Kamerleden ontevreden over Korthals

De Tweede Kamer heeft het debat met minister Korthals (Justitie) over een wettelijke regeling voor `deals' tussen openbaar ministerie (OM) en kroongetuigen opgeschort.

Bij de voortzetting gisteravond van het debat over de wijziging van de Wetboeken van Strafvordering en strafrecht bleek de onvrede bij alle fracties over de antwoorden van de minister op vragen van de Kamer zo groot, dat voorzitter Van Nieuwenhoven na overleg met de woordvoerders besloot om het debat te schorsen. Minister Korthals moet de komende tijd die vragen eerst schriftelijk gaan beantwoorden. Hij zei daar voorlopig niet aan toe te zijn. Eerst wil Korthals nagaan ,,wat de Kamer nu precies wil.' Hij hoopt dat van ,,uitstel geen afstel komt.'

Alle fractiewoordvoerders verweten de bewindsman dat het wetsvoorstel ,,meer ongeregeld laat, dan regelt.' Korthals brengt daar tegenin dat met name het Wetboek van Strafvordering een factor tien dikker zou moeten worden als het openbaar ministerie aan alle regels wordt gebonden die de Kamer voorstelt. De bewindsman vindt dat de Kamer meer vertrouwen moet hebben in het opereren van het OM, terwijl de Kamer juist vindt dat er alle reden is om het OM te wantrouwen.

Het wetsvoorstel vloeit rechtstreeks voort uit de IRT-affaire en de parlementaire enquête die daarop volgde. Een van de belangrijkste aanbevelingen van de enquête-commissie was het strikt wettelijk regelen van `deals met criminelen'.

Die deals moeten het OM de mogelijkheid bieden om `boeven met boeven te vangen'. Het moet dan wel gaan om grote criminele organisaties. De officier van justitie moet met een `kleintje' uit zo'n organisatie een overeenkomst zien te sluiten om hem tegen de `groten' te laten getuigen. Het `kleintje' moet volgens het wetsvoorstel wel zelf verdacht zijn van strafbare feiten. In dat geval kan de officier toezeggen dat hij een derde zal eisen van wat normaal is.