Obelix is nergens politiek correct

Op hun reizen hebben Asterix en Obelix kennis gemaakt met de andere culturen van Europa. Twee wetenschappers hebben hun tochten door het Romeinse Rijk nu opnieuw verkend.

VOOR DE OMGANG met het vreemde bestaat een mooi spreekwoord: 's Lands wijs, 's lands eer, en daarmee bedoelen we dat elke gewoonte even goed is als een andere. Dit respect is natuurlijk geen slechte zaak, maar deze denkwijze leidt wel vaak tot behoorlijk schaapachtig gedrag. Want terwijl de ene vreemdeling zich enorm verbaast over het uiterlijk van de andere, doen ze allebei alsof ze het normaal vinden. Niemand laat merken wat hij nu eigenlijk denkt, voelt of vindt en daardoor blijft het contact wel beleefd en politiek correct, maar evenzeer buitengewoon saai en onpersoonlijk. De beide vreemdelingen kunnen op deze manier meestal uitstekend samenwerken, maar tot een ware vriendschap leidt deze benadering in de regel niet.

Dat het ook anders kan, laten Asterix en Obelix zien. Hun avonturen brengen hen in contact met mensen in den vreemde die er – in Gallische ogen althans – wonderlijke gebruiken en gewoonten op nahouden. Vooral Obelix loopt hier steevast tegenaan en in tegenstelling tot zijn kleine compagnon maakt hij van zijn hart absoluut geen moordkuil. Obelix is nu eenmaal iemand die zijn gevoelens altijd openlijk toont en dat doet hij ook als hij te maken krijgt met cultuurverschillen. Zo laat de grote Galliër zonder schroom weten dat hij het Britse eten niet lekker vindt; hij vindt het krankzinnig dat de mensen in Rome boven op elkaar wonen, en in Griekenland maakt hij zich oprecht zorgen om de vorm van de gezichten van de mensen daar. Maar tegen de Britten, Romeinen of Grieken zelf heeft hij niets, integendeel. Hoe vreemder de mensen, hoe gemakkelijker Obelix met ze omgaat. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Spanjaarden. Obelix moet eerst enorm wennen aan hun gewoontes, maar aan het einde van zijn reis lijkt hij zelf wel één van hen.

Bij de kennismaking met verschillende culturen wordt de hoofdrol dikwijls gespeeld door Obelix, omdat hij de fijnste neus heeft voor de charmes en de onhebbelijkheden van de vreemde volkeren waar Asterix en hij mee in aanraking komen. Zijn lijfspreuk `rare jongens, die...' betekent namelijk alleen maar dat de grote Galliër in de regel als eerste ziet wat er anders is. Met deze woorden bedoelt Obelix niet te zeggen dat hij het vreemde afkeurt, hij kent het gewoon niet en daarom vindt hij het maar raar.

Zo valt het hem als eerste op dat de Britse neef van Asterix verkeerd om praat. Notax, zoals hij heet, zet de bijvoeglijke naamwoorden namelijk voor een zelfstandig naamwoord in plaats van erachter, zoals in Gallië dat de gewoonte is. Dit taalverschil merkt Obelix

meteen op en hij wordt er zo door gefascineerd dat hij Notax imiteert en – in de Franstalige editie – ook allerlei andere woorden op een verkeerde plaats begint te zetten. De dikke Galliër vindt het reuze komisch klinken, zo'n andere taal, en hij heeft wat dit betreft enorm veel plezier in die rare jongens.

Obelix staat ook altijd open voor iets nieuws. Wanneer hij samen met Asterix toeschouwer is bij een sportwedstrijd, vindt hij het fantastisch. Hij ziet ogenblikkelijk in wat er leuk is aan al die grote sterke kerels die tegen elkaar op beuken om een balletje aan de overkant van de lijn te krijgen. Het kost Asterix de grootste moeite om zijn vriend bij de wedstrijd weg te sleuren, want als het aan Obelix zelf gelegen had, was hij tot het einde gebleven; zo houd je nog eens iets leuks over aan een reisje naar het buitenland.

Wat Obelix in Britannia echter helemaal niet bevalt, is de keuken, en dat laat hij duidelijk merken ook. De Gallische lekkerbek heeft zelfs medelijden met de everzwijnen die door de Britten zijn klaargemaakt, en als hij een slok van het Britse bier neemt, steekt hij zijn afgrijzen niet onder stoelen of banken. Dan maar liever geen eten zolang hij in Britannia is! Toch betekent zijn afkeer voor de Britse keuken niet dat Obelix geen vriendjes kan worden met de Britten. Hij vindt hun taal lollig en van hun sportwedstrijden kan hij geen genoeg krijgen, maar hun eten is voor hem een reden om het land zo snel mogelijk weer te verlaten.

Met de Spanjaarden is het weer een heel ander verhaal. Voor Obelix is de eerste ontmoeting allesbehalve leuk of aantrekkelijk. Het jongetje Pepe, dat hij eerst zo schattig vindt, blijkt een klein lastpakje te zijn dat hem bijt, hem om klusjes stuurt en zijn vriendje Idefix afpikt. Toch groeit er langzaam maar zeker een hechte band tussen de grote Galliër en het kleine Spaanse jongetje, dat over eigenschappen blijkt te beschikken die Obelix bijzonder aanspreken. Zo moet de Galliër vreselijk lachen als Pepe zonder blikken of blozen tegen de chef van het dorp zegt dat hij diens neus te dik vindt. Obelix is erg ingenomen met deze neiging alles gewoon eerlijk en open te zeggen.

Helemaal geweldig vindt hij de Spaanse ademtruc. Van Pepe leert hij dat je gewoon je adem in moet houden tot je paars aanloopt omdat je dan altijd je zin krijgt. Ook is Obelix heel dankbaar dat Pepe hem bij de nomaden brengt. Hier leert hij een nieuwe kant van zijn persoonlijkheid kennen, als hij zich helemaal laat meesleuren door de charmes van de Spaanse zang en dans. In de Spaanse nacht ontdekt Obelix dat hij niet alleen een everzwijn verzwelgende Galliër is, maar ook een heftig en diep voelend mens. Onder de sterrenhemel leeft hij zich met de Spanjaarden uit in een dansfestijn waarin allerlei diep verborgen emoties naar boven komen.

Aan het einde van het avontuur blijkt pas hoe diep Obelix Spanje in zijn hart gesloten heeft. Snikkend neemt hij afscheid van Pepe en zijn dorp wanneer er een einde is gekomen aan de logeerpartij daar en Asterix hem komt halen. Thuis in Armorica kan het hem ook niets schelen dat hij bij het grote feest wordt uitgelachen als hij een Spaans zang- en dansnummer ten beste geeft. Hij weet nu dat waarachtige gevoelens getoond mogen worden, wat een ander er ook van vindt.

In Rome is er voor Obelix duidelijk minder te beleven. In deze miljoenenstad gebeurt weinig wat hem direct aanspreekt, of het zouden de helmen moeten zijn die er zo massaal te verzamelen zijn. Asterix daarentegen vindt de stad wel leuk, omdat er zo'n beroep op zijn inventiviteit gedaan wordt. Hij vindt het een uitdaging om eerst de kunst af te kijken en het spel dan mee te spelen. Onder zijn leiding schitteren de vrienden in hun rol van gladiator, kostbare huisslaaf en verstoten Romeinse misdadiger. Bovendien geeft Asterix zelf ook nog een prachtige voorstelling weg als topadvocaat, die zo mooi spreekt dat het hele gehoor tot tranen geroerd is.

In Griekenland zijn de ervaringen van Asterix en Obelix minder heftig. Deze keer zijn ze niet alleen, maar is het halve dorp meegegaan, zodat de Grieken op hun beurt kennis kunnen maken met de Gallische cultuur. Ondanks hun profiel, dat de Grieken zo'n nors uiterlijk geeft dat Obelix zich afvraagt of het wel goed met hen gaat, verdragen Galliërs en Grieken elkaar goed. In Hellas heeft niemand er moeite mee dat de Galliërs hun eigen eten hebben meegenomen en alle Grieken zijn zeer behulpzaam. De Griekse gerechten vallen bij Obelix in goede aarde en hij vindt het heerlijk om zich ook hier met de Griekse jongens en meisjes op de dansvloer uit te kunnen leven.

Wel vinden de Galliërs dat de Grieken zich aanstellen als het om sport gaat. Ze kunnen niet begrijpen waarom iedereen op de Griekse tribune zijn gezicht zo strak in de plooi houdt terwijl het zo spannend is. Bij hen geen gegil, gejoel en intelligent commentaar, maar een enkel afgepast knikje of de gemompelde naam van een overwinnaar. Voor Obelix, die weet hoe het in Britannia toegaat, is dit geen sport, maar een nogal saaie vertoning. Hier zwijgt het publiek zelfs nog als de ene spierbonk de andere met veel geweld de grond instampt.

Opgewonden worden de Grieken alleen als het om hun zitplaats gaat. Wanneer een van de kolossen van Rhodos een plaatsje voor zijn broer bezet houdt als Obelix net wil gaan zitten, komen de emoties los. Woedend weigert de Griek Obelix de plek die voor zijn familielid bedoeld is, en Obelix' reactie is al even driftig als hij zich met geweld de plaats verovert waar hij zijns inziens recht op heeft. De grote Galliër toont hier opnieuw zijn neiging om vreemdelingen rechtstreeks en persoonlijk te benaderen. Nu maakt hij ook contact, zij het op een manier die deze keer niet zo leuk uitvalt voor de Griek.

Politiek correct is Obelix dus nergens. Hij maakt van zijn hart geen moordkuil, en zegt hoe hij over de dingen denkt. Op deze manier maakt hij vaak beter contact dan mensen die alles netjes denken en doen. Door zijn gevoelens te tonen, doen de anderen dat ook, zodat iedereen elkaar beter begrijpt. En elkaar begrijpen, betekent ook hartelijk kunnen lachen om elkaars eigenaardigheden. Al dit moois is te danken aan de `rare jongens'-methode van Obelix, die in staat is alle tegenstellingen en barrières tussen mensen en culturen te overwinnen.

Dit artikel is een deel van het vandaag verschenen boek `Asterix en de wijde wereld' van de historicus René van Royen en de classica Sunnyva van der Vegt. Meer over boeken: pagina 2.