Universiteit via Internet lijkt nog ver weg

Het bestuur van de Open Universiteit in Heerlen bezint zich op de toekomst. Internet en bezuinigingen zaaien verdeeldheid.

Internet is het sleutelwoord voor de toekomst van de Open Universiteit (OU). Althans dat vindt bestuursvoorzitter C. Datema. De OU moet een `digitale universiteit' worden, gespecialiseerd in het studeren via de computer en het ontwerpen van digitaal afstandsonderwijs. Datema: ,,Tenslotte hebben wij op dat gebied veel expertise en daar kunnen andere onderwijsinstellingen weer gebruik van maken.''

Er zijn nauwelijks mensen binnen de OU te vinden die niet voor het Internet een belangrijke rol zien weggelegd. De cursussen worden immers voor een deel al via cyberspace aangeboden. Maar, zegt decaan cultuurwetenschappen L.Wessels, ,,dat kan op verschillende manieren. Voorop moet staan dat de OU de technologie als middel gebruikt voor innovatief onderwijs en niet als doel op zich. Hoe die Internet-universiteit eruit gaat zien, blijft mij onduidelijk.''

Wessels is niet de enige die vragen heeft over de koers van de Heerlense instelling. ,,We zouden zo graag meedenken'', zegt de voorzitter van de studentenraad J.van Ditmarsch. ,,Maar dat kan niet, want niemand weet iets. Ook de ondernemingsraad, de docenten en andere betrokkenen niet. Ik zet bijvoorbeeld grote vraagtekens bij die Internet-universiteit. Ik kan nu nog niet eens de studiegids of mijn eigen cijfers downloaden. Dat vind ik niet direct getuigen van een enorme technologische voorsprong.''

Als kreet mag het Internet dan een vanzelfsprekendheid zijn, als beschrijving van de toekomstige inrichting van de universiteit is het dus nog uiterst vaag. Maar de OU moet zich wel bezighouden met nieuwe plannen, gezien de ingrijpende bezuinigingsplannen die minister Hermans (Onderwijs) vorig jaar aankondigde. Vijftien miljoen gulden per jaar zou de OU moeten bezuinigen op een budget van 75 miljoen gulden. Het is een reactie op het teruggelopen aantal studenten, met name van de zogeheten `tweedekansers' waarvoor de OU aanvankelijk bedoeld was. Van de 23.000 studenten is nog maar veertig procent tweedekanser. De minister gaf het bestuur de opdracht zich te bezinnen op de toekomst en de verschillende mogelijkheden te beschrijven.

Twee opties noemde Hermans met name: de opleidingen van de OU onderbrengen bij een andere universiteit, waarbij de Universiteit Maastricht (UM) als fusiepartner het meest voor de hand ligt. Het restant van de OU zou dan worden omgevormd tot een apart expertisecentrum voor onderwijs. Of een zelfstandig voortbestaan van de OU als commerciële aanbieder van `afstandsonderwijs'.

Datema heeft zijn voorkeur voor een zelfstandig bestaan van de OU nooit verbloemd. Een groep van vijftig medewerkers, waaronder verscheidene hoogleraren, stelden echter al in oktober vorig jaar een gedetailleerd plan op voor de `twee-onder-een-dak variant', een pleidooi voor een `krachtige samenwerking' van de OU met Maastricht. Binnen de OU werd dit voorstel breed gesteund. Bestuursvoorzitter Datema nam het niet serieus, zo luidde de kritiek.

,,Dat leek, en lijkt ons nog steeds, een heel aantrekkelijke optie'', zegt hoogleraar bestuurskunde A. Korsten, mede-opsteller van het stuk, over de samenwerking met Maastricht ,,Natuurlijk zijn we ook bereid over andere varianten te praten, ook over een Internet-universiteit. Maar dat kan niet, want er staat niets op papier.''

Wel overviel Datema vorige maand op een besloten bijeenkomst het personeel met een `tussenbalans' van zíjn inventarisatie. Hij presenteerde slechts één optie: een digitale universiteit. De gevolgen schetste hij ook: vier van de acht opleidingen worden opgeheven, tussen de 80 tot 200 arbeidsplaatsen verdwijnen en 13 van de 18 studiecentra worden gesloten.

Na dat pleidooi lieten verscheidene hoogleraren, docenten, medewerkers en studenten hun enigszins afwachtende houding varen. Studenten die de `Datema-variant' in de krant lazen, deden woedend een persbericht uitgaan: `Onzekerheid over de toekomst van 23.000 studenten.' De Ondernemingsraad schortte het overleg met het college van bestuur op, omdat ,,een studie van andere mogelijke varianten volledig ontbreekt''. Limburgse politici liepen tegen het plan te hoop wegens het drastische verlies aan werkgelegenheid.

Decaan Wessels zond Datema daarop per e-mail een cri du coeur die inmiddels door de hele OU circuleert. Hij sprak daarin namens zijn faculteit zijn zorg uit over de `kwaliteit van het bestuurlijke proces' en over het voortbestaan van de OU in de huidige vorm en die van zijn faculteit in het bijzonder. ,,We zijn vooral boos en verdrietig (...) omdat iets dat wij allen als waardevol ervaren en waarop wij trots zijn, in korte tijd lijkt te worden afgebroken.''

Datema vindt de commotie ,,overdreven''. Maar door alle commotie wordt hij gedwongen niet meer alleen met zijn voorgestelde Internet-universiteit te schermen. De druk om ook andere varianten serieus te onderzoeken – in feite de opdracht van de minister – is te groot geworden. Ook bestuursvoorzitter Dittrich van de Maastrichtse universiteit liet weten verbaasd te zijn over de plannen van Datema en vooral over de consequenties daarvan. Hij is altijd een voorstander geweest van samenwerking.

Het personeel duimt nu voor een chique oplossing met Maastricht. ,,Het is afwachten wat Datema in zijn schild voert'', zegt studentenraadvoorzitter Ditmarsch. ,.,Datema is geen man om van zijn ideeën af te wijken.''