Peper stapt op om `door te vechten'

Minister Peper van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is gisteren afgetreden. Hij wil de handen vrij hebben om het rapport over zijn declaratiegedrag als burgemeester van Rotterdam te bestrijden.

,,Ik kan geen vechtjas zijn terwijl ik tegelijkertijd minister van Binnenlandse Zaken ben'', zo verklaarde de 60-jarige Peper (PvdA) gistermiddag op een persconferentie.

Na overleg met premier Kok diende Peper gisterochtend zijn ontslag in bij de koningin. De premier noemde de beslissing in een verklaring ,,alles afwegende het meest wijze besluit''. Het vertrek van Peper was volgens hem ,,een bittere pil'', het kabinet verliest een minister ,,van kwaliteit en kaliber''.

Peper verklaarde gistermiddag desgevraagd dat de premier geen druk op hem heeft uitgeoefend om op te stappen. Kok zei later dat hij ,,niet heeft geprobeerd Peper van zijn beslissing af te houden''. Volgens Kok heeft Peper ,,zijn eigen finale afweging gemaakt''. Kok zei de analyse van Peper te delen dat op enig moment ,,de oud-burgemeester de minister in de weg kan zitten''.

Algemeen werd verwacht dat Peper zou aanblijven als minister tot de verschijning van het rapport, vrijdag, van de Rotterdamse Commissie tot Onderzoek van de Rekening, die de bestuurskosten van burgemeester en wethouders in de periode 1986-1999 onderzoekt.

Peper heeft de afgelopen maanden de werkwijze van de commissie en de totstandkoming van het rapport fel bestreden. Hij zei gisteren de inhoud van het rapport niet te kennen. Wel had hij ,,boekhoudkundige operaties'' die betrekking hadden op zijn declaratiegedrag onder ogen gehad. Zijn advocaat, J. Mentink, bevestigt dat: ,,Wij hebben alleen het KPMG-rapport gezien voorzover dat betrekking heeft op Peper. Het feitenonderzoek. Meer niet.'' Mentink spreekt van ,,een leugenachtige sfeer die is gecreëerd'', als zou Peper de conclusies van de onderzoekscommissie al kennen en daarom gisteren zijn opgestapt.

Volgens Peper ontstaat er een ,,objectievere'' situatie nu hij zich als oud-minister kan teweerstellen tegen het rapport. Hij zei gaandeweg tot de conclusie te zijn gekomen dat hij als minister van Binnenlandse Zaken niet ,,een conflict met een andere overheid kon aangaan''. Tegelijkertijd zei hij te verwachten dat de kwestie nog heel lang zal doorwerken.

Het ministerschap van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt voorlopig waargenomen door minister Van Boxtel (Grote Steden- en Integratiebeleid).

PvdA-fractieleider Melkert en premier Kok zijn in beraad over de opvolging van Peper. De huidige staatssecretaris van Justitie, Cohen, geldt als een belangrijke kandidaat. Ook de burgemeester van Eindhoven, R. Welschen, wordt gezien als een mogelijke opvolger. Een benoeming wordt niet voor de tweede helft van de week verwacht. Peper neemt ,,met pijn'' afscheid van een ministerschap dat hij ,,met overtuiging, met passie en met vreugde'' had vervuld. Hij wilde niet ingaan op vragen wat hij hierna gaat doen. ,,Ik treed een hele tijd terug uit het openbaar bestuur. Ik ga lezen, ik ga denken, ik ga misschien wel een essay schrijven.''

Vervolg AFTREDEN: pagina 3

Politieke partijen in Den Haag toonden gisteren respect voor de beslissing van Peper. VVD-fractieleider Dijkstal sprak van een persoonlijke tragedie. D66-fractieleider De Graaf benadrukte dat Peper langzamerhand ,,in een onmogelijke positie'' was terechtgekomen. De oppositie had er kritiek op dat Peper de publicatie van het Rotterdamse rapport, dat komende vrijdag verschijnt, niet heeft afgewacht. Ook Pepers oud-collega's Jorritsma (Economische Zaken, VVD) en Korthals (Justitie, eveneens VVD) zeiden dat het tijdstip voor hen onverwacht kwam. ,,Maar ik snap zijn besluit. Hij heeft zich niet kunnen verdedigen'', aldus Jorritsma. Minister Korthals hoorde van Pepers aftreden gisteren in Parijs, waar hij mede namens Peper een akkoord ondertekende over de aanpak van hooligans bij het EK. Ook hij zei verrast te zijn ,,door het moment'' van vertrek.

Op verzoek van de Socialistische Partij zou premier Kok vanmiddag in de Tweede Kamer een toelichting geven op het aftreden van Peper.

Op het stadhuis in Rotterdam is de stemming mismoedig. De bode en de receptionist snakken naar vrijdag, zeggen ze, als het definitieve COR-rapport er is. ,,Dan kan de rust weerkeren.'' De trappen voor het stadhuis waren gisteren zwart van de cameraploegen, ,,alsof er een zwerm bijen was geland''. En ook vandaag nog rinkelt de telefoon onophoudelijk. ,,Het is hier drukker dan op het hoofdbureau van politie.''