Schandpaal

Het begrip `schaamtestraf' heeft ook in Nederland zijn intrede gedaan. Vorige week las ik in deze krant (8-3-00) dat een Haagse rechter, wiens naam niet genoemd werd, de een of andere zwendelaar, wiens naam wel genoemd werd (dit had andersom moeten zijn), veroordeeld heeft tot het plaatsen van een zelfbeschuldigende advertentie in een aantal kranten. Voor de goede orde: er was sprake van miljoenenfraude en de man kreeg ook de reguliere celstraf die voor dit soort criminaliteit wordt toegemeten. De advertentie waarin hij zichzelf moest afficheren als doortrapte oplichter was een extraatje, een afgedwongen particuliere boetedoening.

Zoals Margriet Oostveen beschreef, komt deze nieuwe wind in het strafrecht natuurlijk uit Amerika overgewaaid, waar al langer automobilisten rondrijden met verplichte bumperstickers dat ze veroordeeld zijn wegens rijden onder invloed, en waar een geweldpleger een bord in zijn tuin moest plaatsen met het opschrift `Hier woont een gewelddadige delinquent. Binnenkomen op eigen risico'.

Vergeleken hiermee doet de Haagse rechter het nog kalmpjes aan. Toch ademt het vonnis een barbaarse geest. Het nagelen aan de schandpaal, het rondrijden van misdadigers op mestkarren, het houden van openbare executies zijn strafmaatregelen die lang geleden werden afgeschaft. Waarom eigenlijk? Niet zozeer uit consideratie met de misdadigers, maar omdat de omstanders het niet langer konden aanzien. Publieke vernedering brengt een gevoel van walging teweeg of het geeft leedvermaak. Geen van beide zijn dit gemoedstoestanden die een overheid mag stimuleren. Het is allemaal al erg genoeg zonder het emotionele vuurtje verder op te stoken.

In de persoonlijke sfeer heeft het veel langer geduurd, voordat vernedering als bewust toegepast strafmechanisme werd uitgebannen. Nadat de lijfstraffen op school waren verdwenen, bleef het nog jaren gebruikelijk om kinderen die iets misdaan hadden in de hoek van het lokaal te plaatsen met een kap met ezelsoren op hun hoofd, of een bord om hun nek te hangen met het opschrift `Ik ben dom'. De ineenstorting van traditionele gezagsstructuren in de jaren zestig heeft een aantal vervelende consequenties gehad, maar de consensus over de onaanvaardbaarheid van het vernederen van kinderen kan ik niet anders interpreteren dan als een teken van voortschrijdende beschaving. Dat kinderen niet meer publiekelijk te schande worden gezet is winst.

Wat niet wegneemt dat elke straf door een kind als vernederend wordt opgevat. Ook het naar de gang gestuurd worden of het strafregels moeten schrijven, of (thuis) het inhouden van zakgeld of andere voorrechten. Er is goedbeschouwd geen enkele vorm van straf denkbaar die niet op de een of andere manier vernedering inhoudt. Pedagogen maken zich altijd sterk voor een absoluut taboe op fysiek geweld, maar een klap in drift gegeven lijkt me te verkiezen boven het spreekwoordelijke dreigement `Wacht maar tot je vader thuiskomt!' (waarna deze z'n tabel met misdrijven en boetes voor de dag haalt). De enkele klap in drift gegeven (geen aframmeling) maakt de volwassene en het kind zelfs tijdelijk gelijkwaardig: de klapgever verliest zijn emotionele controle en toont hiermee z'n machteloosheid, waarmee de schuldige en de straffer althans in dit opzicht even gelijk opgaan.

Iets helpen doet het overigens niet. Noch het slaan, noch het toepassen van meer rationele strafmaatregelen. Mensen die als kind veel gestraft werden zijn geen moreel betere personen dan mensen die als kind nooit gestraft werden, maar op wie alleen maar dringend werd ingepraat. Straffen helpt ook voor niet-criminelen; de gevangenis kweekt slechts recidivisten. De enige functie van straf is vergelding. Een inbreuk op de maatschappelijke orde moet een tegenmaatregel oproepen om het rechtvaardigheidsgevoel van de omstanders in stand te houden. Misschien is rechtvaardigheid uiteindelijk niets anders dan een behoefte aan symmetrie, het principe dat de natuur gebruikt om zich tegen de chaos te weer te stellen. Straffen zijn zinloos, maar dienen een hoger doel. Vernedering is even zinloos maar haalt het laagste in de mens naar voren. De rechterlijke macht zou niet zo diep moeten zinken.