Dat kan zomaar

Het eerste artikel over Internet in een Nederlandse krant stond in NRC Handelsblad van 26 september 1984 onder de kop De opkomst van computernetwerken, een leven zonder netwerk is ondenkbaar. Dat stukje was van mij. Destijds pionierde mijn partner als informaticus op het Unixnetwerk dat in Europa werd beheerd door het CWI in Amsterdam. Het web was nog een webje, mijn artikeltje vermeldde wereldwijd nog geen vierduizend aansluitingen waarvan 15 in Nederland.

Veertien jaar en elf maanden na het artikeltje van toen typte ik aan de keukentafel mijn eigen naam in. Het leverde acht treffers op. De eerste was een vermelding op een site die zich www.thumbnail.com noemde. Op het scherm knipperde in rode letters famous Dutch girls naked. Na een uur prutsen was het nog niet gelukt mezelf uit de kaartenbak te vissen.

Kon het zijn dat ik beroemd was geworden en naakt door de cyberspace zweefde? Alles kan, zei mijn echtgenoot, ze kunnen zelfs het hoofd van de romp scheiden. En dan? Op een andere romp plakken. Vanwege de claims? Vanwege visuele optimalisering. En dat kon zomaar? Dat kon zomaar, beeldmanipulatie.

Na nog wat langer zoeken bleek niet mijn hoofd van de romp maar de voornaam van de achternaam te zijn gescheiden, de treffer sloeg op twee verschillende actrices. Dat viel mee.

De tweede treffer viel niet mee. Het ging over een boekbespreking die ik eens had geschreven voor Vrij Nederland. Een lang stuk daaruit was overgenomen op de site van de `Stichting Pel' in Leeuwarden, die een belangenbehartiger van uitkeringsgerechtigden bleek te zijn. Het was een kritische boekbespreking geweest, maar aan het gekozen citaat was daar niet veel van te merken. Het komt voor dat een filmrecensent die schrijft `het aanzien volstrekt niet waard, in advertenties wordt aangehaald als `het aanzien volstrekt (...) waard!' Zoiets was hier ook aan de hand. Het besproken boek, Terreur van de economie van Viviane Forrestier, zocht achter de grote werkloosheid onder Franse laaggeschoolden een boze opzet van het grootkapitaal en riep op tot revolutie. Het was bij de stichting Pel even goed aangeslagen als bij de jury van de Prix Medicis die de schrijfster ervoor gekregen had. Lees dat boek! luidde de eindconclusie onder mijn naam, die fout gespeld was.

Midden in het citaat stond een passage die ik niet geschreven had. Daar staat: (...) ,,Commissaris van de Koningin in Friesland Loek Hermans likt de reet af van Olin King, de baas van SCI in Huntsville Alabama, het toeleveringsbedrijf van o.a. Hewlett Packard, omdat ze zo vriendelijk zijn neer te strijken in Heereveen, voor zolang het duurt, met een fabriek.''

Dat was heel vervelend. Voor de heer Hermans en voor mij, en ook wel voor de heer King. Veel tijd ging heen met de stichting Pel op te sporen en te benaderen, telefonisch en schriftelijk, met het verzoek het Fremdkörper uit het citaat te snijden. Er kwam nooit antwoord, het staat nog steeds zo op de Pel-site.

En niet alleen daar, want van de overige zes treffers bleken er twee over dezelfde boekrecensie te gaan en beide bevatten die alinea. Eén site was van een strijdbare uitkeringsorganisatie die iets op het web zet dat `Kleintje Muurkrant' heet. Dit orgaan was anoniem en zelfs via haar eigen elektronische brievenbus niet te benaderen. Het andere was van de Sociale Databank Nederland (SDN).

U belt precies op tijd, zei de site-beheerder van de SDN. Morgen jubileren wij en dan wordt al ons materiaal op CD-rom gezet voor het nageslacht. De SDN was meteen bereid Hermans smaakorgaan te couperen. De overige vier treffers waren columns die ik schreef voor de Geassocieerde Pers Diensten en die zonder toestemming waren overgeschreven uit diverse kranten en opgenomen op de sites van min of meer respectabele organisaties. Na de tijd en moeite die de Stichting Pel had gekost liet ik het maar zitten.

Columnisten zijn op dit moment in een strijd met uitgevers verwikkeld over het honorarium voor het hergebruik van teksten. Als links en rechts stukjes uit de krant worden overgeschreven en gratis op een site gezet versterkt dat natuurlijk niet de positie van de freelancer.

Propaganda, smaad, diefstal, alles bij elkaar stond ik ervan te kijken hoeveel er op het web mag dat elders verboden is en hoe weinig je er tegen kunt doen. De fans vinden dat juist het mooie ervan. Het doet denken aan het extreme laisser-faire uit de begindagen van het kapitalisme, maar vrij gauw zijn er toen toch regels gemaakt om de betrouwbaarheid te bevorderen. Dat zal op het web ook moeten gebeuren, al moet ik toegeven dat het zelfs in deze brutale vorm een prachtig medium is.