Monument voor Europa

HET IS HET JAAR 2000 na Christus en Europa verdwijnt in de gehaktmolen van Nike, Nokia en McDonald's. Heel Europa? Nee! Eén cultuurbastion biedt moedig weerstand: de Asterix-albums zijn een monument voor de Europese volkskarakters. Voor nationale en regionale afwijkingen, talen, identiteiten en wederzijdse vooroordelen. Scandinaviërs, Spanjaarden, Belgen, Duitsers, Zwitsers, Britten – allemaal komen ze aan bod. Door een Franse bril, zeker, maar ook met zeldzaam on-Franse zelfspot. Mijn topvijf ziet er zo uit.

1. Asterix en de Britten (1966)

Is eigenlijk het enige boek dat een correspondent in het Verenigd Koninkrijk op de plank hoeft te hebben. Het weer, saai eten, lauw bier, voetbal en rugby en de haat-liefdeverhouding met de Franse buren blijven herkenbaar. Zelfs de vier populaire Britse barden zijn nog steeds niet gedateerd. Vroeger dacht ik dat de spotternij met het Engels (,,Het is, is het niet?'') in vertaling zou wegvallen, maar dat is niet waar. Juist de combinatie van beeld en tekst laat ook Engelsen zien hoe bizar hun flegmatieke understatements zijn. Zoals de twee roodbesnorde Britten die de Romeinse oorlogsvloot zien naderen, de hele horizon bedekt met galleien. De een: ,,Goodness gracious! This is a jolly rum thing, eh, what?'' En de ander: ,,I say, rather, old fruit!''. Het ,,Nogal indrukwekkend'' in de toch uitstekend vertaalde Nederlandse editie steekt er zelfs wat bleek bij af. Subliem verpakt is de grap dat Galliërs die de Britten komen helpen ze en passant hun eigen nationale toverdrank – thee – bezorgen.

2. Asterix en het eerste legioen (1967)

Eerste album met een psychologische laag: de vreet- en vechtmachine Obelix is verliefd, maar gaat toch de minnaar van Walhalla redden door net als hij dienst te nemen in het vreemdelingenlegioen. De Egyptenaar Tennis, die ook dienst neemt, maar blijft denken aan een georganiseerde vakantie mee te doen, blijft van kaft tot kaft leuk en de hiëroglyfen waarin hij spreekt zijn absurder dan in het eerdere album Asterix en Cleopatra (1965). Dit is ook het eerste album waarin Uderzo nadrukkelijk naar de gevestigde beeldende kunst knipoogt. Zo beeldt hij de piraten – die zelf weer een persiflage zijn op de figuren van de strip Roodbaard – na hun traditionele schipbreuk af als op Géricaults beroemde schilderij Het vlot van de Medusa. Verfrissend politiek incorrect is trouwens de neger-piraat, met zijn rode lippen en de wegvallende `r' in alles wat hij zegt.

3. Asterix op Corsica (1973)

Franse regioculturen en -karakters komen al aan bod in de Ronde van Gallia (1965). Eén hoogtepunt uit dat album: de boules-wedstrijd op de kade in Marseille (,,Zal ik stoten of trekken?'' ,,Trekken.'' ,,Nee, ik stoot.''). Op Corsica is één Franse regio superieur uitgewerkt. Mafia, vendetta, stiletto's en stinkkaas. En de prachtige dubbelrol van de Romeinen als het huidige Franse bestuur op het dwarse eiland.

4. Asterix en de Helvetiërs (1970) en Asterix en het geschenk van Caesar (1974)

Immer poetsend en punctueel Zwitserland, het meest humorloze land van Europa, is nergens meedogenlozer beschreven dan in Asterix en de Helvetiërs. Ex-aequo met Asterix en het geschenk van Caesar, vooral om de glansrol van Nestorix, de bejaarde die altijd moet afwassen en getrouwd is met een Gallische Catherine Deneuve. Goscinny liet Nestorix meesterlijk verwoorden hoe Europa over buitenlanders denkt: ,,Nee, ik heb niks tegen vreemdelingen zolang ze thuis blijven. Maar als ze hier komen heb ik geen zin om bij ze thuis te komen.''

5. Asterix en de Belgen (1979)

Dit zou eigenlijk niet op de vijfde plek moeten staan; het is het laatste album waaraan Goscinny meewerkte en het laat goed zien hoe onmisbaar hij zou worden. Maar juist dit album over de zuiderburen laat zien welk album zo pijnlijk ontbreekt: Asterix in Nederland. Het poldermodel, vrije seks, dijken en dammen, kaas, het drugsbeleid, Staphorst en een goudmijn aan beeldende kunst om uit te putten zou gefundenes Fressen zijn geweest. Enfin, het kan alsnog.

TOPVIJF