Onderzoek `afluisteren' van Mink K.

De rechtbank in Amsterdam stelt een onderzoek in naar de gang van zaken tijdens het proces tegen de van drugs- en wapenhandel verdachte Mink K.. Een besloten gedeelte van de zitting was gisteren te volgen via de luidsprekers in de perskamer.

Zo konden journalisten de hele verklaring optekenen uit de mond van de verdachte. K. voerde aan dat hij ten tijde van zijn arrestatie, vorig jaar september, informant was van de Amsterdamse officier van Justitie Teeven. Hij zei er uitdrukkelijk bij dat hij dit in een openbare zitting zou ontkennen.

De verklaring van de verdachte kan op gespannen voet staan met het antwoord dat minister Korthals (Justitie) gaf op Kamervragen over deze zaak. Hij verklaarde in oktober dat de gesprekken die het Amsterdamse parket van het OM met K. voerde, de status hadden van `pre-deal'. Daarvan hoefde de minister naar eigen zeggen formeel niet op de hoogte te worden gebracht.

Rechtbankpresident J. Bartels toonde zich ,,ernstig ontstemd'' door het uitlekken van de als vertrouwelijk bedoelde toelichting van de verdachte. Hij vroeg de aanwezige journalisten ,,terughoudend'' om te gaan met de informatie die aldus is verkregen.

De verdediging, die voor de rechtbank al betoogde dat haar cliënt ten dode is opgeschreven sinds hij in de media met naam en toenaam als informant werd aangeduid, is ,,geschokt''.

Advocaat Van der Plas zei nadrukkelijk niet te geloven in toeval. Ze zei vooraf aan het proces aanwijzingen te hebben gekregen dat ,,bepaalde instellingen'' belangstelling tonen voor wat in het besloten deel van de zitting zou worden gezegd.

Haar cliënt wordt niet alleen met tal van criminele activiteiten in verband gebracht, maar ook met opsporings- en inlichtingenorganisaties in binnen- en buitenland. Zaterdag meldde het NOS-journaal dat K. een medewerker van de Binnenlandse Veiligheidsdienst zou zijn geweest. ,,Dat staat hier buiten'', zei K. gisteren tegenover de rechtbankpresident.

K.'s raadslieden vinden dat het incident moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.