Haringvlietsluizen in 2005 op een kier

De Haringvlietsluizen gaan op een kier. Per 1 januari 2005 zullen de sluizen voor 95 procent van de tijd maximaal 10 procent open staan. Dit schrijft staatssecretaris M. de Vries (Verkeer en Waterstaat) aan de Tweede Kamer. Het openstellen van de sluizen is het eerste begin van een nieuw beheer van het water waarbij over tien tot vijftien jaar een derde van de sluizen 95 procent open staat.

Belangrijkste doel van de maatregel is de terugkeer van een voor een estuarium karakteristieke levensgemeenschap. In de monding van het Haringvliet ontstaat een brakke overgangszone en een getijdensituatie met de daarbij behorende flora en fauna. Volgens de brief verbetert de ,,vismigratie'' tussen rivier en zee en krijgen natuurgebieden in de Zuid-Hollandse Delta en de Biesbosch een ,,meerwaarde''. Op termijn is ook minder onderhoudsbaggerwerk nodig in vaargeulen en bezinkt minder rivierslib.

Het openzetten van de sluizen kost ongeveer 70 miljoen gulden. Dat geld is vooral nodig om benadeelde gebruikers te compenseren, en om inlaatpunten van de drinkwatervoorziening te verplaatsen. Getijdenverschil heeft gevolgen voor vaste aanlegplaatsen, bereikbaarheid van havens en bevaarbaarheid van geulen.

De Vries stelt éénmalig baggerwerk voor, alsmede vervanging van vaste door drijvende steigers. Een deel van de Biesbosch zal voor recreanten niet bevaarbaar zijn, erkent De Vries, maar ,,voor een nieuwe groep waterrecreanten, gericht op natuur en avontuur, zal de Biesbosch juist aantrekkelijker worden''.

Door het beperkt openzetten van de sluizen in 2005 zal in de monding van het Haringvliet eerst een brakke overgangszone ontstaan. Voor trekvissen zoals de zalm en de zeeforel verdwijnt de barrière tussen zee en rivierengebied, terwijl zoetwatervissen worden beschermd tegen uitspoeling naar en sterfte in de zee. Eb en vloed keren door de maatregel nog niet merkbaar terug.