Beleggers zijn nog steeds hopeloos ouderwets

Alle klachten van het establishment ten spijt over de jonge honden met hun Internet-bedrijven die de beurs onveilig maken, zal datzelfde establishment de deuren van zijn gerenommeerde instituties moeten openzetten voor de provo's van de nieuwe tijd, meent Menno Tamminga.

President Wellink van De Nederlandsche Bank waarschuwt tegen buitensporige aandelenkoersen voor Internet-bedrijven. ABN Amro-topman Kalff ventileert vergelijkbare zorgen. Wat gebeurt?

Afgelopen vrijdag stortte de koers in van uitgever Wolters Kluwer, een van de paradepaardjes van de Oude Economie. De bestuursvoorzitter moet weg na een conflict over het investeringstempo in Internet-uitgeven en de winstgroei is de komende twee jaar nul.

Wolters Kluwer is de zoveelste grote naam uit het Nederlandse bedrijfsleven die wordt gedeklasseerd door de beleggers op de financiële markten. Handelshuis Hagemeyer, kopieerapparatenproducent Océ, softwareleverancier Baan, supermarktketen Ahold, voedings- en verzorgingsbedrijf Unilever, uitgever Reed Elsevier, financiële concerns als ABN Amro en ING, in mindere mate ook Aegon.

De (vermeende) gevolgen van Internet spelen een rol bij de val van sommige: zij reageren te laat, of te traag, of de beleggers vrezen gewoon de aanhoudende onzekerheid voor de bedrijfsvoering die gepaard gaat met de Internet-revolutie. Bij andere beursdrama's hangt de afrekening samen met verwaarlozing van de investeringen. En dat is weer het gevolg van eendimensionaal denken: alles draait om groei van de winst per aandeel om beleggers maar tevreden te houden. Bij enkele bedrijven spelen zelfs beide factoren. Zo goed zijn de managers van het poldermodel nu ook weer niet.

De ondernemers reageren met de kenmerkende reflexen op de ingezakte beurskoersen: bedrijven verkopen die niet tot het kernbedrijf worden gerekend of te weinig rendement maken, saneren, reorganiseren. Unilever heeft zelfs een directeur gevraagd de zeventig jaar oude Brits-Nederlandse organisatiestructuur met twee hoofdkantoren maar eens onder de loep te nemen.

Al maken de meeste van hen fantastische winsten, sommige zelfs op recordhoogte, zij zijn niet tevreden. Hun beurskoers ligt in de kreukels, en die beurskoers is cruciaal om grote nieuwe overnames te financieren (door zelf aandelen uit te geven) en als aanvulling op het salaris (door uitoefening van eigen aandelenopties). Bovendien beschouwt menig manager ,,zijn'' beurskoers als een rapportcijfer: hoe hoger de koers, hoe beter hij het doet.

Net als politici die laag scoren in opiniepeilingen, denken veel ondernemers dat de financiële markten hun boodschap niet begrijpen en dat zij daarom beter moeten communiceren. De misvatting is dat de financiële markten op het ogenblik helemaal niet geïnteresseerd zijn in hun boodschap, hoe briljant die ook wordt gecommuniceerd.

De beleggers op de financiële markten zijn al geruime tijd in de ban van de angst: de angst dat hun prestaties achterblijven bij de relevante beursgraadmeters, zoals de AEX beursindex, of de Dow Jones. Zij groeperen hun aandelenbeleggingen rondom de samenstelling van deze graadmeters, zodat zij niet snel betrapt kunnen worden op negatieve afwijkingen. Waarom doen de professionele beleggers dat? Zij staan onder toenemende druk van hún financiële participanten, of dat nu werkgevers zijn die naar het rendement kijken van pensioenregelingen, of aandeelhouders in beleggingsfondsen. Doordat de prestaties van vermogensbeheerders en beleggingen steeds transparanter worden, neemt de druk toe om resultaten op korte termijn te behalen.

Zolang grote namen als Wolters Kluwer en Unilever de kern van de beursgraadmeters vormden, was er voor de managers van die bedrijven geen wolkje aan de lucht. Beleggers kozen voor kwaliteit en winstgroei per aandeel en de beurskoers steeg vanzelf mee. De koersexplosie van (veelal verliesgevende) technologie- en Internet-bedrijven heeft die strategie echter illusoir gemaakt. De rendementen in deze sectoren zijn zo extreem dat geen belegger ze kan negeren. Doe de Oude Economie de deur uit, om te beginnen de aandelen van gevestigde namen die gemakkelijk op financiële markten te verhandelen zijn, en koop technologische en Internet-bedrijven. Gevolg: deze fondsen dringen rap door tot de beursgraadmeters, waarna opnieuw tientallen miljarden beleggingsgeld er achteraan gaan en de winnaars nog harder omhooggaan.

Het zou allemaal geen bezwaren oproepen, als beleggers op financiële markten inderdaad over de hun in de theorie toegedichte rationaliteit en voorspellende gave zouden beschikken die voortkomen uit de beschikbaarheid van alle relevante informatie. Op wat langere termijn kunnen zij dat wel waarmaken, op korte termijn slaan zij de plank geregeld mis. Kuddegeest is een kenmerkender eigenschap voor de financiële beheerders dan denkkracht.

Uiterst winstgevende bedrijven blijven reorganiseren om maar efficiënter te worden en bij beleggers in het gevlei te komen, maar die beleggers zijn alleen maar geïnteresseerd in bedrijven die op de beurs winnen. Niet in winst. Althans, nog niet. Dat is nu de perverse logica van het bijna manische financieel kapitalisme, dat de drijvende kracht is geworden van het economisch leven.

Of de Nieuwe Economie echt bestaat en de voordelen heeft die de aanhangers verwachten, is al bijna alleen maar uit academisch oogpunt relevant. Het is een omwenteling en generatieconflict tezamen, net als in de jaren zestig. Toen was de straat het toneel van actie, nu zijn dat de financiële markten. Toen moest de verbeelding via de stembus aan de macht komen, nu loopt de stemming via een beursorderlijn. Geradicaliseerde ontevredenheid zocht zijn uitweg in terrorisme, nu leg je als hacker een website plat. Het establishment, van Wellink tot Kalff, klaagt over de provo's met hun hoge beurskoersen, maar zal de deuren van de oude instituties toch openzetten. Wie van de twee vraagt oprichter Brink van World Online als eerste voor zijn raad van commissarissen?

Menno Tamminga is redacteur van NRC Handelsblad.