Ozawa dringt zich niet op aan Wiener

De Wiener Philharmoniker stellen tijdens een Brahms-Festival in het Amsterdamse Concertgebouw Seiji Ozawa voor als de toekomstige chef-dirigent van de Weense Staatsopera. Hij is vanaf 2002 hun chef als de Weense musici in de bak van de Staatsoper zitten, daarbuiten vormen de Wiener Philharmoniker een zichzelf besturend zelfstandig orkest en zijn zij vrij hun dirigenten te kiezen. Het is dus vooral een aardige geste van de Wiener om Ozawa uit te nodigen voor een tournee, waarbij in Amsterdam uitsluitend Brahmsmuziek klinkt. Gisteravond waren het de symfonieën nrs 3 en 2 (een programma dat Ozawa in 1991 al eens in Amsterdam dirigeerde met het Japanse Saito Kinen Orkest), vanavond de Tragische Ouvertüre, de Haydn-variaties en de Vierde symfonie.

De aanwezigheid van oud-minister Peper op de dag van zijn aftreden leek opmerkelijker dan de entree van Ozawa. Want de Japanner – al 27 jaar chef van het Boston Symphony Orchestra – is een keurig en kundig dirigent maar hij staat niet bekend om een krachtig profiel als interpreet. Hij is als chef van de Weense Staatsopera – van oudsher een van de meest prestigieuze posities in het internationale muziekleven – en als gastdirigent bij de Wiener geen vanzelfsprekende naam in een rijtje als Mahler, Strauss, Walter, Böhm, Karajan, Bernstein, Rattle en Gergjev: dirigenten die de Weense routine negeerden en de Wiener hun wil oplegden.

Het leek gisteravond tijdens de Derde symfonie aanvankelijk zelfs de vraag of Ozawa de Wiener bewoog of dat hij bewoog op de muziek van de Wiener. Zij kunnen die immers dromen: de Brahmsmuziek van gisteravond brachten ze in de jaren 1883 en 1887 zelf in première. De gedachte drong zich op of de Wiener het concert met vrijwel hetzelfde resultaat ook zonder dirigent zouden kunnen spelen. Het is een veronderstelling die voluit werd bevestigd door een Nederlandse dirigent die ik in de pauze sprak. Hij bleek evenmin onder de indruk van Ozawa's interpretatieve kwaliteiten maar had juist een zeer welwillend oog op zijn eigenschap om niet de muziek naar zijn hand te zetten, maar die zichzelf te laten ontplooien.

Al had Ozawa's optreden een marginaal karakter, in het slotdeel van de Derde symfonie leek het er niettemin op dat de enthousiaste Ozawa niet alleen de Wiener krachtig aanvuurde maar zelfs ook de oude Brahms. En de Tweede symfonie was in zijn geheel een robuust toonbeeld van energie en vitaliteit, zij het evenwichtiger dan destijds bij het Saito Kinnen Orkest. Bij de toegiften, een Waltzer en een Galopp die nog over waren van het Nieuwjaarsconcert, toonde Ozawa zich Wienerischer dan Weens: hij danste met overdreven nuffige bewegingen, bij voorkeur op één been, en probeerde ook nog al dirigerend zijn veters te strikken.

Concert: Wiener Philharmoniker o.l.v. Seiji Ozawa. Programma: J. Brahms: symfonieën nrs 2 en 3. Gehoord: 13/3 Concertgebouw Amsterdam.