Rabo-top eist meer van bank en klant

Sinds de komst van Hans Smits waait er een frisse wind in de coöperatieve Rabo-familie. Hij eist hogere prestaties, van medewerker en van klant.

De Rabobank is trots op haar beminnelijke imago. Er is meer tussen hemel en aarde dan alleen maar geld verdienen, zo laat de coöperatieve (en dus niet beursgenoteerde) bank al jaren weten. Ook gisteren, bij de presentatie van de jaarcijfers, verkondigde bestuursvoorzitter Hans Smits in één van zijn eerste zinnen dat de winst nu eenmaal niet allesbepalend is. Van de drie kompassen waarop de Rabobank vaart noemde hij niet voor niets de klanten en de medewerkers als eerste en tweede. Pas in derde instantie kwamen de cijfers om de hoek kijken: niet in de vorm van platte winst, maar gekarakteriseerd als `financiële stabiliteit'.

Toch is het de vraag of het verschil met de andere banken in de praktijk nog zo groot. Want nieuwkomer Smits geeft zelf al toe de lat hoog te zullen leggen. ,,Jeugdige overmoed'', had zijn voorganger Herman Wijffels vorige week nog geglimlacht, toen hij van de nieuwe winstdoelstellingen (minimaal 10 procent groei, in plaats van 8) van de Rabobank hoorde.

En een hogere winst kan maar één ding betekenen: snijden in de kosten. Want net als de andere banken in Nederland ziet ook de Rabobank de kosten harder stijgen dan de baten, onder meer als gevolg van de overspannen arbeidsmarkt en investeringen in automatisering. Dus worden het aantal Nederlandse vestigingen en de bezetting op het hoofdkantoor nog eens onder de loep genomen. Dat is bij ABN Amro, Fortis en ING niet anders. En daar is de winst nog heel wat harder gegroeid dan bij de Rabobank. ,,Het aantal kantoren neemt echter niet af'', zo verklaarde Smits. Wel zal het aantal grote Rabokantoren afnemen. Mede door niet of nauwelijks bemande transactieplaatsen en mobiele kantoren neemt in elk geval het aantal medewerkers af.

Een kritische blik op de kosten is extra noodzakelijk door de winststagnatie bij de lokale Rabobanken. Dankzij het floreren van Robeco (vermogensbeheer), Interpolis (verzekeringen) en Rabo International, waar na hard ingrijpen en forse voorzieningen weer goede resultaten worden geboekt, kan Smits in zijn eerste jaar nog een winstgroei van 9 procent (tot 1,02 miljard euro) laten zien. Maar bijna 60 procent van het totale resultaat wordt bij de lokale vestigingen behaald, dus moet ook daar de winst omhoog om – ,,keer op keer'' – dubbele groeicijfers te tonen. Om die groei te realiseren wil Smits de komende drie jaar de kosten met minimaal 15 procent terugschroeven.

Die hoge winstdoelstellingen staan niet los van de plannen van Smits om een deel van de klanten ook lid van de bank te maken. De toekomstige leden moeten, net als elders aandeelhouders, voor vermogen zorgen – en dat gaat nu eenmaal gemakkelijker bij een florerende bank. Die ledenwerving is van cruciaal belang voor het beleid van Smits: de komst van de externe vermogenverschaffers is een mooie aanleiding om de transparantie van de bank te vergroten. Dat gebeurt ook op lokaal niveau, waar leden meer zeggenschap zullen krijgen.

Niet zonder trots merkte de nieuwe topman gisteren op dat alle vestigingen (,,misschien op twee na'') daartoe de statuten inmiddels hebben gewijzigd. Smits' inzet is dat in 2003 20 procent van de 7 miljoen klanten lid zal zijn van de coöperatieve familie, terwijl dat aantal nu op een half miljoen ligt.

En Smits heeft nog een argument om te lat hoog te leggen: vanaf het begin heeft hij de mogelijkheid geopperd om dochterbedrijven (zoals Interpolis of het leasebedrijf Lage Landen) naar de beurs te brengen of in elk geval voor externe aandeelhouders open te stellen. Op die manier tracht de Rabobank het nadeel van haar coöperatieve structuur (met een beperkte financiële armslag) te beperken. Verder beleefde de Rabobank eind vorig jaar de primeur door haar vermogen te versterken via de uitgifte van preferente aandelen.

Het nieuwe beleid van Smits heeft niet alleen gevolgen voor de ruim 400 lidbanken en hun medewerkers. Ook de klanten voelen een nieuwe wind waaien. Smits maakte gisteren bekend dat klanten meer producten moeten afnemen. In drie jaar dient 60 procent van de cliënten minimaal drie producten (beleggingsfondsen, hypotheken of verzekeringen) van hun lokale Rabobank af te nemen en dat is bijna de helft meer dan nu het geval is. Maar het gaat om een goed doel: de financiële stabiliteit van het concern.