Kritiek op hervormingen in EU

Lidstaten van de Europese Unie hebben, ondanks goede financiële prestaties, weinig vooruitgang geboekt bij de hervorming van hun economieën op enkele belangrijke terreinen. Dit heeft de Europese Commissie gisteren gezegd in haar periodieke rapportage (`Brede Economische Beleidsrichtsnoeren') over de economische ontwikkelingen in 1999 binnen de EU.

Volgens de Europese Commissie is er met name weinig vooruitgang geboekt bij de aanpassing van regels voor openbare aanbesteding, liberalisering van spoorwegen, water, gas en posterijen, aanpakken van staatssteun, deregulering van de detailhandel, bevordering van onderzoek en ontwikkeling, het ontwikkeling van markten voor risicokapitaal en modernisering van de organisatie van arbeid (o.a. deeltijdwerk). Op het gebied van de interne markt blijven Griekenland, Frankrijk, Ierland, Luxemburg en Portugal achter. Eurcommissaris Pedro Solbes (economische en monetaire zaken) onderstreepte gisteren dat de landen die zich het beste hebben gehouden aan de Europese richtsnoeren voor beleid, ook het beste hebben gepresteerd. Op basis van het rapport, dat is bedoeld om het onderlinge toezicht binnen de EU te versterken, zal de Europese Commissie volgende maand nadere aanbevelingen doen. Volgens de Europese Commissie is de vooruitgang op het gebied van de interne markt het meest zichtbaar in de structurele hervormingen van productmarkten en de liberalisering van de telecom- en electriciteitsmarkten. Ook is de duurzaamheid van de openbare financiën verbeterd door hervorming van belastingen. Voorts is in veel landen vooruitgang geboekt bij de bestrijding van jeugd- en langdurige werkloosheid. Maar belastingsystemen moeten meer worden toegesneden op het bevorderen van werkgelegenheid. De Commissie vindt dat Duitsland, België, en Italië weinig vooruitgang hebben geboekt in hervorming van arbeidswetgeving. Ook in Frankrijk is op dit punt nog te weinig vooruitgang geboekt. Voor Duitsland en België geldt dat ook op het gebied van de sociale zekerheid.