`Ik word al misselijk als ik die kop zie'

Rotterdammers verdedigen hun ex-burgemeester tegenover buitenstaanders. Maar onderling zijn ze meedogenloos.

Als een buitenstaander aan een willekeurige Rotterdammer vraagt wat hij van Peper vindt, dan zal hij negen van de tien keer stekelig zijn schouders ophalen en in de verdediging schieten. Die paar bonnetjes, moet iedereen daar zo'n ophef over maken? Het is net als met je familie, vat de portier van het Rotterdamse stadhuis het samen. ,,Zelf mag je je moeder een rotwijf vinden, en je vader een schoft, maar buitenstaanders moeten het niet wagen om het te zeggen.'' Een Feyenoorder mag zeggen dat zijn club speelt als een natte krant. ,,Een PSV'er die hetzelfde zegt, kan een ram voor zijn kop krijgen.'' Handen af van Peper. Goed, hij is misschien een potentaat en een dief, maar dan wel hún dief.

Sommigen houden het op de slachtoffertheorie. Peper is opzettelijk onderuitgehaald door oud-collega's, door de media. Bemoeials die niet weten hoe het er in een grote stad als Rotterdam aan toegaat.

,,Je geeft Clinton en Hillary toch geen broodje kaas, je laat de Rotterdamse haven toch niet zien vanuit een roeiboot, en mag een man misschien zijn vrouw meenemen als hij op zakenreizen gaat.'' Dat zeggen Rotterdammers tegen buitenstaanders. Maar onderling zijn ze meedogenloos. Doe die krant weg, zegt Marja Wijnen, bij het zien van de gratis krant Metro, met op de voorpagina een foto van Peper, knagend op zijn nagels tijdens de bekendmaking van zijn aftreden gistermiddag. ,,Ik word al misselijk als ik die kop zie.'' Marinus grist hem uit haar handen. Hij is 57, heeft een snor en een bril, een biertje in de hand, het is tien over tien 's ochtends. ,,Toen Bram nog een snor had, dachten ze dat ik zijn broer was.''

Marinus kent hem nog van vroeger, uit het Rotterdamse nachtleven van eind jaren tachtig. Uit Hotel Van der Wal, De Otto, nachtclub O.Q. ,,Hij was ook nogal een liefhebber.'' Marinus stond achter de bar, zegt hij, en heeft voor heel wat gasten bonnetjes van 87 gulden uitgeschreven voor een bal gehakt. ,,Wie appelen vaart, die appelen eet'', zegt hij. De Rotterdamse variant van de kat op het spek binden. ,,Als je kan declareren, doe je dat ook. Logisch.''

In Brasserie Op Stelten, voorheen `In de pruimentijd' tegenover het stadhuis was Peper ook een vaste klant, zegt de barman. Normaal ligt er een menukaart op de muziekstandaard middenin de zaak, nu ligt er een ochtendkrant, met in oorlogsletters: `Hard oordeel over Peper'.

Die publieke schande, zegt postsorteerder Henk Bovenkerk, is al genoeg straf. Dat hij ontslag heeft genomen, vindt hij een wijs besluit. ,,Hij kan nu als vrij man terugvechten.'' Maar dat hij een zak met geld meekrijgt - Peper krijgt nog twee jaar wachtgeld - vindt Bovenkerk te veel van het goede. ,,Neelie en Bram hebben ons geld niet meer nodig. Het zijn toch al dinky's.'' (Double Income, No Kids)

Theodorus de Valck, 92 jaar, is verbijsterd over `zijn' burgemeester. ,,Het doet me denken aan Prins Bernhard, toen met die Lockheed-affaire. Toen dacht ik ook: mijn kop eraf, als zo'n man zoiets doet. Nu dacht ik weer: het zal toch niet waar zijn. Zijn vrouw voor vierduizend gulden kleren laten kopen, en de bonnen bij ons inleveren. Dat wil je niet geloven.'' En het ergste is, zegt De Valck, dat hij niet gewoon gestolen heeft, maar dat hij zwart-op-wit heeft opgeschreven wat hij graaide. ,,Ik koop elke maand voor driehonderd gulden voer voor de duiven. Gemeenteduiven. Dat declareer ik toch ook niet?''