Tilda Swinton

In een reeks profielen van gezichtsbepalende sterren deze week Tilda Swinton, de uit onbreekbaar porselein gebakken actrice die nu te zien is als de ongenaakbare hippie-dictator Sal in `The Beach'.

Het zal wel in Orlando (1992) zijn geweest, die scène waarin de Engelse actrice Tilda Swinton frontaal de camera inkijkt – overweldigende stijlbreuk en afschuwelijke filmische zonde tegelijkertijd – en een pact smeedde met de toeschouwer: dit is film en u bent medeplichtig. Of misschien was het in één van de acht films die ze met landgenoot Derek Jarman maakte. Hij castte haar in 1986 in haar eerste filmrol in zijn schildersportret Caravaggio en sindsdien personifieerde de androgyne Swinton voor hem talloze vrouwbeelden. Van de verpleegster (War Requiem, 1989) en de madonna (The Garden, 1990) tot de opstandige dame (Wittgenstein, 1993).

Tilda Swinton (Londen, 5 november 1961) kan recht de camera inkijken zonder uit haar rol te vallen. Ze mag dan een uit onbreekbaar porselein gebakken ijskoningin schijnen, onder die afstandelijkheid broeit een samenzweerderige blik. Swinton is geen actrice die je kan leren kennen uit haar veelvuldige contacten met de pers. Interviews schuwt ze en met het geven van biografische informatie is ze spaarzaam. Op grond van haar sekse-overschrijdende rollen wordt vaak aangenomen dat ze lesbisch is, maar misschien is dat wat al te gemakzuchtig.

De titelrol in Sally Potters Virginia Woolf-verfilming Orlando is een sleutelrol in haar carrière. Het romantische verhaal van een elizabethaanse hoveling die tot in de twintigste eeuw leeft, getuige is van vier eeuwen geschiedenis, vele liefdes kent en met het grootste gemak halverwege van geslacht verandert, was Swinton op het tengere lijf geschreven. Het optreden in travestie beviel haar zo dat ze in hetzelfde jaar een rol aannam in Man to Man, over een vrouw die verkleed als haar echtgenoot wacht op diens terugkeer uit de Tweede Wereldoorlog. In de feministische erotische thriller Female Perversions (1996) onderzocht zij de grenzen van de (vrouwelijke) seksualiteit.

Jonge, onbekende en vaak experimentele regisseurs genieten Swintons voorkeur. Het leverde intrigerende optredens op in Love is the Devil (John Maybury, 1998) en The War Zone (Tim Roth, 1999). Als Swinton geen geschikte film vindt, figureert ze liever als een mysterieus mensachtig wezen in een videoclip van Orbital of in een slaapperformance (The Maybe, 1996). Wat dat betreft is haar vertolking van de ongenaakbare hippie-dictator Sal in The Beach na ruim twintig films haar eerste grote rol te noemen. Maar zij blijft ook in deze overduidelijke Hollywoodproductie even dwingend als bescheiden, even fysiek als fragiel, even mysterieus als doorzichtig. En zo helemaal een dame, ook al is ze gekleed in zongebleekte vodden. En waardig, ook al is haar personage tragisch en onaardig.