Intieme radio

Tony van Verre, vooral bekend als de maker van een lange reeks radioprogramma's op de zondagochtend, is zondag op 62-jarige leeftijd overleden. Zijn handelsmerk was de zorgvuldige wijze waarop hij zijn eigen stem wegliet uit de interviews, waardoor de hoofdpersonen van zijn programma's rechtstreeks aan de luisteraar verhalen uit hun leven leken te vertellen. In 1978 ontving hij voor die uitzendingen de Reissmicrofoon voor de beste radio van het jaar.

In zijn jongensjaren maakte Van Verre deel uit van een zangduo, waardoor hij in aanraking kwam met AVRO's jeugdomroep Minjon. Toen hij tot de toneelschool niet werd toegelaten, besloot hij theaterwetenschappen te studeren. Daarna was hij korte tijd werkzaam in de antiekhandel, maar intussen bestookte hij de omroepen met liedteksten en programma-ideeën. Ten slotte werd hij, halverwege de jaren zestig, door amusementschef Joop Koopman bij de VARA binnengehaald. Daar schreef hij honderden liedjes voor tientallen radioprogramma's, waaronder het populaire Vrij entree van Henk Elsink en zijn eigen serie En dan heb je `n chanson. Hij zong zelf en schreef voor anderen, onder wie Edwin Rutten die in 1974 bescheiden hitsucces oogstte met het parodistische meezingliedje Toch is `t klote zonder jou.

In de jaren zeventig begon Van Verre zijn veelgeprezen reeks Tony van Verre ontmoet, waarin Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt, Albert Mol, Ko van Dijk, Jaap van de Merwe en vele anderen de ruimte kregen zichzelf te portretteren. Meestal vroeg hij de geïnterviewde in zijn huis in Zeeland te komen logeren, om een gevoel van intimiteit te scheppen dat de urenlange gesprekken dikwijls openhartiger maakte dan destijds gebruikelijker was.

Bij de invoering van de zenderkleuring op de radio, in 1992, was er voor zulke fijnzinnige programma's geen plaats meer. Van Verre ging toen tegen zijn zin in de vut. Maar mede door de boeken die hij van sommige series heeft gemaakt – monterend op papier – zal zijn werk nog vaak worden geraadpleegd.