Pulpschrijver gevangen door fan

Vanavond gaat Misery bij het Nationale Toneel in Den Haag in première. ,,Juist de griezeligste dingen zeg ik heel terloops'', zegt Geert de Jong, die naast Eric Schneider de hoofdrol speelt.

Bliksems flikkeren, violen zwellen aan, en Geert de Jong heft haar bijl om de voet van Eric Schneider af te hakken. Het Nationale Toneel brengt het toneelstuk Misery als een ouderwetse thriller, met veel vette filmeffecten. Misery, dat vanavond in première gaat, is gebaseerd op een lekkere Hollywoodfilm van Rob Reiner (bekend van When Harry met Sally). ,,De thriller is in het theater een uitgestorven metier,'' zegt toneelveteraan Eric Schneider, ,,film en televisie hebben het overgenomen. Daarom vind ik het zo aardig dat ik nog eens in een echte thriller sta.'' Zijn tegenspeelster Geert de Jong wilde ook graag in een ambachtelijk theaterstuk spelen: ,,Ik dacht aan een goede komedie, totdat ik op een terras een Amerikaan tegenkwam, die me aankeek en zei: You should play Misery.'' De rol van de geesteszieke fan die haar idool tiranniseert, lijkt De Jong op het lijf geschreven. Met haar felle ogen kan ze gevaarlijk, onheilspellend kijken, en binnen drie seconden omsmelten in een verlegen lachend schoolmeisje.

De film Misery, naar een roman van Stephen King, vertelt het even griezelige als grappige verhaal van een pulpschrijver die in de handen valt van zijn `Number One Fan'. Haar aanbidding slaat om in woede als blijkt dat de schrijver in zijn laatste boek hoofdpersoon Misery laat sterven. De fan dwingt de schrijver om haar geliefde serieheldin weer tot leven te wekken. Het is een merkwaardige thriller voor Hollywoodbegrippen, niet alleen door het vreemde gegeven, dat aanleiding geeft voor allerlei bespiegelingen over het schrijverschap, maar ook doordat de film vrij sober is vormgegeven, en grotendeels speelt in één kamer.

Regisseur Lodewijk de Boer probeert een soort film-op-toneel te scheppen: veel licht- en geluidsgeweld en als felrealistisch decor een prachtig gothic glashuis. Ook wemelt het van de props, rekwisieten. Tijdens de repetitie zijn de acteurs vooral bezig om de lucifers, de prullenbak, het dekentje en de stapels papier op het juiste moment op de juiste plaats te krijgen.

Eric Schneider, die de film nooit heeft gezien: ,,Sommige dialogen zijn typische filmdialogen, vreselijk simpel. In een film geeft dat niet omdat het beeld overheerst, maar op toneel is het niet eenvoudig om ze interessant te brengen.'' Geert de Jong: ,,We spelen het heel serieus, realistisch. Het is episch theater, je moet dus gewoon het verhaal vertellen. Als je er iets tegenaan zou zetten, een knipoog, een diepere interpretatie, dan blijft er niets over. Net als in de film zijn de scènes heel kort. Je kunt daardoor niet rustig bouwen aan een spanningsboog. Je moet na iedere scène een sprong naar een nieuwe emotie maken en proberen meteen na opkomst de scène grote lading en zeggingskracht mee te geven. Zo drijven we spanning op.''

In de film blijft James Caan, als de gevangen pulpschrijver, rustig. Hij probeert zijn angst te verbergen achter charmante ironie, die al snel afglijdt naar sarcasme. Zijn ironie heeft echter geen enkele vat op Cathy Bates, die voor haar rol een Oscar kreeg. Zij is het humorloze, driftige kind, dat de dunne grens tussen aanbidding en haat geregeld overschrijdt.

Schneider en De Jong doen iets anders met de rollen. De Jong; ,,Als je op toneel `eng' gaat spelen, wordt het een soort Jan Klaassen. Juist de griezeligste dingen zeg ik zo gewoon, terloops mogelijk. Vooral in het begin houdt mijn personage echt van die schrijver. Er is iets vaags seksueels tussen die twee; zij stelt voor om hem te helpen met zijn urinaaltje. Ze kent zijn boeken beter dan hij en corrigeert hem steeds. Hij zit in de weg, tussen haar en haar heldin Misery.'' Schneider: ,,Mijn schrijver kotst juist van Misery. Daarop laat hij haar sterven. Er gebeurt wat met die ijdele kloot. Door wat hij moet doorstaan, wordt hij zelf manisch en agressief. Het stuk heeft ook iets actueels, met al dat stalken tegenwoordig.''