Zweeftrein 2

De krant bevat dezer dagen veel berichten over de tussen de Randstad en het noorden van het land te bouwen magneetzweeftrein. Minister Netelenbos en werkgeversvoorzitter Schraven zien er veel in, het kabinet wil wel een hogesnelheidsverbinding maar laat de keuze tussen de zweeftrein of een klassieke trein op wielen nog open. Dertig jaar geleden speelde zich rond de Schiphollijn een vergelijkbare discussie af.

De klassieke railtechniek op wielen heeft sinds die tijd enorme vooruitgang geboekt: TGV, HSL, Thalys en ook een Duitse variant. Voor snelheid hoef je niet meer naar de zweeftrein, althans niet voor de toch altijd nog kleine afstanden waarover het in de discussie gaat. Comfort hoeft daar dus niet meer voor te worden opgeofferd. De inpasbaarheid in het bestaande net maakt – net als op de Schiphollijn – frequente verbindingen in alle richtingen mogelijk. Hoogstens zou je aan de techniek van de zweeftrein kunnen denken voor relaties op flinke afstand met grote stedelijke gebieden (Frankfurt, München, Parijs, Londen). Die liggen overal om ons heen, maar nu juist niet in de richting van Groningen. Je kan er in die relaties – waar overigens al klassieke hogesnelheidstreinen rijden of gaan rijden – reizigers mee uit het vliegtuig halen, maar de discussie in ons land gaat over forensen en auto's. De zweeftrein voor binnenlands vervoer is leuk om van te dromen, maar met het oog op de integratie in het dichte spoorwegnet in eigen land en vlak daarbuiten verdient de inmiddels zo sterk verbeterde klassieke trein verre de voorkeur. Het gaat tenslotte om een middel voor massatransport en niet om een kermisattractie.