Integratie Israel begint op taalschool

Een artikel van Paul Scheffer heeft een discussie op gang gebracht over `het multiculturele drama' in Nederland. Hoe verloopt de integratie van immigranten in het buitenland? In Israel begint het op de taalschool. Maar oorlogsdreiging heeft de smeltkroes optimaal laten functioneren.

Israel is een immigrantenland. Op dit moment is bijna 15 procent van de ruim zes miljoen inwoners immigrant. De meeste nieuwkomers zijn hun nieuwe leven begonnen op de oelpan. Deze taalschool is de alfa en de omega van de Israelische integratie. De oelpan – vaak een internaat - wordt op kosten van de overheid doorlopen. Gedurende een half jaar wordt het Ivriet, het moderne Hebreeuws, er systematisch ingestampt.

De klassen zijn doelbewust samengesteld uit immigranten van verschillende landen, zodat ze geen andere keus hebben dan hun moedertaal even te vergeten. ,,Anie Mirjam'', zegt de onderwijzeres bij de eerste les terwijl zij op zichzelf wijst. De leerlingen begrijpen onmiddellijk dat `anie' voor `ik' staat. ,,Mie ata?'', vervolgt de lerares en wijst op een leerling. ,,Wie ben jij?''

Zo wordt de conversatie opgebouwd en worden Hebreeuwse letters en grammatica spelenderwijs onderwezen. Na een intensieve oelpan-cursus van een half jaar kan de immigrant eenvoudige teksten in het Ivriet schrijven en lezen. Hij is dan klaar voor het arbeidsproces.

Basiskennis van Ivriet is een absolute voorwaarde om met succes te kunnen integreren in Israel. De taal beheerst alle facetten van het leven. De overheid helpt de nieuwkomers verder op weg met betaalbare leningen voor het kopen van een flat en andere financiële privileges, zoals lage belastingen, goedkope medische voorzieningen, belastingvrije aanschaf van een auto en andere luxe consumptieartikelen.

Sedert de stichting van de staat Israel in 1948 hebben de verschillende instanties met vallen en opstaan geleerd om miljoenen immigranten tot Israeliërs te maken. Dit proces gaat met sociale, culturele en politieke spanningen gepaard, soms ook met gewelddadige uitspattingen. Immigranten stuiten vaak op onbegrip, vernederingen, discriminatie. Zwarte joden uit Ethiopië ondervinden in het Beloofde Land aan de lijve wat racisme is.

Gezien de enorme diversiteit van de immigranten functioneert het beleid echter redelijk wel. Het geheim van dit succes is in de eerste plaats de uitstraling van de Israelische cultuur op de joodse en ook niet-joodse nieuwkomers. De laatste categorie omvat honderdduizenden immigranten uit de vroegere Sovjet-Unie die niet voldoen aan de orthodoxe criteria van het jood-zijn – geboren uit een joodse moeder –, maar wel onder de liberale wet op terugkeer vallen. Die geeft joodse immigranten automatisch het staatsburgerschap bij hun aankomst in Israel.

Het jood-zijn, al dan niet verhit door het zionistische ethos, is een factor die de ziel van de immigrant openstelt om zich in het Israelische avontuur te storten. In dat opzicht verschilt de Israelische immigrant wezenlijk van de Turkse of Marokkaanse arbeider die om louter materiële redenen naar West-Europa toog.

De laatste jaren komen atheistische immigranten uit de vroegere Sovjet-Unie, die zich nauwelijks bewust zijn van hun jood-zijn maar wel van de Israelische vetpot hebben gehoord, met de wet op terugkeer als toegangsbewijs louter om materiële redenen naar Israel. Maar ook zij, hun kinderen en zeker hun kleinkinderen worden onherroepelijk in de Israelische samenleving gezogen.

De ruim een miljoen Russische immigranten, met drie Russische politieke partijen en dertien Russischtalige kranten, lijken moeizaam te integreren. De eerste immigratiegolven hadden na 1948 ook hun kranten in eigen taal. De meeste daarvan zijn echter al lang verdwenen. Alleen grijsaards halen bij een krantenkiosk nog een krant in het Roemeens of vragen om een Duitstalig weekblad. Hun kinderen spreken meestal de taal van hun ouders niet meer. Ivriet is hun moedertaal geworden.

De massale omvang en het hoge culturele niveau van de Russische immigratie zorgen wel voor weerstand tegen absorbtie door de Israelische samenleving. De Russen koesteren hun erfgoed en vormen culturele enclaves. Maar ook zij komen door school, werk en leger in aanraking met het Israelische Israel. Het is geen toeval dat het Russische theater Gesher (Brug) het beste in het Ivriet spelende theater in Israel is. Zo glippen ook andere Russische cultuurvormen, zoals salondansen, geleidelijk de Israelische samenleving binnen.

Deze wederzijdse bevruchting is een nieuw aspect van de integratieproblematiek. Voordat de Russen kwamen, gaf de Israelische elite de toon en de maat aan voor de immigranten, tot 1967 in overgrote meerderheid afkomstig uit de Arabische wereld. Hoewel het zionistische ethos zijn betoverende kracht verliest, is een speciaal ministerie voor de Opvang van Immigranten met een flink budget nog altijd het keurmerk van de joodse staat.

Het is niet altijd zo geweest dat het bedje voor de immigranten werd gespreid. Honderdduizenden immigranten die in de jaren vijftig uit de Arabische wereld naar de toen nog jonge en arme joodse staat emigreerden, hebben het zo moeilijk gehad, dat de woede over de opvang van toen nog steeds tot grote sociale en zelfs politieke spanningen leidt. Premier Ehud Barak heeft deze sefardische immigranten tijdens de verkiezingscampagne van vorig jaar wegens gemaakte blunders bij de opvang om vergiffenis gevraagd.

De zionistische, Ashkenazische elite uit Oost-Europa, die met bloed en tranen de basis voor de staat Israel legde, had geen oog en gevoel voor de religieuze en culturele diversiteit van de Arabische joodse immigratie. Deze moest een socialistische en liefst atheïstische eenheidsworst worden. Deze `bolsjewistische onderdrukking' heeft na 1967, in het bijzonder na de oorlog van 1973, tot een sterke tegenreactie geleid. De opkomst van Likud in 1977 en de snelle groei van de ultra-orthodoxe Shas-partij zijn de politieke weerslag van deze terugkeer naar de miskende religieuze en culturele wortels van een belangrijk segment van de Israelische bevolking.

Israels ervaring met de opvang van immigratie uit Afrika en Azië wijst uit dat ontkenning van de culturele bagage van immigranten tot sociale onrust leidt. In de jaren zeventig stond uit de sefardische immigranten de Zwarte Panter-beweging op, die de gevestigde orde met straatgeweld uitdaagde. Premier Golda Meïr begreep niets van deze beweging. ,,Onaardige jongens'', noemde ze de protesterende jongeren.

Maar dat de integratie van enkele miljoenen immigranten zonder al te grote schokken is verlopen, lijkt ook het gevolg van de bijzondere oorlogsomstandigheden waaronder dit proces plaatsvond. Oorlogsdreiging en oorlogen hebben de smeltkroes optimaal doen functioneren. De dienstplicht is een essentiële bouwsteen geweest van het bijzondere bindweefsel van de Israelische samenleving. Israels leiders zijn zich daar terdege van bewust. Zij vergelijken de eerste veertig jaar van Israels geschiedenis vaak met de veertigjarige omzwerving van Mozes door de woestijn, om met een herboren volk het beloofde land te kunnen betreden. Wat dat betreft valt de Israelische integratie moeilijk met het buitenland te vergelijken.