Symbolisch rookoffer voor Fassbinder

Wat gaat Freek de Jonge doen met het boekenweekgeschenk van Harry Mulisch, was de grote vraag bij het gisteren gehouden Boekenbal? Verbrandt hij het of niet?

Een rookoffer werd het, geen complete verassing. Onder stormachtig applaus van het Boekenbalpubliek in Carré ontlokte Freek de Jonge een magnesiumsteekvlam aan Het theater, de brief en de waarheid van Harry Mulisch, waarna hij het boekenweekgeschenk tussen de takkenbossen in de piste gooide. Voordat uit de toneelrookwolken een kipachtige vogel tevoorschijn kwam (,,Wat kijkt u, nooit eerder een feniks gezien?'') formuleerde de cabaretier zijn bede: ,,Dit boek zal branden in de geest van Rainer Werner Fassbinder, die de kunst niet zag als een spel voor aan de schrijftafel, met een pijpje erbij.''

Bijna anderhalf uur lang had De Jonge in een virtuoos programma de wortels blootgelegd van zijn felle protest tegen het geschenkboek van de 65ste Boekenweek (,,dit boek moet verbrand worden''), waarmee hij tot in Duitsland de kranten had gehaald. De kritiek op Mulisch, die in zijn boekje een literair spel speelt met de `zelfontvoering' van de acteur Jules Croiset uit 1988, bleek voort te komen uit een persoonlijk trauma. Twaalf jaar geleden had De Jonge zich door zijn vriend Croiset laten overhalen om te protesteren tegen het opvoeren van Fassbinders vermeend antisemitische toneelstuk Het vuil, de stad en de dood. Daar had hij spijt van, en niet alleen omdat Croiset destijds de antisemitische reacties op de zaak-Fassbinder zelf had geënsceneerd. ,,Ik vind in principe dat je niks moet verbieden, je kunt altijd 50 jaar later je excuses aanbieden,'' zei De Jonge gisteravond. En: ,,Kunst moet je niet verloochenen voor een vriendschap.''

De boodschap was serieus, maar werd verpakt in een spervuur van grappen en Jongiaanse terzijdes. Vanaf het eerste moment (De Jonge komt op met jerrycan, klopt op de zakken van zijn jasje en vraagt: ,,Harry, heb jij lucifers bij je?'') werden de hoge verwachtingen van de verzamelde schrijvers, uitgevers, boekverkopers en journalisten ingelost. De Jonges raamvertelling, over een bezoek van de cabaretier aan kroonprins Willem Alexander en een inspectie van diens boekenkast, liet ruimte voor grappen over Lulu Wang, Harry Potter en dominee Nico ter Linden, maar ook voor inhoudelijke kritiek op Mulisch in 760.000 exemplaren verspreide `Tegenspraak'. ,,Een crematie van joden behalve in de oorlog komt dat niet voor,'' schamperde de cabaretier over de enscenering van het verhaal. En ook het motto van het boek – `wie begrepen wil worden, geve geen uitleg' scheen De Jonge onzinnig in het licht van de vier bladzijden verantwoording die Mulisch aan de affaire-Croiset had gewijd.

Harry Mulisch, die bij binnenkomst in het theater als een Romeinse triomfator de toejuichingen van de zaal in ontvangst had genomen, verklaarde zich na afloop tevreden over De Jonges voorstelling. ,,Er is een punt achter de zaak gezet,'' zei hij, waarna hij zich haastte te zeggen dat dat maar de vraag is omdat `ze' dat stuk van Fassbinder weer gaan opvoeren. ,,Maar dan is het geen politiek feit meer zoals tien jaar geleden, maar een literair-historisch feit.'' Op de vraag of zijn boekje, door de felle discussie en media-aandacht die het heeft uitgelokt, het eigenlijke thema van de aanstaande tiendaagse Boekenweek, de klassieke literatuur, geen slechte dienst heeft bewezen, zei Mulisch: ,,Ach, mijn boek is zelf klassiek.''

In de wandelgangen van Carré, die nauwer en sfeerlozer waren dan die van de Stadsschouwburg waar het Boekenbal doorgaans plaatsvindt, praatten de mensen over De Jonge en niet over de Ouden. De schrijvers (van de 21-jarige debutant Thomas van Aalten tot de bij zijn eigen portret geposteerde Joost Zwagerman, en van Rosita Steenbeek tot Jean Pierre Rawie) waren in groten getale gekomen, maar niet voor Plato en Vergilius. Niemand had oog voor de klassieke, of liever gymnasiaal-humoristische, versieringen: bustes van schrijvers met zogenaamd Griekse opschriften, classicistische naaktportretten van Connie Palmen en Adriaan van Dis, straatnaambordjes met Forum Vinkenoog en `Calle' (sic!) Campert. En op een handjevol balgangers na (politica en bestsellerauteur Marjet van Zuijlen in een peplos, Van Dis met een kortgeknipte keizerscoupe) had niemand zich klassiek uitgedost.

Henk Kraima, directeur van de Stichting CPNB, vond het allemaal niet erg. Integendeel. ,,Ik denk dat door het relletje veel mensen het idee hebben gekregen dat ze het boekenweekgeschenk dit jaar niet mogen mislopen. En dus gaan ze naar de boekhandel, waar de etalages vol liggen met alle herdrukken en nieuwe boeken die met de Oudheid te maken hebben. De klassieken zullen bovendien profiteren van het feit dat er dit jaar in de Boekenweek niet één grote titel is die iedereen koopt, zoals I.M. een paar jaar geleden.''

En dan Freek de Jonge. Ook hij was tevreden, zij het bepaald niet over de pers die hem in de afgelopen weken had afgeschilderd als een boekverbrander. Vooral NRC Handelsblad, dat tot en met de voorpremière van zijn programma De conferencier, het boekenweekgeschenk en de leugen regelmatig verslag had gedaan van zijn woede, moest het ontgelden. ,,De verrassing was er dankzij de NRC wel af,'' fulmineerde hij. ,,Uw krant is als een zeeman die na zes maanden op de oceaan naar een bordeel gaat en voor de deur al klaarkomt. Wacht toch tot je binnen bent.''

Het was toen al laat, ook al omdat de opening van het Bal wegens opstoppingen bij de ingang van Carré (nauwe deuren, strenge kaartcontrole, cameraploegen) flinke vertaging had opgelopen. In de disco in de foyer werd gedanst op klassieke rock en disco, en in de zaal speelden De Izzies. De Jonge en Mulisch zullen daar niet meer geweest zijn. Zoals het programmaboekje waarschuwde: `In de piste van Carré mogen geen rookoffers gebracht worden (-) Pijpen en andere rookartikelen kunt u doven bij de hogepriesters.'

Freek de Jonge speelt zijn Boekenweekvoorstelling t/m 25/3. De VPRO zendt een tv-registratie uit op 25/3, Ned.3, 23.40u.