Email op staal

Ik denk dat ik weet hoe u het bovenstaande heeft gelezen. Het overkwam mezelf vijf jaar geleden toen ik het in de Rotterdamse Kunsthal aantrof op een plaatje bij een kunstwerk van de Amerikaan Tom Wesselman. Het duurde even tot het tot me doordrong dat het om email ging, niet e-mail. Sindsdien schrijf ik e-mail altijd met een liggend streepje na de e – zoals dat volgens de laatste Van Dale ook hoort. (Voor de jonge lezers: email is een soort glazuur, waarmee men verschillende materialen van een beschermende of kleurlaag kan voorzien.)

Die e-met-liggend-streepje is de voorbije tijd steeds meer uitgegroeid tot alles wat snel en flitsend is in de nieuwe economie. Het e-vangelie van deze e-conomie behelst zoals bekend de e-mancipatie van het virtuele ten opzichte van het reële, iets wat veel mensen met gemengde e-moties gadeslaan. Want alles wat tenslotte alleen maar lucht is, wordt op de duur pure ideologie, een geloof, e-quivalent van gelijk welk ander verkooppraatje. De ergste uitwassen kan men daarvan dagelijks meemaken in televisieprogramma's zoals `Business Update' van RTL 5, voor mij geregeld het achtergronddecor bij mijn ochtend-cornflakes. `Meer nog dan in de jaarcijfers van VUL IN, zijn de beleggers geïnteresseerd in VUL INs Internetstrategie' gaat dat hoogdravend gebazel dan. Zoals ik in deze rubriek enkele weken geleden nog aangaf (`De belofteneconomie', 20-1-2000), vormen traditionele feiten en calculaties inderdaad geen partij meer voor pure beloftes. Wie zal hieraan vooral verdienen? De beursmakelaars, `venture capital'-verstrekkers en andere insiders die programma's als `Business Update' mogen vullen en die er al lang zullen zijn uitgestapt wanneer 95 procent van de door hen vandaag de hemel ingeprezen aandelen, ten slotte onvermijdelijk de dieperik induiken.

Voorlopig werkt al dat ge-e- (nieuw woord voor Scrabbelaars) nog redelijk in de verkooppraatjes, al is ook reeds sprake van de nodige e-rosie, zodat er hard gewerkt wordt aan de blijvend noodzakelijke concept-innovatie. We kregen dan ook reeds af te rekenen met de dotcom-rage. Sinds enkele maanden is die gevolgd door de yell business-to-business, meestal afgekort tot het mooie mantra B2B. Ik dacht in het begin dat dit een louter beschrijvende term was, maar al snel groeide dit uit tot een ware toverformule. Alles wat er door wordt aangeraakt, krijgt alleen daardoor reeds toegevoegde waarde. Het zal aan mij liggen, maar een oprecht medelijden maakt zich meester van mij als ik op dezelfde dag de zesde aardige man in net pak die formule hoor debiteren met een oprecht geloof in de ongekende marktmogelijkheden ervan. (Toegegeven: het is ook afgunst, want het is toch een gave zo oprecht in iets te kunnen geloven dat het ook echt gaat opbrengen? Nog steeds worden meer ondernemers rijk door snel ideeën van anderen te imiteren dan door zelf iets nieuws te verzinnen.)

Business-to-business, het is er intussen zo ingeramd dat ik me al niet meer kan herinneren hoe dat een half jaar geleden genoemd werd als bedrijven met elkaar zaken deden. Natuurlijk gaat het bij B2B over meer dan dat. Met B2B worden de ongekende mogelijkheden tot productiviteitswinst onder woorden gebracht die dankzij Internet mogelijk worden. Dus zoiets als voordien met EDI (Electronic Data Interchange) en PDI (Product Data Interchange) mogelijk werd en nadien met bedrijfsoverstijgende ERP (Enterprise Resource Planning), maar dan nu eindelijk goed. Ik herinner me in dit verband een Teleac-uitzending van minstens vijftien jaar geleden waarin getoond werd hoe Heineken met behulp van CAD/CAM (Computer Aided Design en Manufacturing) in staat was op basis van de door de procesbewaking gegenereerde data automatisch bestellingen door te geven aan zijn toeleveranciers. Daar kwam geen mens meer aan te pas! Als je daartegenover de beelden zet van de goedkope arbeidskrachten die bij Internetboekhandel Amazon.com door de eindeloze boekenmagazijnen lopen om met de hand de boeken te verzamelen voor de bestellingen die ze via een koptelefoon doorgegeven krijgen, dan besef je de ongekende vooruitgang die we de voorbije vijftien jaar hebben meegemaakt. Maar toegeven: dat laatste is niet B2B, maar B2C (business-to-consumers), het minder interessante segment waarvan kneusjes zoals ook World Online en UPC het moeten hebben.

Ik vind dat B2B overigens een prachtige variatie op Shakespeare's bekende `to be or not to be', een diepzinnige Zen-opdracht waar ik uren over kan mediteren: `Wees om te zijn!'. En inderdaad veel rijker dan het op zich wel aardige B2C: `Wees om te zien'. Wie deze mantra's overziet en wat creatief is, weet ook wat er op zal volgen. Daarom: beleggers, opgelet en noteer: ik voorspel u – niet geheel belangeloos natuurlijk, maar dat hoort ook zo – enkele van de vervolgkreten: E2B (employees-to-business: recruteren via Internet: investeer dus in `waardetoevoegende' arbeidsmarktintermediairs), C2C (consumers-to-consumers: tweedehandsbeurzen via Internet!), E2E (employees-to-employees: e-relatiebureaus om werknemers aan hun bedrijf te binden) en ten slotte B2M (business-to-me): stort geld op mijn bankrekening, want al deze mooie concepten heb ik intussen natuurlijk laten e-gistreren!