Het best bewaarde geheim van Latijns Amerika

Het asfalt lijkt constant in gevecht met de bomen en struiken die links en rechts langs de weg staan. Soms wint de natuur het en verdwijnt de teerlaag onder een dikke laag mos. Dan weer vecht het asfalt terug, geholpen door het verkeer dat er overheen dendert, en laten de bomen een geknakte (en het gras een geplette) indruk achter. Zo wringt de eenbaansweg zich dwars door de jungle heen tegen de helling op. Het is een doodlopende weg, die eindigt bij de toren van Canopy. Daar wacht een prachtig uitzicht op Panama.

Canopy-tower ligt op een van de hoogste heuvels van Soberanía, een van de twaalf nationale natuurparken die Panama kent. De radartoren werd in de jaren zestig gebouwd door het Amerikaanse leger als onderdeel van het regionale `defensiesysteem' van de Amerikanen in Latijns Amerika. Wie op de toren staat, begrijpt onmiddellijk het strategische belang ervan. In de verte ligt de puente de las Americas, de brug aan de monding van het kanaal van Panama. Ook de overige acht kilometer van deze bijna honderd jaar oude waterweg zijn gemakkelijk te observeren vanaf Canopy.

In 1996 droegen de Verenigde Staten de toren over aan de Panamese staat. In 1979 waren beide landen namelijk overeengekomen dat de Amerikanen al hun gebouwen en infrastructuur, en het land waarop deze waren gebouwd, verspreid over een periode van twintig jaar zouden overhandigen aan Panama. In december vorig jaar verwisselde het laatste Amerikaanse bezit – het kanaal – van eigenaar.

Tegenwoordig is Canopy-tower een hotel. De Panamese natuurliefhebber Raúl Arias de Para kwam op de gedachte de toren om te vormen tot accommodatie voor eco-toeristen en kreeg hiervoor een concessie van 20 jaar van de overheid. Het hotel kent geen oogverblindende luxe, maar de kamers zijn schoon en knus (veel hout). De bovenste verdieping is omgebouwd tot gemeenschappelijke huiskamer; de ruimte biedt uitzicht aan alle kanten, een ongekende sensatie voor een stadsmens.

Panama is op toeristisch gebied waarschijnlijk het best bewaarde geheim van Latijns Amerika. Dit Midden-Amerikaanse land met 2,8 miljoen inwoners is hoofdzakelijk bekend om zijn kanaal. Daarnaast staat het bij velen nog steeds te boek als de instabiele bananenrepubliek van weleer, waar mensenlevens minder waard zijn dan de nationale munteenheid, de Amerikaanse dollar. Het slechte imago van het land heeft toeristen lange tijd op afstand gehouden. Zij verkozen de veilige omgeving van het cruiseschip boven de broeierige atmosfeer op de wal.

Sinds enkele jaren begint het toerisme, vooral de eco-variant ervan, niettemin op gang te komen. Dat komt in de eerste plaats doordat de Amerikanen het land hebben verlaten. De Panamezen hebben het toeristische potentieel van het kanaal nooit tot ontwikkeling kunnen brengen, omdat de kanaalzone military restricted area was. Liever geen toeristen dus.

Maar het mes snijdt aan twee kanten. De Amerikanen hebben overal langs het kanaal gebouwen en wegen achtergelaten die tot de beste van Panama behoren. Canopy-tower is daarvan het schoolvoorbeeld. De goede bereikbaarheid en voorzieningen in de kanaalzone blijken nu een impuls voor het toerisme. Een gedeelte van de zone is verkocht aan grote internationale hotelketens of kleinere ondernemers. De rest wordt `uitgeleend', zoals in het geval van de toren van Canopy.

Panama heeft zeker zoveel te bieden als Costa Rica, een land dat de hordes eco-toeristen succesvol heeft weten aan te trekken. Dertig procent van het Panamese regenwoud, meer dan in welk ander Midden-Amerikaans land ook, geniet overheidsbescherming (Panama is ongeveer twee keer zo groot als Nederland). Dat is trouwens hard nodig, want veel Panamezen beschouwen het omhakken van bomen nog steeds als een `preuve' van mannelijkheid. Dit gaat zelfs zo ver dat bewoners van Los Santos hun provincie in het zuiden van Panama verlaten, omdat er niet genoeg bomen meer zijn. Zij trekken daarom naar Darién, de nog wel boomrijke provincie in het oosten van Panama.

Panama betekent in `de' indiaanse taal `overvloed aan vis'. Maar het had net zo goed overvloed aan vogels kunnen zijn. Vanuit Canopy-tower zijn inmiddels 225 verschillende vogelsoorten geobserveerd. Dat aantal is groeiende, meldt de website van het jungle-hotel (canopy.mit.edu). De herfstmigratie (oktober) van haviken en gieren, wanneer duizenden vogels in zwermen over de toren heen trekken, is ,,het meest indrukwekkende natuurspektakel van het jaar', aldus de website.

Wie nóg meer vogels wil zien, moet naar het nabijgelegen Gamboa. Op één dag zijn er ooit 314 verschillende vogelsoorten geteld. Dit gedeelte van de kanaalzone werd in 1984 al teruggegeven aan Panama en wordt beschouwd als een van de rijkste natuurgebieden in Latijns Amerika. In het regenwoud van Gamboa zijn gebieden met meer dan 72 verschillende boomsoorten. Je kan meer dan 1.000 varianten aan orchideeën bewonderen en een heel assortiment aan regenwouddieren. Het Smithsonian, het instituut voor tropisch onderzoek, heeft er een tropisch `laboratorium'.

Gamboa is vooral bekend wegens zijn ligging aan de mythische río Chagres, de levensader van het kanaal. De rivier speelde in de tijd van de conquistadores ook al een cruciale rol. De Spanjaarden vervoerden via dit kanaal avant la lettre het goud uit Peru van Panama naar de noordelijke kustplaats Nombre de Dios, en van daaruit naar Spanje. Sporen van deze route, die bekend staat als het kruizenpad (las cruces), zijn tot op de dag van vandaag te zien. Wie vanuit Gamboa met een bootje de Chagres opvaart, ziet op een gegeven moment een donker gat in het oerwoud op de oever. Het pad schijnt nog steeds begaanbaar te zijn.

Het kanaal blijft ondanks al het natuurschoon de belangrijkste attractie van Panama. Op zichzelf is deze waterweg, gegraven tussen 1904 en 1914, niet zo bijzonder. Het is niet meer dan een brede geul met water en dankt zijn schoonheid hoofdzakelijk aan de boten die het bevaren – op afstand lijken de schepen van bordkarton, theaterstukken die door de rimboe schuiven – en aan het ingenieuze sluizensysteem waarmee boten van de Atlantische naar de Grote Oceaan worden getild.

De sluizen zijn sinds het begin van de eeuw nauwelijks aangepast. De tandwiel-mechanica waarmee de enorme deuren worden bediend, wordt nu pas langzamerhand vervangen door moderne hydraulische systemen. En de oude locomotieven van General Electrics die de boten moesten afremmen om te voorkomen dat de sluisdeuren worden geramd, zijn vervangen door modernere exemplaren van Mitsubishi. Maar de imposante sluisdeuren zijn authentiek.

De Spanjaarden uit de tijd van de conquista begrepen al dat het smalle Panama een uitstekende inter-oceanische brug zou vormen. Sindsdien is Panama altijd een doorvoerhaven geweest. Misschien ligt hierin nog een verklaring voor het wegblijven van de toeristen. Panama lijkt het soort land te zijn waar je nooit stopt, maar altijd doorheen trekt. Zoiets als België.