De bekoring van bezitsvorming

Reclamecampagnes, consumentenhypes, overproductie en de wet van de toenemende meeropbrengst. Economie in striptaal.

WE SCHRIJVEN eind jaren zestig, jaren zeventig in een land waar de filosofie van oudsher verheven is boven de economie. Is dat het klimaat waarin een serie stripboeken wijze lessen kan bevatten over de principes van de vrije markt? Ja. Asterix is zelfs actueler dan ooit.

Al in de vroege afleveringen maakt de lezer kennis met de beproevingen van een monocultuur, te zien aan de `sjaakjes' in Gergovia, die zonder uitzonderingen Wijn en Kolen verkopen – en met de gestroomlijnde multinationale onderneming in wagenwielen (beide in Het IJzeren Schild).

Verkooptechniek wordt onderwezen in De Koperen Ketel (`Hele erge mooie everzwijnen!') en het principe en de risico's van de moderne vastgoedontwikkeling wordt uit de doeken gedaan in De Romeinse Lusthof.

Maar de echte les voor de tijd van nu stamt uit 1976, uit het album dat geheel aan de economie is gewijd: Obelix & Co., het laatste album waaraan de geniale scenarist Goscinny volledig meewerkte. Voor wie het verhaal even niet paraat heeft: bij Caesar, wanhopig omdat al zijn pogingen om het Gallische dorp te onderwerpen jammerlijk hebben gefaald, dringt zich de jonge Caius Adolescentus op. De proto-econoom bedenkt een plan om de Gallische gemeenschap van binnen uit te hollen: bezitsvorming. ,,De bekoring van bezit, goud... ziedaar de dingen die hun aandacht zullen afleiden en hen tot verval zullen brengen.''

Caesar heeft er wel oren naar en Adolescentus krijgt de vrije hand. Al heeft hij wel goud nodig, veel goud. ,,Je hebt onbeperkt krediet, Adolescentus!'', belooft Caesar in een opwelling van daadkracht, waar hij later veel spijt van zal krijgen.

Bezitsvorming en ondernemerschap waren al onderwerp van eerdere pogingen om de Galliërs te perverteren; in Het Geschenk van Caesar dreigt de toewijzing van de dorpsgrond aan een voormalig Romeins soldaat de gemeenschap te versplinteren. En in De Romeinse Lusthof verwordt het Dorp door de instroom van toeristen tot een decadente vrijplaats voor de handel in snuisterijen en souvenirs. In beide gevallen grijpt - hoe Frans - de overheid in, in de gedaante van topbureaucraten Asterix en Panoramix.

Zo'n ingreep is in Obelix & Co. niet nodig: hier richt het systeem zichzelf te gronde. Het plan van Adolescentus is om menhirs - totaal onbruikbare en onhandelbare puntvormige stukken steen - van Obelix te kopen. En hoe meer menhirs Obelix levert, hoe hoger de prijs per stuk die hij betaald krijgt. Het duurt niet lang of Obelix huurt medewerkers in, koopt eigen transport en haalt zich met zijn sestertiën de afgunst van zijn dorpsgenoten op de hals. Geen nood: ook voor hen is er een onpeilbare afzetmogelijkheid, tegen nog steeds oplopende prijzen. Hier openbaart Goscinny, bijna een kwart eeuw avant la lettre, de wet van de toenemende meeropbrengst, die vandaag de dag opgang doet als een van de verklaringen voor de zegeningen van de Nieuwe Economie.

Maar eerst terug naar 1976. De menhirproductie gaat flink in de papieren lopen en de bodem van Caesars schatkist raakt in zicht. Wat te doen met al die klompen steen die zich inmiddels in Rome opstapelen? ,,Verkopen'', zegt Adolescentus. ,,En wie wil zo'n menhir dan hebben, hè'', briest Caesar. ,,Die dingen dienen nergens toe!'' Zucht. Caesar heeft er, zoals Nina Brink van World Online onlangs al over bankpresident Wellink zei, niets van begrepen. Adolescentus wel. Hij begint een reclame- en merchandisingcampagne op basis van het feit dat iedereen in Rome een menhir zal begeren, enkel omdat de buren er ook een hebben. En zo ontstaat de eerste consumentenhype in de geschiedenis.

De rest laat zich raden. De wet van de toenemende meeropbrengst blijkt een farce, en gaat enkel op als elke volgende afnemer bereid is meer te betalen dan de voorlaatste. Overproductie van niet enkel meer Gallische, maar ook meer Romeinse en Egyptische menhirs leidt tot overaanbod, en de prijzen storten ten langen leste in. Als in de straten van Rome billboards verschijnen met teksten als: bij aankoop van een menhir twee draagslaven gratis, is het lot van Adolescentus' plan bezegeld.

Als de menhirbel is gespat, is Caesars schatkist leeg, Adolescentus diep in ongenade gevallen en keert de rust in het Gallische dorp terug. Denk dus even aan de dikke menhirhouwer als morgen de eerste beurskoersen van World Online op teletekst verschijnen: er zal altijd een Romein moeten zijn die nóg meer voor de volgende betaalt. Jij begrijpen?

ECONOMIE