Strategie splijt actiegroepen

In kringen van actievoerders wordt de aandelen-actie van Greenpeace met scepsis gevolgd.

Groen beleggen is in. Al jaren zijn beleggingsfondsen van de Algemene Spaarbank Nederland, het Andere Beleggingsfonds en de Triodos Bank redelijk succesvol met het beleggen in bedrijven die zich houden aan wat de fondsen ethisch handelen vinden.

Maar het kopen van aandelen om via een aandeelhoudersvergadering je gelijk te halen is nog wat anders. GroenLinks kondigde enkele maanden geleden aan een eigen aandelenbeleggingsfonds op te willen zetten. De partij wil in bijna alle beursgenoteerde bedrijven in Nederland enkele aandelen kopen, niet om er redenemt op te behalen maar om het bedrijfsleven kritisch te volgen. Op aandeelhoudersvergaderingen wilde de partij thema's zoals milieubeleid, genetisch gemanipuleerd voedsel of kinderarbeid aan de orde stellen.

Greenpeace gaat nu nog een stapje verder. De organisatie hoopt via een stemming of een discussie op de aandeelhoudersvergadering Shell te verleiden tot het doen van een investering van een miljard gulden in een fabriek voor zonnepanelen. Daarna wil Grenpeace de aandelen weer verkopen.

Een aardige maar ook aanvechtbare actie, zo vinden andere non-gouvernementele organisaties en financieel specialisten. Natuurlijk feliciteren ze Greenpeace hartelijk met de publiciteit die de actie vermoedelijk op gang brengt, en met de discussie over de wenselijkheid van alternatieve energie die daardoor wellicht volgt.

Maar of Shell, waar miljarden aan aandelen omgaan, werkelijk zal besluiten om bedrijfsbesluiten te nemen onder invloed van een half miljoen aandelen, dat waagt men te betwijfelen. Bovendien, zegt milieudeskundige Wouter van Dieren, is Greenpeace bij Shell aan het verkeerde adres: ,,Shell is uitstekend bezig. Shell heeft zich geschaard achter de mensen die erkennen dat er een klimaatsverandering gaande is en werkt aan de ontwikkeling van een duurzame energie.'' Greenpeace gedraagt zich wat Van Dieren betreft als een overwinnaar die zijn overwonnen tegenstander nog eens confronteert met zijn eigen vergissingen. Liever had hij een actie gezien tegen Mobil, Exxon of Chevron.

Ook de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) heeft aandelen Shell om binnen te komen op een aandeelhoudersvergadering, maar heeft nooit de strategie gevoerd die Greenpeace nu voert. De VBDO werkt met volmachten van haar leden om te stemmen op de aandeelhoudersvergaderingen van grote ondernemingen. Daarbij gaat het volgens directeur Piet Sprengers meer om ,,het maken van je punt'' dan om feitelijke beïnvloeding. Sprengers verwacht niet dat Greenpeace succes zal boeken. ,,Het gaat om een investeringsbeslissing, niet om een morele of ethische vraag. Ik denk dat Shell dat toch naast zich neer zal leggen. Het gaat om een commerciële afweging.''

De Nederlandse afdelingen van organisaties als het Wereldnatuurfonds en Artsen zonder Grenzen doen niet aan aandelen-acties à la Greenpeace. De Nederlandse afdeling van Amnesty International houdt zich ,,principieel'' verre van het kopen van aandelen om de discussie over de schending van mensenrechten aan te zwengelen. In de Verenigde Staten koopt Amnesty wel aandelen om samen met andere andere non-gouvernementele organisaties resoluties in te dienen en op aandeelhoudersvergaderingen aanvaard te krijgen. ,,Maar dat doen ze omdat de top van het bedrijfsleven voor hen daar niet toegankelijk is,'' zegt Gemma Crijns, stafmedewerker economische relaties van Amnesty. Hier voert het poldermodel de boventoon.

Crijns bezoekt min of meer structureel de twaalf grootste Nederlandse multinationals om het beleid op het gebied van mensenrechten te bespreken. Snelle confronterende acties zijn daarbij uit den boze. Crijns: ,,Je moet een ongelooflijk uithoudingsvermogen hebben om zaken die niet tot de core business van het bedrijf behoren aan de orde te stellen. Bedrijven bewegen enkele millimeters op een termijn van tien jaar.''