Raketdefensie verdeelt Europa en VS

Europa moet zich niet tegen beter weten in neerleggen bij het Amerikaanse plan voor een verdedigingssysteem tegen mogelijke raketaanvallen door landen als Noord-Korea en Iran, vinden Kees Homan en Bert Kreemers.

Brede zorgen, ook bij de Nederlandse regering. Zo reageerde minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken onlangs op het Amerikaanse plan voor een verdedigingssysteem tegen langeafstandsraketten van landen als Noord-Korea en Iran. Die zorgen betroffen niet zozeer de bedreiging uit deze zogeheten schurkenlanden, als wel de voorgestelde verdediging daartegen. Van Aartsen staat, zeker in Europa, niet alleen en een nieuwe botsing tussen Europa en de Verenigde Staten lijkt een kwestie van tijd. Twistappel is de plaatsing in 2005 van honderd onderscheppingsraketten in Alaska met de bedoeling chantage met massavernietigingswapens door de schurkenstaten te voorkomen.

De beslissing tot invoering van het verdedigingssysteem National Missile Defense (NMD), moet deze zomer vallen. Dan buigt president Clinton zich over vier vragen. Vooropstaat de vraag of er inderdaad sprake is van een epidemische verspreiding van massavernietigingswapens onder landen als Noord-Korea en Iran. De Amerikaanse inlichtingendiensten maken er geen geheim van deze landen te verdenken van het ontwikkelen van intercontinentale raketten waarmee Amerikaans grondgebied met chemische, biologische en nucleaire wapens kan worden bedreigd. Deze verdenkingen zijn echter niet stevig gebaseerd op feitelijke waarnemingen. In een openbaar gemaakt rapport van de Amerikaanse inlichtingendiensten ontbreken harde feiten en voeren verwachtingen de boventoon. De lauwe reacties uit een aantal Europese hoofdsteden op het Amerikaanse feitenmateriaal doen vermoeden dat de geclassificeerde versie van dit rapport niet overtuigender is.

De tweede vraag betreft de technische haalbaarheid. In april wordt het systeem getest. Twee eerdere proeven hadden niet het gewenste resultaat. Absolute zekerheid over een feilloos afweersysteem bestaat niet. De mogelijkheden om een grotendeels feilloos systeem te omzeilen zijn bovendien vrij gemakkelijk uitvoerbaar. In plaats van intercontinentale raketten kunnen schurkenstaten vanaf schepen of onderzeeboten af te vuren kruisvluchtwapens of raketten met een korte vluchttijd en kortere baan ontwikkelen waardoor ze niet of te laat worden waargenomen. Als landen als Noord-Korea en Iran massavernietigingswapens willen inzetten in de Verenigde Staten, kunnen ze ook worden binnengesmokkeld. Ten slotte is het mogelijk intercontinentale raketten met verschillende ladingen – echte en nepladingen – uit te rusten. Een beperkt verdedigingssysteem raakt daardoor verzadigd.

Sinds de Verenigde Staten in 1983 onderzoek op dit gebied een nieuwe impuls gaven, is meer dan zestig miljard dollar uitgegeven. Het NMD-systeem zal in eerste aanleg nog eens minstens twaalf tot vijftien miljard dollar kosten. De derde vraag die president Clinton deze zomer moet beantwoorden is of dit goed bestede dollars zijn. Het antwoord is dat het voor de tegenstander goedkoper is effectieve tegenmaatregelen te nemen dan het Amerikaanse afweersysteem voortdurend te perfectioneren. Het is een wapenwedloop die nooit kan worden gewonnen.

De vierde vraag van de Verenigde Staten betreft de mening van hun bondgenoten en van Rusland. Met Rusland zijn de afgelopen jaren gesprekken gevoerd over aanpassingen van het in 1972 gesloten ABM-verdrag, dat de invoering van zulke verdedigingssystemen tegen raketten aan banden legt. Tot nu toe weigert Rusland dit verdrag zo te veranderen dat het thans voorziene Amerikaanse verdedigingssysteem kan worden ingevoerd. Achter deze weigerachtigheid schuilt ongetwijfeld de vrees dat de Verenigde Staten het niet zullen laten bij een verdedigingssysteem dat in zijn huidige opzet slechts een beperkt aantal raketten moet kunnen uitschakelen. De beslissing waar Clinton nu voor staat is een beperkt systeem én – als aanpassing niet kan – zelfs opzegging van het ABM-verdrag. Een beperkt systeem zal overigens in de ogen van veel Amerikanen niet ver genoeg gaan. Ook de volgende president krijgt te maken met het in de Verenigde Staten diep gewortelde verlangen naar onkwetsbaarheid. Dat wordt in Moskou beseft en tegelijkertijd gevreesd. Een uitgebreid Amerikaans verdedigingssysteem vermindert de geloofwaardigheid van het aftakelende Russische strategische kernwapenarsenaal. Zo gaat het laatste symbool van de supermachtstatus van Rusland verloren.

Het is niet wenselijk dat de VS hun droom van onkwetsbaarheid willen verwezenlijken zonder verder acht te slaan op hun veiligheidsrelatie met Rusland. Het is meer in het Amerikaanse en ook in het Europese belang te kiezen voor samenwerking met Rusland bij het tegengaan van de verspreiding van massavernietigingswapens. Afspraken over een verdere vermindering van de strategische kernbewapening, hulp bij de ontmanteling van het Russische nucleaire arsenaal, onderlinge afspraken over de reikwijdte van het ABM-verdrag en zeker geen ondermijning van overeengekomen beperkingen zijn hiervoor onmisbaar. Dat moet het antwoord zijn dat de Europese landen aan Washington geven. Tegelijkertijd moet duidelijkheid komen over de aard en de omvang van de dreiging. Pas dan kan in Europa antwoord worden gegeven op de vraag of de invoering van een afweersysteem nodig is en of Europa aan een dergelijk plan moet meedoen.

Als Europa op dit punt tegemoetkomt aan de Amerikaanse verlangens, rijst de vraag hoe kostbare uitgaven voor een Europese pendant van National Missile Defense te rijmen zijn met de versterking van de West-Europese defensiesamenwerking, een andere, kostbare prioriteit waarop de Verenigde Staten voortdurend hameren. Even prangend is de vraag hoe Europa zich zal voelen in een situatie waarin de Verenigde Staten zich proberen te beschermen tegen raketten die ook een groot deel van het grondgebied van hun onbeschermde Europese bondgenoten kunnen bedreigen. Zo'n situatie is niet bevorderlijk voor de samenhang en samenwerking binnen het NAVO-bondgenootschap.

Opvallend en verontrustend is dat in Europa, en ook in Nederland, de mogelijke gevolgen van National Missile Defense tot nu toe weinig aandacht hebben gekregen. Deze onverschilligheid kan in Washington gemakkelijk worden uitgelegd als onbezorgdheid en in feite instemming. Die indruk moet door een heldere stellingname worden weggenomen. Ook als dat een nieuwe dreigende splijtzwam tussen de Verenigde Staten en Europa zou betekenen. In ieder geval moet worden voorkomen dat Europa zich louter omwille van een goede verstandhouding met de Verenigde Staten tegen beter weten in neerlegt bij de invoering van National Missile Defense. Juist op een moment dat Europa op veiligheids- en defensiegebied een nieuw zelfbewustzijn tentoonspreidt, moet het niet blijven bij het zachtjes uitspreken van brede zorgen.

Kees Homan en Bert Kreemers zijn verbonden aan het Instituut Clingendael.

Europa moet niet bang zijn voor nieuwe splijtzwam

Amerikaans bewijsmateriaal niet overtuigend