Jij bent mijn meisje

Jawel, ze had tegen hem gelachen. Hij was een Marokkaan die in de kassen werkte. Hij was aardig. Als ze hem in het dorp tegenkwam had ze gelachen en een praatje gemaakt. Dat deed ze met iedereen in het dorp. Deze man had haar vriendelijkheid anders opgevat. Hij begon haar op te wachten.

,,Jij bent mijn meisje of je wilt of niet'', zei hij.

Ze wilde niets met hem te maken hebben. Maar tegenspreken hielp niet. Hij begon haar op te zoeken. Hij wist dat ze alleen woonde. Soms stond hij met vijf vrienden aan de deur van haar flat. Hij belde aan, ze bonsden op de deur. Ze klopten in haar galerij op de ruit. Hij was illegaal in Nederland.

Als de politie hem op het vliegtuig naar Marokko had gezet, hing hij na een paar weken alweer aan de telefoon. Hij wist altijd waar ze was. Hij volgde haar als een hond. Hij belde haar op. Op haar werk, en thuis. Hij schreef haar brieven. Hij volgde haar auto als ze naar haar werk ging. Hij volgde haar als ze met haar vriendinnen uitging. Midden in de nacht gooide hij steentjes tegen haar raam.

Ze durfde het tegen niemand te zeggen.

Een bezorgde buurvrouw waarschuwde de politie. Zelf deed ze dat niet. Ze schaamde zich. Ze was bang.

De politie ging overstag voor zijn mediterane charme. Ibrahim was een aardige man. Ze begrepen van de verliefde man dat Jacqueline zielsveel van hem hield, maar niet durfde toegeven uit angst voor haar ouders die haar elke omgang met hem hadden verboden omdat hij buitenlander was.

Het werd haar te veel. Ze wist zich geen raad. Ze durfde het niemand te vertellen. Haar familie wist van niets, haar vriendinnen evenmin.

Ze werd ziek. Ze kreeg het benauwd op haar borst, ze bleef doorwerken tot ze instortte met angina pectoris.

De verliefde Afrikaan stapte ondertussen naar een advocaat. Ze kreeg een brief van de advocaat, waarin stond dat hij ondanks de tegenwerking van haar ouders toch een huwelijk met de Marokkaan kon regelen.

Ze belde de advocaat op om uit te leggen dat het allemaal verzonnen was, maar hij begreep haar houding best. Hij wist hoe bang ze was voor de woede van haar strenge ouders. ,,Maar dat was niet nodig'', zei hij, ,,ik zorg dat je met hem kan trouwen.''

En hoe ze ook praatte, de Marokkaan praatte beter. Ze kon de advocaat niet overtuigen.

Op straat werd ze aangesproken door wildvreemde mensen uit de buurt, die haar vroegen hoe lang ze al van hem in verwachting was. Ze werd aangesproken door buren, die haar vroegen wanneer het huwelijk zou plaatsvinden. En altijd was hij in haar buurt, zichtbaar of onzichtbaar. Vijf jaar lang.

De buurvrouw bleef de politie lastigvallen. De politie in haar dorp raakte eindelijk overtuigd van haar nood en bood aan om een van hun mensen bij haar te laten slapen. Dat wou ze niet. Na zeven lange jaren begon hij te dreigen met zelfmoord.

Hij schreef: ,,Jij bent mijn meisje of je dat wilt of niet. En als jij mijn meisje niet wil zijn maak ik er een einde aan. En misschien moet jij dan ook maar dood.''

Ze liet de brief lezen aan de politie. Die gaven de zaak over aan de politie in de grote stad.

Er belde een enorme man bij haar aan. Hij droeg geen uniform. Hij had een stem als een torenklok. Hij hoorde haar verhaal aan en zei: ,,Dit moeten we beëindigen.''

Daarna had ze de Ibrahim nooit meer gezien. Het bleef maanden rustig.

Tot ze een telefoontje kreeg van een echtpaar uit Enkhuizen. Die mensen waren op vakantie geweest in Marokko. Het was geweldig geweest. Ze hadden een brief van Ibrahim meegebracht. Die wilden ze graag persoonlijk overhandigen. ,,Hij miste haar heel erg'', zeiden ze. En hij wilde ook zijn kindje graag weer zien. Het echtpaar wilde graag bemiddelen. Ze wilden bij haar langskomen om eens rustig over de situatie te praten.

En hoe ze ook praatte, het lukte haar niet die wildvreemde mensen ervan te overtuigen dat er helemaal geen kindje was. Het echtpaar was nog in vakantiestemming. Het was heerlijk geweest in Marokko. Ibrahim was zo aardig. Een ideale man. Zo attent en zorgzaam. Ze zeiden dat ze alles van de situatie afwisten, ze begrepen best hoe bang ze was voor haar ouders. Ze wisten hoeveel ze in haar hart van Ibrahim hield. Ze wilden alles doen om haar te helpen.

Ze had de hoorn op de haak gelegd. De pijn in haar borst was terug.