OM wil pers vervolgen na `afluisteren'

Het openbaar ministerie in Amsterdam onderzoekt of de journalisten die openbaar hebben gemaakt wat de van drugs- en wapenhandel verdachte Mink K. maandag tijdens een besloten rechtszitting verklaarde, hiervoor kunnen worden vervolgd.

De geheime verklaring van K. was onbedoeld via luidsprekers in de perskamer naast de rechtszaal te volgen. De journalisten hebben daarop bekendgemaakt dat Mink K. onder meer verklaarde dat hij informant was van justitie.

Het openbaar ministerie onderzoekt nu of hiermee artikel 139e van het Wetboek van Strafrecht is overtreden. Dit stelt het bekendmaken van gegevens strafbaar als deze door `wederrechtelijk afluisteren' of opnemen zijn verkregen. Hierop staat een celstraf van maximaal zes maanden.

De Amsterdamse rechtbank heeft inmiddels onderzocht hoe het geluid uit de streng beveiligde rechtszaal van de zogenoemde `bunker' in Osdorp in de perskamer is terechtgekomen.

Volgens het hoofd van de beveiliging is voor de aanvang van het besloten gedeelte van de zitting, toen de pers de zaal moest verlaten, gecontroleerd of er een geluidsverbinding was tussen de rechtszaal en de perskamer. ,,Ten onrechte werd gemeend dat geen verbinding aanwezig was'', aldus de rechtbank.

Omdat in de speciale rechtszaal in Osdorp geen voor de rechtbank aanwezig bedieningspaneel aanwezig is, zoals in de andere rechtszalen, heeft de president van de rechtbank tijdens de verklaring van Mink K. niet kunnen zien dat er iets mis was. De woordvoerder van de rechtbank spreekt van ,,gewoon een menselijke fout'' die ,,een beetje dom'' was.

Het openbaar ministerie noch de rechtbank is van plan te onderzoeken of het geluid wellicht opzettelijk naar de perskamer is doorgegeven, op initiatief van derden. De advocaat van Mink K., A. van der Plas, zei maandag aanwijzingen te hebben dat ,,bepaalde instellingen'' belangstelling tonen voor wat in het besloten deel van de zitting zou worden gezegd. Haar cliënt zou ten dode zijn opgeschreven nu bekend is dat hij zich een informant van justitie noemt.

Een verzoek van de advocaten van de drie medeverdachten van Mink K. om officier van justitie F.Teeven te horen als getuige, is gisteren door de rechtbank afgewezen.

De advocaten wilden van Teeven horen of K., zoals hij maandag zei, zijn informant was.

Officier van justitie J. Plooy eiste gisteren tegen twee medeverdachten van Mink K. celstraffen van een jaar waarvan drie maanden voorwaardelijk, en van vijfenhalf jaar.