De IMF-man

NA MAANDEN VAN ontluisterend lobbywerk ziet het ernaar uit dat het Internationale Monetaire Fonds (IMF) een nieuwe directeur krijgt. De post, de belangrijkste functie bij een internationale financiële institutie in de wereld, gaat naar Horst Köhler. Duitsland, in het bijzonder bondskanselier Schröder, heeft deze prestigieuze benoeming voor een landgenoot binnengehaald. Dat is mooi, maar gezien de pijnlijke gang van zaken was het niet van harte.

Wat vooraf ging was het volgende. Vorig jaar kondigde IMF-directeur Michel Camdessus aan dat hij vroegtijdig zou opstappen. Traditioneel gaat deze post naar een Europeaan (een Amerikaan leidt de Wereldbank) en onmiddellijk claimde Duitsland die positie. Daar was reden toe, al was het alleen al om de semi-permanente greep van Frankrijk op deze post te doorbreken. Schröder kwam met een kandidaat uit eigen kring: Caio Koch-Weser, een econoom die een glanzende carrière bij de Wereldbank had gemaakt en sinds kort de invloedrijke post van staatssecretaris van Financiën in het Duitse kabinet bekleedde. Het probleem was dat binnen de SPD geen kandidaten met ruime politieke of bestuurlijke ervaring beschikbaar waren. Maar Schröder weigerde een beroep te doen op het arsenaal van financiële of monetaire deskundigen met een CDU-partijkaart. Dat was de eerste misrekening van de bondskanselier.

DE TWEEDE WAS dat hij de lidstaten van de Europese Unie niet achter de kandidatuur van Koch-Weser kreeg. Frankrijk, Italië en Groot-Brittannië gingen uiteindelijk met tegenzin akkoord bij gebrek aan een duidelijke andere Europese kandidaat. Het voorstel van sommigen om als compromis een Nederlander naar voren te schuiven – bijvoorbeeld Ruding die in 1986 voor de hevig door hem geambieerde IMF-post werd gepasseerd – maakte geen kans omdat een Nederlander het presidentschap van de ECB vervult. De derde en misschien wel ernstigste misrekening van Schröder was dat hij de stemming in Washington slecht had gepeild. Larry Summers, de Amerikaanse minister van Financiën die Koch-Weser goed kent uit de tijd dat ze beiden bij de Wereldbank werkten, sprak luid en duidelijk zijn persoonlijke veto over de Duitser uit.

Na de afgang van Koch-Weser stuurde Schröder zonder ruggespraak een nieuwe kandidaat het veld in: Horst Köhler. Ook voor de CDU'er Köhler geldt dat hij geen politiek zwaargewicht is. Maar hij heeft een sleutelrol gespeeld in de onderhandelingen over de Duitse economische en monetaire eenwording en later over de Economische en Monetaire Unie. Hij heeft ervaring in de particuliere financiële sector en in een internationale organisatie door zijn huidige functie als directeur van de EBRD, de Oost-Europabank.

Köhler mag naar het IMF, de Amerikanen hadden geen zwaarwegende bezwaren. Frankrijk heeft alweer een Fransman (na Attali en Delarosière) naar voren geschoven om de EBRD te leiden. Schröder kan opgelucht adem halen.

EN HET IMF? Daar wacht Köhler een lastige ontvangst. Na de proliferatie van taken onder Camdessus staat het IMF een versobering van zijn programma's te wachten. Vorige week heeft een commissie in opdracht van het Amerikaanse Congres een kritisch rapport over het IMF (en de Wereldbank) gepubliceerd. Daarin worden voorstellen gedaan om de rol van het IMF te beperken tot kortlopende noodsteun aan landen die in acute problemen komen en die zich vooraf hebben geconformeerd aan minimumvoorwaarden van behoorlijk financieel bestuur. Het IMF zou zich moeten terugtrekken uit de armste landen en zich niet meer als een permanente financiële sinterklaas met omstreden beleidsadviezen moeten gedragen.

Dit zijn radicale voorstellen die de nodige aanpassingen behoeven. Maar de richting is duidelijk en de nieuwe IMF-man zal zijn handen vol hebben om het hervormingsproces van de instelling in goede banen te leiden.