Racistische uitingen stimuleren Van Gobbel

Voor elke wedstrijd prevelt Feyenoorder Ulrich van Gobbel een schietgebedje. Uit vrees voor blessures. Een vraaggesprek over God, racisme en agressie.

Het zou Ulrich van Gobbel niet verbazen als Feyenoord-Chelsea vanavond een harde wedstrijd wordt. De belangen zijn hoog opgeschroefd. Een vast ritueel zal dan ook zeker niet worden overgeslagen. Na de warming-up dirigeert trainer Beenhakker zoals gewoonlijk zijn spelers weer de kleedkamer in. Dan geeft hij de laatste tactische instructies. Vervolgens krijgen de spelers die daar behoefte aan hebben, nog vijf minuten de tijd om zich af te zonderen. Van Gobbel, Konterman, Paauwe en Gyan gaan dan in gebed.

,,Ik zoek de doucheruimte op en bid tot God'', vertelt rechtsback Van Gobbel. ,,Zo concentreer ik me ook op de wedstrijd. Bij mijn werk als verdediger is concentratie heel belangrijk. Ik vraag God niet of hij me goed laat spelen. Ik bid voornamelijk om geen letsels of blessures te krijgen.''

Toch belijdt hij geen godsdienst. Vroeger gingen ze thuis in Lichtenvoorde wel eens op zondag naar de kerk. Daar ging hij voor het eerst in gesprek met God. Nu zou hij een speciale reden kunnen hebben met zijn verzoek om gevrijwaard te blijven van blessures. Sinds vorig jaar weet Van Gobbel, op het oog robuust en oersterk, wat pijnlijden is. Er werd een slijtage aan zijn linkerheup geconstateerd. Met revalidatie en krachttraining wist hij de spieren in zijn lies zo aan te sterken dat de heup nu wordt ontzien. ,,Ik heb ontzettend veel pijn gehad. Ik vreesde voor het einde van mijn loopbaan. Ik trainde 's morgens met het team, ging dan het krachthonk in, dan slapen en weer met gewichten aan de slag. 's Avonds om negen uur kwam ik thuis. Nu ben ik nog altijd een half uur per dag in het krachthonk te vinden. En dat werpt zijn vruchten af. Voorlopig heb ik nergens meer last van. Als de pijn terugkeert kunnen we optie twee proberen. Dan moet in mijn heup een balletje worden weggehaald.''

Van Gobbel zal er volgens de artsen geen blijvende gevolgen aan overhouden. Hij kan nog jaren blijven voetballen als hij dat wil. Pas 29 jaar is de in Paramaribo geboren voetballer. Vanaf het moment dat hij van Willem II naar Feyenoord ging, speelde hij zes jaar in De Kuip. Na omzwervingen in Turkije (Galatasaray) en Engeland (Southampton) haalde Feyenoord de snelle verdediger twee jaar geleden terug. In Rotterdam-Zuid staat hij na dit seizoen nog een voetbaljaar onder contract. Feyenoord heeft hem nog geen verlenging van zijn verbintenis aangeboden. ,,Ik heb geen haast'', zegt hij. ,,Feyenoord is mijn club. Maar ik zou ooit terugwillen naar Engeland om dan bij een betere club te spelen dan Southampton. De sfeer in de Premier League vind ik toch heel bijzonder.''

In Engeland is hij nooit geconfronteerd met racisme. De oerwoudgeluiden in Rome vanaf de tribunes bij Lazio liggen bij hem nog vers in het geheugen. Clarence Seedorf werd er afgelopen weekeinde met Internazionale in hetzelfde stadion ook mee geconfronteerd. ,,Het schijnt momenteel mode te zijn. Een tijdje was het minder, nu steekt het weer de kop op. Vooral in landen als Italië en Spanje. In Nederland hoor ik het zelden. Ik heb het alleen een keer meegemaakt bij Den Bosch. In Engeland gebeurt het niet omdat het respect voor de voetballer in het algemeen erg groot is. Bovendien bestaat daar een grote black community.''

Van Gobbel put juist extra kracht uit racistische uitingen vanaf de tribunes. ,,Als ik het hoor word ik extra gemotiveerd. Zoals in Rome. Toen ik mijn directe tegenstander Boksic een paar ballen afhandig maakte, werden de oerwoudgeluiden minder. Het publiek begon na een tijdje Boksic uit te fluiten. Die racistische geluiden zijn vreselijk irritant. Toch lijkt het me niet verstandig van het veld te stappen. Dan geef je het verschijnsel juist veel aandacht. Je moet het doodzwijgen, zeker geen aandacht geven op tv. Dat zou ik Seedorf in Italië ook adviseren.''

Van Gobbel is niet de afschrikwekkende figuur die hij in het veld doorgaans uitstraalt. Wie tegenover hem zit praat met een zachtaardig persoon. In de wedstrijd maakt hij gebruik van zijn snelheid en fysieke kracht. Hij heeft de laatste jaren weinig grove overtredingen nodig. In de Champions League staat er in totaal slechts één gele kaart achter zijn naam. ,,Ik intimideer mijn directe tegenstander nooit. Ik probeer vanaf de aftrap snel en agressief te spelen. Dan gaat mijn opponent vanzelf vaker kaatsen als hij de bal heeft.''

Hij kan heel goede wedstrijden afwisselen met knullige afwisselen. Tegen Lazio speelde Van Gobbel twee keer vrijwel foutloos, in het competitieduel met Den Bosch was hij zaterdag al na tien minuten rijp om gewisseld te worden. ,,Ik speelde inderdaad verschrikkelijk slecht. Drie, vier foute passes al meteen in het begin. Het liep gewoon niet. Ik heb er geen echte verklaring voor.''

Het is zijn eer te na om de bal af en toe eens breed te spelen. ,,Dat accepteert het publiek hoogstens tegen teams als Lazio. Tegen Den Bosch moet je risico's durven nemen. Het is voor mij ook belangrijk hoe de ploeggenoten die je wilt aanspelen staan opgesteld. Kees van Wonderen heeft mij verteld dat in het Nederlands elftal de rechtsback nooit een pass geeft op de rechtsbuiten. Omdat die meestal geen kant opkan. De bal moet naar de centrumspits. Daar zit wel wat in, denk ik.''

De achtvoudige ex-international, die na het WK in 1994 (Verenigde Staten) alleen nog werd opgeroepen voor een interland tegen Noorwegen, speelt het liefst in het centrum van de defensie. ,,Daar is de bewegingsvrijheid groter en heb je meer afspeelmogelijkheden.'' Tegen Chelsea zal hij echter zoals gebruikelijk rechtsback spelen, waarschijnlijk als bewaker van de Uruguayaan Poyet. ,,Dit wordt voor ons een van de belangrijkste wedstrijden van het seizoen'', beseft Van Gobbel. ,,Na de wanvertoning in Londen (3-1, red.) willen we wat goedmaken.''