Straf politieman in Maleisië wegens slaan van Anwar

Abdul Rahin Noor, voorheen de hoogste politiefunctionaris van Maleisië, is vandaag veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens het slaan van voormalig vice-premier Anwar Ibrahim. Het incident gebeurde anderhalf jaar geleden, kort nadat Anwar was gearresteerd op verdenking van corruptie en sodomie.

Tien dagen na zijn arrestatie kwam Anwar de rechtszaal binnen met een blauw oog en verwondingen aan nek en handen. Onmiddellijk werd duidelijk dat de voormalige tweede man achter premier Mahathir deze verwondingen had opgelopen bij het politieverhoor, maar het duurde vijf maanden voordat duidelijk werd dat het politiechef Noor was die deze had toegebracht. Mahathir suggereerde destijds dat Anwar zichzelf had verwond om medelijden te wekken. Een arts die Anwar onderzocht verklaarde echter: ,,Hij mag van geluk spreken dat hij niet is overleden door het pak slaag dat hij heeft gehad.''

Noor ontkende aanvankelijk ,,ernstige pijn'' aan Anwar te hebben toegebracht, een aanklacht waarvoor een maximumstraf staat van 3,5 jaar cel. De openbaar aanklager verminderde de aanklacht tot ,,het veroorzaken van pijn'' waarop een maximum gevangenisstraf staat van een jaar plus zo'n duizend gulden boete. Noor vindt de celstraf van twee maanden die hij vanochtend kreeg opgelegd te hoog en heeft hoger beroep aangetekend. In afwachting van de behandeling daarvan is hij op borgtocht vrij gelaten.

De oppositie in Maleisië, die mede wordt geleid door de advocaat van Anwar, is woedend over de in hun ogen lichte straf. De verhoudingen zijn volgens de Democratische Actie Partij (DAP) zoek gezien de gevangenisstraf van ruim zes jaar die Anwar eerder kreeg voor corruptie. Het hoger beroep in deze zaak loopt nog, evenals een proces wegens sodomie tegen de in ongenade gevallen vice-premier. Cruciaal voor zijn verdediging vindt Anwar dat premier Mahathir komt getuigen in deze zaak. De rechter beslist volgende week of hij premier Mahathir daartoe zal oproepen.