Griekse mobiele eenheid bij de beurs

De Griekse mobiele eenheid heeft gistermiddag haar opwachting gemaakt bij het Atheense beursgebouw, waar honderden woedende investeerders tekeergingen tegen de koersdaling van 6,6 procent van die dag. Zij beklaagden zich dat zij niet alleen al hun winst van de laatste maanden hadden verloren maar ook grote percentages, tot 80 procent, van hun kapitaal. Sommige betogers zagen parallellen met de Albanese `piramide'. Vanmorgen kwam het na een nieuwe tuimeling van 4 procent tot soortgelijke taferelen.

De explosie van ontevredenheid komt de regering van de socialistische premier Simitis slecht uit. Deze moet op 9 april parlementsverkiezingen trotseren. Oppositieleider Kostas Karamanlis kwam later op de dag met de eis dat de regering de zogenaamde `kleine investeerders' excuses aanbood omdat zij hen vorig jaar had `misleid'. De beurs kende de afgelopen zomer en herfst een ongekende vlucht, hoewel het toen al niet aan waarschuwingen ontbrak dat vele aandelen teruggingen op opgeblazen fondsen, de `ballonnen'. Ook de, overigens zo succesvolle, minister van Economische Zaken Papandoníou, heeft toen enkele malen opgeroepen tot afremming van de beurshysterie.

Maar aan de andere kant heeft de regering niet zelden verbanden gelegd tussen haar economische politiek en de euforie hierover, die mede op de beurs tot uiting kwam. Zij wordt er speciaal van beschuldigd het investeren in de nazomer te hebben aangemoedigd omdat zij toen van plan was nog dat jaar vervroegde verkiezingen te houden. Dit plan werd getorpedeerd door de aardbeving van 7 september, die overigens geen enkele terugslag bracht op de beurs.

In die periode ontstond het begrip `beurspartij' en de verwachting dat de honderdduizenden nieuwe klanten die daar `speelden' beslissende winst zouden brengen voor de regering. Minister Papandoníou betoogde gisteren echter dat de beurs een geheel op zichzelf staande `markt' is die niets met politiek te maken behoort te hebben en waar de regering geheel buiten staat. Sommige regeringsgezinde commentatoren zien in de terugval een duister politiek spel van rechtse krachten, vooralsnog zonder te komen met aanwijzingen die deze theorie zouden kunnen staven.