Kruimeltje

Laatst hadden we een kinderpartijtje – naar Kruimeltje dus.

Nou nou, die Kruimeltje die heeft het ook niet cadeau gekregen, zeg. Daar kunnen Oliver Twist en Tiny Tim nog wat van leren! Na vijf minuten zat papa al te huilen. Kruimeltje gepest. Kruimeltje honger. Kruimeltje in het gevang. Kruimels stiefmoeder dood. Kruimels hondje weg. Kruimels huis in de fik – en ik maar in het donker op mijn horloge kijken hoe lang het nog moest duren voordat Kruimel eindelijk hand in hand met zijn echte vader en moeder op de rug gefilmd het beeld uit zou lopen.

Maar gelukkig, even afleiding, want daar gaat de telefoon van mijn buurvrouw. Tudeluut, tudeluut, tudeluut-luut-luut, het lied van Willem Tell. De hele bioscoop hangt vol borden met telefoontjes met strepen erdoor, maar dat had buurvrouw even niet gezien, of gewoon schijt aan, ofzo.

Hallo.

Waar sta je?

Waaro?

In de PC?

Laarsen?

Witte?

O mooi.

Nai, ik zit in de bioscoop, naar Kruimeltje te kaike.

Gaat wel.

Is Sjonnie bij je?

O leuk.

Ook witte?

O mooi.

Nai ik heb nog niets gekocht.

Waaro dan.

Oké, kom er nu aan.

Hebben ze mijn maat ook nog, denk je?

Oké, ik kom er nu aan.

Oké, doei.

,,Ga je maai'', zegt ze tegen haar vriendin. ,,Ik geloof het wel hoor met die Kruimeltje.''

Vriendin zegt niets en pakt met veel gekraak al haar kledingtassen bij elkaar en staat op.

,,Wat voor laarse?'' hoor ik haar bij het weglopen nog vragen.