Kok weigerde inzage in `pak papier' Peper

De Tweede Kamer sprak gisteren met premier Kok over minister Peper, die afgelopen maandag zijn ontslag indiende.

Premier Kok heeft geen kennis willen nemen van de bevindingen van accountants rond het declaratiegedrag van oud-minister Peper (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) tijdens zijn burgemeesterschap van Rotterdam.

De minister-president zei dat gisteren tijdens het debat met de Tweede Kamer over de maandag afgetreden Peper.

Kok maakte tijdens het debat bekend dat Peper zich een week of drie geleden bij hem had gemeld ,,met een pak papier'' om te laten zien wat de accountants hadden gevonden, maar Kok weigerde inzage. Volgens hem ging het om informatie die hem niet `toekomt' en zou het lezen van die stukken zijn onafhankelijkheid in de weg hebben gestaan. Bovendien zou hij als premier vooralsnog niets te maken hebben met Pepers handelwijze als burgemeester. Dat zou in een latere fase het geval kunnen zijn, als het rapport van de Rotterdamse commissie die de declaraties onderzoekt daartoe aanleiding zou geven.

Hoewel Kok dus geen kennis draagt van wat de accountants hebben gevonden, gaat de premier ervan uit dat de commissie niet met ,,onaanvechtbare bewijzen'' komt. Hij zei gisteren in antwoord op vragen van de fractievoorzitters dat er naar zijn overtuiging ,,op zijn minst'' een verschil van inzicht bestaat over de zaken die de accountants van de commissie hebben gevonden. ,,Wat waar en niet waar is, zal bij eerste lezing van het rapport nog niet duidelijk zijn'', aldus Kok.

Kritiek van met name de oppositiepartijen was er gisteren vooral op het moment van aftreden door Peper. De worsteling van Peper duurde inmiddels bijna vijf maanden en hij had nog wel een dag of vier kunnen wachten tot het rapport van de Commissie tot Onderzoek van de Rekening (COR) komende vrijdag zou verschijnen, meende fractieleider Rosenmöller van GroenLinks. Hij wees er op dat de Kamer zich de afgelopen maanden buitengewoon terughoudend heeft opgesteld jegens Peper en ,,zijn affaire'', wat niet in de laatste plaats was ingegeven door gêne.

Die terughoudendheid had volgens Rosenmöller echter wel alles te maken met de overtuiging dat de Kamer op enig moment nog in debat zou kunnen gaan met Peper over het onderzoek naar diens verleden en de invloed die dat heeft gehad op zijn functioneren als minister. Met name Rosenmöller en Marijnissen (SP) toonden zich teleurgesteld dat Peper van het toneel verdween zonder dat in de Tweede Kamer toe te lichten.

,,De volksvertegenwoordiging heeft, net als in de zaak-Apotheker, het nakijken, terwijl de Kamer graag met de heer Peper had gesproken over het Rotterdamse rapport en alle opmerkingen die hij als minister over het onderzoek heeft gemaakt. ,,Potsierlijk, lariekoek, beschamend, kneuterig, spruitjeslucht – dat woord viel toen het ging om de te dure dienstauto – allemaal flauwekul, allemaal verzonnen, de feiten bestaan niet, ik ben onkreukbaar. Het zijn allemaal grote woorden van de heer Peper uit de afgelopen maanden'', aldus Marijnissen. ,,Vrijdag zullen wij weten of de robuuste tegenaanval terecht was of niet. Spijtig dat we hem niet meer kunnen bevragen over deze vlucht naar voren.''

Fractieleider De Hoop Scheffer (CDA) wilde opheldering over de bewering van Peper dat die de inhoud van het rapport niet zou kennen. Volgens Kok klopt die bewering en is Peper net als de overige betrokkenen alleen op de hoogte van de bevindingen van de accountants die hemzelf betreffen.

Kok: ,,Maar de conclusies die de commissie daaraan verbindt, zijn voor Peper nog onbekend.''

Dat Peper een lange strijd voorzag om zich te zuiveren en daarom zijn ambt niet meer naar behoren kon uitvoeren, kan Kok zich goed indenken: ,,De minister is niet op zijn achterhoofd gevallen. Hij weet dat hij zich zal blijven verweren tegen de bevindingen van de accountants en dat hij daardoor in opspraak zal zijn en blijven. Als het dan ook nog gaat om een minister die al een karrevracht aan aantijgingen boven zijn hoofd heeft zien uitstijgen, dan is het een keer afgelopen, over en uit.''

Kok zei urenlange gesprekken met de vroegere bewindsman te hebben gevoerd. ,,Maar op een gegeven moment komt er ook een einde aan het vechtvermogen van een vechtjas'', aldus de premier. Het moment van aftreden noemde Kok ,,een bijzondere kant'' aan de affaire. Dat moment heeft Peper ,,geheel op eigen houtje'' gekozen. ,,Dat heb ik niet willen begrijpen. Dat is persoonlijk'', aldus Kok, die er van uitgaat dat Peper de grens naderde van wat hij fysiek aankon. ,,Het houdt een keer op. Een minister kan aan het eind van zijn Latijn zijn.''