Rol bedrijven bij wegbeheer bepleit

. Bedrijven moeten een belangrijke rol krijgen bij de exploitatie van wegen. Ze moeten dan (elektronisch) tol kunnen heffen of benzinepompen en winkels langs de weg exploiteren.

Om een en ander mogelijk te maken, moet er een nieuw staatswegenbedrijf worden opgezet, waarin delen van de huidige Rijkswaterstaat opgaan en waarin het bedrijfsleven participeert.

Dit schrijft de Raad voor verkeer en waterstaat, een invloedrijk adviesorgaan van minister Netelenbos, in het vandaag gepresenteerde rapport Meer markt, andere overheid. Netelenbos zelf zei vanmorgen wel iets te zien in zo'n staatswegenbedrijf, al wenst ze een sterke rol voor de overheid te behouden.

Prof. H.J. de Ru, een van de opstellers van het rapport, is ervan overtuigd dat er dankzij de creativiteit van de bedrijven meer verkeer op een efficiëntere manier kan worden verwerkt op de wegen, wanneer de bedrijven daarvoor geld kunnen vragen. Bij een dergelijke aanpak zou overigens de motorrijtuigenbelasting drastisch naar beneden moeten, waardoor per saldo iedereen beter af is.

Volgens de raad is het tijd met een frisse blik te kijken naar de infrastructuur. Voor Rijkswaterstaat, vanouds dé grote uitvoerende organisatie, ziet hij in de toekomst een meer bescheiden rol weggelegd. Lange tijd is infrastructuur als een collectief goed beschouwd, waaraan iedereen meebetaalde, ongeacht of die van wegen, spoorwegen of telefoonlijnen gebruikmaakte. Dankzij nieuwe technologie is het echter veel makkelijker geworden individuele gebruikers voor het gebruik van infrastructuur te laten betalen. Door daarbij het bedrijfsleven in te schakelen kan dat veel efficiënter en transparanter dan wanneer de overheid dat doet.

,,De markt is superieur in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod'', stelt De Ru. ,,Ik kan eigenlijk geen organisatie op verkeersgebied bedenken die niet met succes zou kunnen worden geprivatiseerd. Je moet af van de gedachte dat de overheid allerlei voorzieningen zelf aanbiedt.''

Ook in de telecomsector en in het openbaar vervoer zien de opstellers van het rapport steeds

minder noodzaak voor de overheid om zelf faciliteiten aan te bieden en te exploiteren. De hoofdtaak van het ministerie van Verkeer en Waterstaat moet in de toekomst vooral zijn toezicht te houden op alle infrastructurele voorzieningen. Dat geldt vooral voor de veiligheid op de weg, waarvoor scherpe eisen moeten worden vastgesteld.

RIJKSWATERSTAAT

Raad heeft kritiek op het `pps-beleid' van Netelenbos

1

Er is overigens geen sprake van dat de overheid zich geheel zal terugtrekken uit de infrastructurele sector. Maar er zal een veel grotere wisselwerking dienen te zijn met het bedrijfsleven, liefst via een publiek-private samenwerking. Op dit punt oefenen de auteurs ook kritiek uit op Netelenbos, die deze zogeheten pps-constructies vooral wil loslaten op minder urgente projecten, waarvoor ze zelf niet voldoende geld beschikbaar heeft. Fout, roept de Raad van verkeer en waterstaat. ,,Het zou juist andersom moeten zijn'', aldus H. Verkooijen, secretaris van de raad. ,,Voor de meest urgente projecten zul je vaak ook het makkelijkst belangstelling bij bedrijven vinden. Als die er niet is, geeft dat ernstig te denken over de noodzaak van een project.''

De auteurs constateren dat het aanvankelijke enthousiasme voor privatisering in de politiek de laatste maanden nogal bekoeld is. Dit kwam onder meer door een ernstig treinongeluk vorige herfst in Engeland, waar de spoorwegen zijn geprivatiseerd. De beveiliging bleek er niet goed te hebben gewerkt. De Ru: ,,Dat ongeluk had op zichzelf niets te maken met tekortkomingen als gevolg van de privatisering maar het gaf juist aan dat de overheid zijn toezichthoudende taak niet naar behoren uitoefende.''

De woordvoerders van verscheidene grote politieke partijen waarschuwden voorts bezorgd voor de onwenselijkheid van een feitelijk monopolie van bijvoorbeeld de Nederlandse Spoorwegen in private handen. Dat zou het ergste van twee kwaden zijn. Verkooijen erkent dat er aan een monopolie bezwaren kleven, maar die zijn volgens hem op zijn minst even erg wanneer de overheid zelf zo'n monopolie bezit. Zo dreigt er in het laatste geval gemakkelijk een belangenconflict, omdat de overheid én de exploitatie verzorgt én toezicht moet houden op de correcte naleving van de voorschriften voor veiligheid en andere zaken.

De Ru wijst erop dat de trend naar privatisering welhaast onvermijdelijk is. Als Nederland zich hiervoor afsluit, wordt het vanzelf ingehaald door de gebeurtenissen buiten het land, net als tien jaar geleden in de telefonie. Toen het veel goedkoper werd om vanuit de Verenigde Staten naar Nederland te bellen dan andersom, ontstonden er callbacksystemen, waardoor de toenmalige PTT toch aan het kortste eind trok. Nu alles is geliberaliseerd kost bellen naar Amerika niet langer 4 gulden per minuut, maar 17 cent per minuut.''