Hele wereld één beursvloer

De effectenbeurzen van Amsterdam, Parijs en Brussel willen nauw gaan samenwerken. De handel in grote fondsen zal van het Damrak naar Parijs worden verplaatst.

Morgen staat beurspresident George Möller zonder twijfel trots naast directeur Nina Brink van World Online om de nieuwe beursnotering aan de Amsterdamse beurs te vieren. Gejuich, champagne bij de eerste koers, goed voor het imago van het Internetfonds, maar zeker ook voor de Amsterdamse beurs.

Misschien is het wel de laatste keer dat Möller de introductie van zo'n groot fonds op eigen terrein mag toejuichen. Gisteren werd duidelijk dat Amsterdam Exchanges (AEX) met de Brusselse en Parijse beurs gaat samenwerken en een deel van de noteringen `kwijtraakt'. Volgens de eerste berichten gaan de grotere fondsen direct naar de Franse hoofdstad. De AEX wordt verantwoordelijk voor de optiehandel, die in Nederland betrekkelijk omvangrijk is. De Belgen, die hun beurs de laatste jaren steeds marginaler zagen worden, moeten genoegen nemen met (een deel van) de kleinere bedrijven.

De fusie waarvoor nu de laatste onderhandelingen worden gevoerd betekent in elk geval het eind van de zelfstandigheid van de eeuwenoude Amsterdamse effectenbeurs. In een vitrine in het beursgebouw aan het Damrak hangt een aandeel van 345 florijnen op naam van Dirck Pieterszoon uit 1606. Het eigendomsbewijs voor pepers van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) geldt als het oudste aandeel ter wereld en is daarmee een soort geboorte-akte van de Nederlandse beurs.

Een blik op de beursvloer vertelt echter alles over het huidige belang van de effectenbeurs. De beelden die de Journaal-kijker dagelijks op het scherm krijgt, zijn genomen van de hectische optiebeurs. De plaats waar de aandelen de laatste jaren worden verhandeld lijkt qua hectiek meer op de leeszaal van een plaatselijke bibliotheek. Möller, die net als de twee andere beurspresidenten vermoedelijk de directie gaat vormen van de tot International Exchange omgedoopte beurs, gaat de feestelijke beursintroducties misschien missen, maar de gemiddelde belegger en handelaar kan de plaats van de beurs niet meer schelen.

,,Het maakt niets uit'', zegt bestuurder C. Vlek van zakenbank Kempen & Co. Kempen is gespecialiseerd in kleine en middelgrote fondsen, waarvoor Brussel waarschijnlijk het plaform wordt. ,,De handel verloopt via beeldschermen en dus doet het er niet toe waar de computers staan''.

De liberalisering van de kapitaalmarkten in de jaren tachtig, de introductie van de euro en de technologische mogelijkheden (Internet) hebben het lokale karakter van de effectenbeurs weggenomen. Voor de grote beleggers is de hele wereld de speeltuin geworden. Vroegen beleggers zich tot voor enkele jaren af welk deel ze van hun geld zouden beleggen in Nederland dan wel in Zweden, tegenwoordig kijkt de moderne investeerder allereerst naar de sector of de regio. Een voorbeeld van de internationalisering zijn de oer-Hollandse pensioenfondsen die sinds kort niet meer door regels worden beperkt in hun beleggingsbeleid. Dat deze niet chauvinistisch zijn bleek het afgelopen jaar, toen zij maar liefst 20 miljard gulden onttrokken aan de Nederlandse aandelenmarkt. Dat Philips voortaan op het Parijse koersenbord prijkt, kan dan ook alleen beleggers met hang naar folkore verontrusten.

En misschien de hoeklieden, die tegenwoordig door het leven gaan als specialists. De hoeklieden houden immers de markt voor de kleinere beursbedrijven in stand en die bedrijven lijken verhandeld te gaan worden in Brussel. Directeur Bötcher van het beursbedrijf Van der Moolen is ,,verrast''over de aangekondigde samenwerking: ,,Wij hopen dat in het platform ook een plek wordt ingeruimd voor de hoeklieden, die erg belangrijk zijn voor het in stand houden van de markt voor kleinere bedrijven.''

Het is de vraag wat de beoogde fusie van de Parijse, Brusselse en Amsterdamse beurs betekent voor het Europese initiatief dat vorig voorjaar werd gelanceerd. De voorgenomen samenwerking tussen acht beurzen (waaronder de grootste drie Londen, Frankfurt en Parijs) zou aan het eind van dit jaar moeten leiden tot een `virtueel' handelsplatform van de 300 grootste Europese fondsen. Door een dreigende Alleingang van Frankfurt en door geruchten over samenwerking tussen Londen en de New Yorkse Nasdaq kreeg de samenwerking nauwelijks een serieuze kans. Het lijkt erop dat Parijs, Amsterdam en Brussel wel willen blijven praten, maar nu als de derde grote partij naast Londen en Frankfurt.