EU bereikt akkoord over royalty voor kunstwerken

De vijftien lidstaten van de Europese Unie hebben gisterenavond een compromis bereikt in de slepende kwestie van royalties voor kunstwerken. Er komt een overgangstermijn van 15 jaar voor EU-lidstaten die zo'n royalty-regeling niet kennen.

Hiermee wordt tegemoetgekomen aan bezwaren van Groot-Brittannië, dat bevreesd is voor het weglekken van werkgelegenheid van Londense veilinghuizen. Eurocommissaris Frits Bolkestein (Interne Markt) waarschuwde gisteren voor de schadelijke effecten van lange overgangstermijnen voor de ontwikkeling van de interne Europese markt.

Volgens het gisteren door de permanente vertegenwoordigers in Brussel bereikte akkoord wordt de royalty gebonden aan een maximum van 12.500 euro (27.500 gulden), terwijl voor kunstwerken met een waarde van minder dan 4.000 euro geen royalty verschuldigd is. In Bolkesteins oorspronkelijke voorstel over dit zogenoemde `volgrecht' was van dergelijke beperkingen geen sprake. Wel is de termijn gehandhaafd van zeventig jaar na het overlijden van de kunstenaar, waarin erven nog op royalties aanspraak kunnen maken.

De Europese Commissie wil met een richtlijn tot enige harmonisatie van de Europese kunstmarkt komen, waardoor kunstenaars in alle lidstaten op dezelfde manier worden behandeld. Groot-Brittannië, Nederland, Oostenrijk en Ierland kennen nu geen `volgrecht' voor kunstwerken. Bolkestein verwierp al eerder Britse argumenten dat bij Londense veilinghuizen als Sotheby en Christie's minstens vijfduizend banen zouden verdwijnen naar met name de Verenigde Staten en Zwitserland.

Volgens gegevens van de Europese Commissie zou in 1996 slechts 10 procent van de omzet van de grote veilinghuizen door de Europese richtlijn zijn getroffen.

Volgens het nu bereikte akkoord krijgen de EU-lidstaten die het volgrecht al kennen, vijf jaar om de richtlijn om te zetten in nationale regelgeving. De andere EU-lidstaten krijgen nog tien jaar extra om met derde landen te onderhandelen over een royalty-regeling. ,,New York en Zwitserland hebben geen volgrecht. Wij vinden dat er een internationale overeenkomst moet komen. De termijn van 15 jaar geeft ons daarvoor de gelegenheid'', aldus de Britse minister Helen Liddell.

Eurocommissaris Bolkestein waarschuwde gisteren voor ,,precedentwerking'' van zo'n lange overgangstermijn, omdat de verbetering van de interne markt ernstig kan worden ondermijnd. Hij uitte zich vanmiddag in de Europese ministerraad voor interne markt opnieuw zeer kritisch. In Brussel wordt ook gewezen op de nog lopende onderhandelingen met nieuwe kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa. ,,We hebben een slag verloren, maar nog niet de oorlog. Het Europees Parlement moet zich nog over het volgrecht uitspreken'', zei Bolkesteins woordvoerder vanmorgen in een reactie op het akkoord.