatenleven

In Het legerkamp laat Julius Caesar zien onder welke moeilijke omstandigheden de Romeinse legers leefden. Daarbij is gebruik gemaakt van de boeken die hij over de oorlog met de Galliërs heeft geschreven: De Bello Gallico. In het omvangrijke Romeinse Rijk hadden de legionairs met wisselende en vaak barre klimatologische omstandigheden te kampen; ze moesten vaak wekenlange tochten per voet afleggen om in een uithoek van het rijk te komen. Het beeld dat Goscinny en Uderzo van het dagelijkse Romeinse soldatenbestaan schetsten, met veel liederlijk gedrag, was in de realiteit een leven van strikte discipline, harde straffen en af en toe een muiterij.

Romanisering

Uiteindelijk winnen de Romeinen. In Rome sweet Rome laat de glibberige collaborateur Nogalfix (uit De kampioen) zien wat de gevolgen daarvan zijn in de periode 200 tot 300 n.C. De volkeren die door de Romeinen waren verslagen, accepteerden na verloop van tijd hun cultuur. In een uitgestrekt gebied is sprake van Romanisering. Dat is te zien aan de planning van steden, de bouw van wegen, aquaducten en amfitheaters. Het streven naar luxe van de Romeinen wordt door de andere volkeren overgenomen. (Goscinny en Uderzo lieten deze Italiaanse hang naar schoonheid en rijkdom zien in het gedrag van de legerhoofden: waar ter wereld zij hun kamp ook opsloegen, ze waren altijd voorzien van een weelderige badkuip). In dit gedeelte zijn ook parallellen waar te nemen met het huidige streven naar Europese eenwording. Er was in deze Romeinse tijd een internationale eenheid van munten, gewichten en maten.

Feestmaal

Eind goed al goed en Rare jongens die Europeanen. Wie anders dan de goedmoedige, soms wat kortaangebonden Obelix begeleidt de bezoeker bij het laatste hoofdstuk? Uiteraard is het slot een feestmaal, met Asterix en zijn dorpsgenoten aan de dis, maar ook alle Europeanen die in de strips een rol spelen. Bezoekers kunnen aanschuiven om catalogi, relevante literatuur en de Asterix-albums te raadplegen. Ook zijn er interactieve computerprogramma's te bedienen, die meer inzicht verschaffen in het Romeinse Rijk en in de overeenkomsten en verschillen daarvan met het Europa van nu.

`Asterix en Europa', Rijksmuseum van Oudheden, 17 maart tot en met 1 oktober, Rapenburg 28, Leiden, (071) 516 31 63. Samenstelling: Ruurd Halbertsma (conservator) en Nicoline Koek (projectleider). Openingstijden: dinsdag-vrijdag 10-17 uur, zaterdag, zondag en feestdagen 12-17 uur. Scholen ook op maandag, na reservering, 10-17 uur. Toegangsprijzen (inclusief vijf gulden toeslag voor de Asterix-expositie: volwassenen 12 gulden, kinderen 6-18 jaar 11 gulden, 65+ en CJP 10 gulden, schoolbezoek per leerling 8 gulden; museumjaarkaarthouders 5 gulden. Reserveren voor scholen en groepen (071) 516 31 78.

E-mail: info www.rmo.nl (met Asterix-pagina's).

TENTOONSTELLING