Gemeenten betrokken bij cultuurbeleid

Staatssecretaris R. van der Ploeg wil de provincies en de dertig grootste gemeenten inschakelen om meer mensen bij cultuur te betrekken. Om een `ander aanbod voor een breder publiek, vooral jongeren en leden van culturele minderheden, te bewerkstelligen, heeft hij een `Actieplan Cultuurbereik' opgesteld.

Hierover debatteert hij vandaag in Utrecht met vertegenwoordigers uit de kunstwereld en van de lagere overheden. Het is de bedoeling dat gemeenten en provincies zelf plannen opstellen waarbij culturele instellingen gaan samenwerken. Als de het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen met die plannen akkoord gaat, krijgen de deelnemende gemeenten en provincies rechtstreeks geld daarvoor van het ministerie. Voor 15 april moeten gemeentes en provincies, die een autonoom kunstbeleid kunnen voeren, laten weten of ze willen meedoen aan het `Actieplan Cultuurbereik' van van der Ploeg.

Het gaat volgens Van der Ploegs plan vooral om het maken van `dwarsverbanden' die `nieuwe inspirerende activiteiten' opleveren. Zo moeten bijvoorbeeld `dwars door bestaande collecties van archieven, musea en bibliotheken nieuwe verzamelingen worden geformeerd van beeldende kunst die buiten de gebruikelijke instituten worden getoond'. Er moeten `projectleiders' op regionaal en lokaal niveau komen die het leggen van zulke dwarsverbanden stimuleren. Naast professionele kunstenaars en kunstinstellingen moeten in de plannen ook jongeren uit culturele minderheden aan bod komen die talent hebben. Zij worden door scouts opgespoord en begeleid. Ook scholen, bibliotheken, galerieën, buurtcentra, etc. kunnen meedoen.

Van der Ploeg heeft dit beleid ingezet, omdat uit onderzoek blijkt dat vooral jongeren en leden van minderheden de aansluiting bij de cultuur lijken te missen. Het rapport daarover van het Sociaal en Cultureel Planbureau wordt vandaag in Utrecht aan hem aangeboden (zie ook pagina 3). Omdat Van der Ploeg geen extra geld voor dit Actieplan Cultuurbereik 2001-2004 beschikbaar stelt, maar het uit het beschikbare kunstbudget betaalt, vrezen de kunstenaarsorganisaties dat er per saldo minder geld naar kleinschalige kunstprojecten zal gaan.