Oproer in Egyptische `dorpjes des doods'

Twee dorpjes aan Egyptische snelwegen kwamen vorige week in opstand tegen het doodrijden van inwoners door voortjakkerende automobilisten.

In Mit Nema, aan de snelweg tussen Kairo en Alexandrië, worden elke maand een paar mensen doodgereden. Maar dat is voor Egyptische begrippen niets bijzonders. Net zomin als het in Egypte nieuws is dat de veroorzakers van zulke aanrijdingen in Mit Nema altijd doorrijden, of zich na betaling van een paar tientjes aan de lokale agent uit de voeten maken. Egypte kent miljoenen volstrekt drieste automobilisten die in vaak krakkemikkige auto's straffeloos over slecht onderhouden snelwegen scheuren. Mit Nema is een van de honderden Egyptische dorpjes aan deze snelwegen, en het is dus geen wonder dat het een fikse vaste bijdrage levert aan de 6.000 verkeersdoden die jaarlijks vallen in Egypte – het hoogste aantal verkeersdoden per kilometer snelweg ter wereld, veertig keer zo hoog als in de Europese landen, en zeker tweemaal zo hoog als in welk Afrikaans land dan ook.

Wat het dorpje Mit Nema vorige week plotseling in het nieuws bracht, is dat de bewoners het niet meer pikten. Publiek verzet tegen de autoriteiten is zeldzaam in Egypte, waar deze maand de noodtoestand met drie jaar werd verlengd. Overal in Egypte is politie, en die politie is wreed. Maar toen de 15-jarige Samah Abdallah bij het oversteken voor de ogen van haar ouders door een veel te hard rijdende vrachtwagenchauffeur aan flarden werd gereden, zetten de paar duizend inwoners van Mit Nema de angst opzij.

Ze blokkeerden de snelweg en rolden een enorme kei op het aanpalende treinspoor, ze sleurden de chauffeur naar buiten en sloegen hem praktisch dood. Zijn wagen, geladen met frisdrank, werd geplunderd en in brand gestoken, waarna de bevolking passerende overheidsvoertuigen ging bekogelen met flesjes cola en fanta. Ze eisten, voor de zoveelste keer, de bouw van een brug over de snelweg. Nu moeten schoolgaande kinderen de zeer drukke weg over, met voorspelbare gevolgen.

De overheid reageerde karakteristiek en stuurde de er ordetroepen op af. Deze schoten op de menigte met traangas, en daarna met scherp. Zes soldaten en zeker dertig inwoners werden gewond, van wie enkelen ernstig. De gewonden uit Mit Nema verlieten na een korte behandeling het ziekenhuis, uit angst voor arrestatie.

Dat de maat ook elders in Egypte vol is, bleek een paar dagen later in Awlad Seif, een dorpje in de Nijldelta. Daar reed een bus vier overstekende dorpelingen omver, van wie er twee direct overleden. De bus ging in brand, en het verkeer werd urenlang opgehouden. ,,Onlusten in de dorpjes des doods! Wat is er met ons land aan de hand?'', vroeg de Egyptische krant Ahali op de voorpagina.

De inwoners van Mit Nema weten het wel. ,,We vragen de gouverneur al jaren om die brug'', zegt Hagg Ahmed, een oudere baas vanachter zijn waterpijp. Tientallen dorpelingen heeft hij al doodgereden zien worden. Hij noemt het niet meer dan een schrale troost dat de gouverneur na de onlusten eindelijk een brug heeft toegezegd. Na het Grote Slachtfeest wordt met de bouw begonnen.

Volgens de Umda (een soort burgemeester) van Mit Nema, valt het allemaal erg mee. ,,Allah zij geprezen dat wij hier in Mit Nema totaal geen problemen hebben'', zegt hij vriendelijk. ,,Als Allah meent dat onze tijd is gekomen, dan maakt het toch geen verschil waar we sterven; thuis in bed, in het ziekenhuis, of bij een auto ongeluk.''

De nabestaanden van Samah Abdallah hebben inmiddels compensatie gekregen: 3.000 gulden, het standaardbedrag in Egypte bij dood door nalatigheid van overheidswege. ,,Maar de brug komt er'', zegt Hagg Ahmed. ,,Het geweld heeft geholpen.''