`Sta op en verander de rotzooi'

In het standaarwerk De Stijl, in het begin van de jaren tachtig uitgegeven door het Stedelijk Museum in Amsterdam en door Kröller-Müller in Otterlo, wordt de naam van Nelly van Doesburg één maal genoemd en dan nog in een bijzin als het over haar man Theo gaat. Voorts staat ze op een onscherp fotootje van een atelier; dat althans vermeldt het bijschrift want te herkennen is ze niet.

Ze had in het verhaal van De Stijl beduidend meer aandacht verdiend, ze was in deze beweging een katalysator van belang; ook lang nadat de Stijlgroep zelf niet meer bestond ging ze door met het uitdragen van de mede door haar man vormgegeven avantgarde die het gezicht van de vorige eeuw mede heeft bepaald.

``Sta op en verander de hele rotzooi,'' vond ze en bleef ze vinden. Daarom is dit de juiste titel van de documentaire van bijna drie kwartier die Hank Onrust over haar maakte. Het werd het door twee vertellers en een rijkdom aan foto's gedragen levensverhaal van een talentvolle schoonheid die al heel jong inzag dat de wereld toe was aan nieuwe inzichten die in eerste instantie via de kunsten duidelijk moesten worden.

Ze heette nog Nelly van Moorsel die in een villa tussen Scheveningen en Den Haag het buurmeisje was van H.P. Berlage, toen zij een lezing aanhoorde van Theo van Doesburg wist ze meteen dat hij het allemaal begreep en dat zij hem in het bevorderen van een nieuwe visie die De Stijl werd genoemd wilde volgen. Zij verliet de ouderlijke woning, hij zijn vrouw, de verbintenis met de zestien jaar oudere Theo duur tien jaar, tot zijn dood in 1931.

Wat er in die korte periode en vooral daarna tot haar sterven in 1975 allemaal met, rondom en dóór haar gebeurde wordt in de film van Onrust verteld door haar nicht, de kunsthistorica Wies van Moorsel, die ook haar biografe is, en door de dichter K. Schippers, die haar ooit interviewde zodat in de documentaire af en toe Nelly's eigen stem te horen is.

Zij zorgen voor de rode draad daarbij geholpen door een reeks anderen die met Nelly van Doesburg te maken hebben gehad.

Nelly en Theo van Doeburg leefden in zo'n wereld, die tegenwoordig een netwerk heet maar toen toch iets anders was. In de internationale groep, gecentreerd in Parijs, werd het nieuwe en zinvol absurde bedacht. Er was veel meer dan in een netwerk. ``Dolle pret'', zoals Schippers het uitdrukt. Feesten, relaties over en weer, grollen en streken, diepe vriendschappen, die af en toe werden afgewisseld met haat en rancune. Ze werkten ook dikwijls voor en met elkaar. Tzarà vervaardigde een gezicht op Nelly van Doesburg dat geheel is opgebouwd uit het ene woord `madame'. Tevens liet hij weten op haar verliefd te zijn. Man Ray maakte prachtige foto's van haar. In Weimar wilde Theo van Doesburg te veel invloed in het beheer en beleid van het Bauhaus. Gropius zette hem de voet dwars. Nelly stond achter haar man.

Geheel onbekend was, het wordt in de film onthuld, dat Nelly van Doesburg zelf ook even heeft geschilderd. Haar werkstukken zoals die in de film getoond worden, hebben nauwelijks iets met De Stijl te maken, eigenlijk helemaal niets. Ze vertonen arabesken en andere grilligheden waarvan Mondriaan zou hebben gegruwd. Nelly ging dus veel verder dan haar man Theo, die het waagde naast de verticalen en horizontalen de diagonaal in te voeren en deswege door Mondriaan in de ban werd gedaan.

Sta op en verander de hele rotzooi, Ned.3, 23.25-0.14u.