VS verlengen hun sancties tegen Iran

De Amerikaanse president Bill Clinton heeft gisteren het in 1995 tegen Iran afgekondigde sanctieregime verlengd.

De sancties, in het bijzonder een verbod op Amerikaanse contracten met de Iraanse olie-industrie, zouden morgen aflopen. Minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright onderstreepte echter tegelijk dat ,,we zeer geïnteresseerd blijven in wat er (in Iran) aan de gang is''.

Een zegsman op haar ministerie voegde eraan toe dat er nog wel degelijk wordt gedacht over een ,,geëigend antwoord'' op de de verkiezingsoverwinning voor de Iraanse hervormers in de parlementsverkiezingen van vorige maand. De Iraanse staatsradio heeft de maatregel echter veroordeeld als ,,nieuw bewijs van de vijandigheid van de Amerikaanse leiders ten opzichte van Iran''.

Clinton herhaalde in een verklaring aan het Amerikaanse Congres de gebruikelijke Amerikaanse bezwaren tegen de Islamitische Republiek. Hij veroordeelde de ,,steun voor internationaal terrorisme'', evenals ,,pogingen het vredesproces in het Midden-Oosten te ondermijnen'' en de ,,verwerving van massa-vernietigingswapens''. Iran, aldus Clinton, ,,blijft de nationale veiligheid, de buitenlandse politiek en de economie van de Verenigde Staten bedreigen''.

De sancties van 1995 beoogden een eind te maken aan alle Amerikaanse export naar Iran en investeringen in de olie-industrie. In 1996 besloot het Congres daarnaast alle buitenlandse bedrijven te straffen die voor meer dan 40 miljoen dollar in de Iraanse oliesector investeren.

De relaties tussen Iran en de VS zitten in de diepvries sinds de bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran in 1979-'80. Maar sinds in 1997 de hervormingsgezinde Mohammad Khatami als president van Iran werd gekozen, is een zeer voorzichtige toenadering op gang gekomen. Deze bestaat tot dusverre voornamelijk uit uitwisselingen op diverse gebieden, van sport tot en met toerisme. De VS hebben Iran bij herhaling voorgesteld officiële onderhandelingen te beginnen om de struikelblokken voor normalisering uit de weg te ruimen. Maar de Iraanse regering eist dat Washington eerst een concreet gebaar maakt – zoals bij voorbeeld intrekking van de sancties of het vrijgeven van bevoren Iraanse miljardentegoeden.

Vorige week liet een Amerikaanse regeringsfunctionaris doorschemeren dat als reactie op de overwinning van de hervormers in de eerste ronde van de verkiezingen wordt gedacht aan een maatregel als intrekking van het uit 1979 stammende verbod op de invoer van Iraanse pistachenoten, kaviaar en tapijten, de belangrijkste Iraanse exportproducten na olie. Dit bericht werd verwelkomd door de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, Kharrazi.

In Iran worden de ontwikkelingen in Washington met de grootste belangstelling gevolgd. De tijd dat Amerika de Grote Satan was en praten over normalisering van de betrekkingen taboe was, is nu wel voorbij. Zowel onder de gewone bevolking als in leidende kringen ziet men herstel van de relaties met de VS als noodzakelijk om de slechte economische situatie te verbeteren. Europese investeringen zijn daarvoor niet voldoende. Maar eveneens in brede lagen van de bevolking wordt een Amerikaans gebaar van toenadering als essentieel gezien.